Vragen aan de minister van LNV naar aanleiding van de brief van de minister aan Wakker Dier


1. Kunt u aangeven wat u bedoelt in uw brief aan Wakker Dier (referentie: TRCDL/2009/1319) met de zinssnede "Ik ben van mening dat het voeden met de speen belangrijk is voor het welzijn van het kalf"? Doelt u daarmee op het voeden met de speen van het moederdier, of het voeden met een kunstmatige speen?

2. In geval u doelt op het voeden met een kunstmatige speen, bedoelt u dan dat het goed zou zijn voor het welzijn van het kalf wanneer het binnen 6 uur na geboorte wordt weggehaald bij het moederdier en kunstmatig gevoed wordt? Zo ja, acht u een dergelijke opvatting in overeenstemming met een fatsoenlijke omgang met dieren? Zo neen, wat bedoelt u dan?

3. Welke termijn vindt u redelijk om een pasgeboren kalf bij het moederdier te laten? Op welke grond vindt u dat en bent u bereid regels te stellen aan de termijn die een kalf tenminste bij het moederdier moet kunnen doorbrengen? Zo nee, waarom niet?

4. Vindt u het een acceptabele productiewijze om kalveren geboren te laten worden louter om de koe tot voortdurende lactatie te brengen, waarbij het belang van het kalf niet anders dan een afgeleid economisch belang is en de intrinsieke waarde van het kalf kennelijk niet gerespecteerd wordt wanneer er geen enkele relatie met het moederdier wordt toegelaten? Zo ja, waarom? Zo neen, bent u bereid wijziging te brengen in deze praktijk?

5. Bent u bereid nader onderzoek in te stellen naar de praktijk van het routinematig toepassen van sondevoeding bij kalveren? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet gelet op het feit dat het een strafbare activiteit betreft?

6. Kunt u aangeven hoe vaak in de afgelopen 2 jaar verbaliserend is opgetreden tegen het routinematig (zonder medische noodzaak) toepassen van sondevoeding bij kalveren? Zo nee, waarom niet?

7. Heeft u cijfers van de mate en frequentie waarin routinematige sondevoeding wordt toegepast bij kalveren? Op welke onafhankelijke bron baseert u uw antwoord en bent u bereid alles in het werk te stellen meer helderheid te krijgen en te geven over deze kwestie?

8. Bent u bereid het AID opdracht te geven vaker bij grote melkveehouderijen te controleren, ook ’s nachts, op de door Wakker Dier genoemde misstanden?

9. Is het juist dat er rundveedierenartsen zijn die bedrijven in tijdnood dwangvoedering adviseren, zoals Wakker Dier aangeeft in haar brief? Zo ja, deelt u de mening dat deze dierenartsen hiermee het dierenwelzijn ernstig en opzettelijk schaden? Bent u met mij van mening dat dierenartsen de plicht zouden moeten hebben om dit soort misstanden te rapporteren wanneer zij deze tegenkomen in hun werkzaamheden, zodat de AID/nieuwe VWA corrigerende maatregelen kan nemen tegen het desbetreffende bedrijf? Zo ja, hoe en op welke termijn gaat u hieromtrent regels over opstellen?

Antwoorddatum: 20 sep. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de Kamervragen van Kamerlid Thieme (PvdD) over mijn brief aan Wakker Dier van 7 juli betreffende routinematige sondevoeding bij kalveren.

1
Kunt u aangeven wat u bedoelt in uw brief aan Wakker Dier (referentie: TRCDL/2009/1319) met de zinssnede "Ik ben van mening dat het voeden met de speen belangrijk is voor het welzijn van het kalf"? Doelt u daarmee op het voeden met de speen van het moederdier, of het voeden met een kunstmatige speen?

De door u aangeduide brief gaat over het routinematig toedienen van biest aan pasgeboren kalveren met een sonde. In die context heb ik aangegeven van mening te zijn dat het voeden met de kunstspeen voorkeur heeft boven de sonde, omdat daarmee tegemoet wordt gekomen aan de natuurlijke behoefte van het kalf en tevens een goede maag-darm werking op gang wordt gebracht.

2
In geval u doelt op het voeden met een kunstmatige speen, bedoelt u dan dat het goed zou zijn voor het welzijn van het kalf wanneer het binnen 6 uur na geboorte wordt weggehaald bij het moederdier en kunstmatig gevoed wordt? Zo ja, acht u een dergelijke opvatting in overeenstemming met een fatsoenlijke omgang met dieren? Zo neen, wat bedoelt u dan?

Zie mijn antwoord bij vraag 3 en 4.

3
Welke termijn vindt u redelijk om een pasgeboren kalf bij het moederdier te laten? Op welke grond vindt u dat en bent u bereid regels te stellen aan de termijn die een kalf tenminste bij het moederdier moet kunnen doorbrengen? Zo nee, waarom niet?

Ik ben niet voornemens regels te stellen met betrekking tot de termijn waarop het kalf ten minste bij de moeder moet blijven. Het moment van scheiden van koe en kalf is onderdeel van het totale bedrijfssysteem.
Zowel WUR-ASG als het Louis Bolk Instituut doen een aantal praktijkonderzoeken waarbij gekeken wordt naar het moment van scheiden in relatie tot gezondheids- en welzijnseffecten voor kalf en koe. Ook wordt daarbij gekeken naar econo¬mische effecten. De onderzoeken lopen nog niet zo lang en er doen een beperkt aantal (biologische) melkveehouders mee. Veel is nog onbekend.

4
Vindt u het een acceptabele productiewijze om kalveren geboren te laten worden louter om de koe tot voortdurende lactatie te brengen, waarbij het belang van het kalf niet anders dan een afgeleid economisch belang is en de intrinsieke waarde van het kalf kennelijk niet gerespecteerd wordt wanneer er geen enkele relatie met het moederdier wordt toegelaten? Zo ja, waarom? Zo neen, bent u bereid wijziging te brengen in deze praktijk?

De wijze waarop in Nederland runderen worden gehouden voor de productie van melk voor humane consumptie is mede resultaat van een in de loop van decennia tot stand gekomen afweging van verschillende belangen. Daarbij gaat het om het welzijn en gezondheid van het dier, maar ook om volksgezondheid, voedsel¬productie en economische belangen. Dat heeft geleid tot de huidige typen houderijsystemen,van intensief tot biologisch. Aangezien geboorte en melkgift aan elkaar gekoppelde fysiologische processen zijn, dient een koe om melk te kunnen produceren een kalf te krijgen. Een deel van de kalveren dient ter vervanging van de melkveestapel, de rest wordt verder opgefokt voor de vleesconsumptie. Daarbij wordt in de gangbare melkveehouderij het kalf direct na de geboorte gescheiden van de moeder, vooral om economische- en veterinaire redenen (bijvoorbeeld om vrij te kunnen worden van paratuberculose). In de biologische veehouderij wordt er steeds vaker voor gekozen om het kalf de eerste periode bij de (zoog)moeder te houden en krijgt het kalf de eerste drie maanden moedermelk. Het jonge kalf krijgt een zodanige huisvesting en verzorging (strobed, ruwvoervertrekking, melk via de speen) dat tegemoet wordt gekomen aan de behoefte van het kalf.
Voor deze wijzen van melkproductie bestaat op dit moment maatschappelijk draagvlak. Ik ben van mening dat de huidige wijzen van melkproductie zeker acceptabel zijn.

Dat wil echter niet zeggen dat er in de bestaande melkveehouderijsystemen geen wijzigingen optreden. De morele opvatting over het houden van dieren verandert immers in de loop der tijd onder invloed van nieuwe (wetenschappelijke) inzichten en maatschappelijke tendensen, zoals toenemende aandacht voor dierenwelzijn. Daarnaast hebben burgers meer dan voorheen beelden en ideeën over hoe dieren gehouden moeten worden. De (melkvee)sector speelt daar op in met onderzoek en innovaties, ook op gebied van dierenwelzijn.

5, 6, 7, en 8
Bent u bereid nader onderzoek in te stellen naar de praktijk van het routinematig toepassen van sondevoeding bij kalveren? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet gelet op het feit dat het een strafbare activiteit betreft?


Kunt u uiteenzetten hoe vaak in de afgelopen 2 jaar verbaliserend is opgetreden tegen het routinematig (zonder medische noodzaak) toepassen van sondevoeding bij kalveren? Zo nee, waarom niet?

Kunt u cijfers overleggen van de mate en frequentie waarin routinematige sondevoeding wordt toegepast bij kalveren? Op welke onafhankelijke bron baseert u uw antwoord en bent u bereid alles in het werk te stellen meer helderheid te krijgen en te geven over deze kwestie?

Bent u bereid de Algemene Inspectiedienst (AID) opdracht te geven vaker bij grote melkveehouderijen te controleren, ook ’s nachts, op de door Wakker Dier genoemde misstanden?

Ik kan geen cijfers overleggen van de mate en frequentie waarin routinematige sondevoeding wordt toegepast bij kalveren. Uit ervaringen van de AID, LTO en de KNMvD blijkt echter dat het zeer zeker geen reguliere praktijk is. Gezien de huidige omvang van het vraagstuk zie ik geen reden nader onderzoek te laten doen naar de mate en frequentie van voorkomen. Uiteraard zal ik de ontwikke¬lingen over sondevoeding volgen en in de gaten houden of er sprake is van een veranderende bedrijfsvoering op dit punt.

De AID houdt toezicht op het welzijn van kalveren, zowel op melkveehouderijen als op kalvermesterijen. Controles op de naleving van het Kalverenbesluit en het Besluit Welzijn Productiedieren op melkveebedrijven vinden in de regel overdag plaats. Ik ben niet bereid de AID opdracht te geven ’s nachts te controleren.

Zoals ook uiteengezet in mijn brief van 7 juli 2009 (TRCDL/2009/1319) aan Wakker Dier is het voeden met een sonde op zichzelf niet automatisch strafbaar. Indien er hierbij echter relevante bepalingen uit het Kalverenbesluit dan wel het Besluit welzijn productiedieren worden overtreden, dan kan een dergelijke handeling wel een strafbaar feit opleveren. Tot op heden zijn dergelijke feiten bij controles niet geconstateerd.

9
Is het waar dat er rundveedierenartsen zijn die bedrijven in tijdnood dwang¬voedering adviseren, zoals Wakker Dier uiteenzet in haar brief? Zo ja, deelt u de mening dat deze dierenartsen hiermee het dierenwelzijn ernstig en opzettelijk schaden? Bent u met mij van mening dat dierenartsen de plicht zouden moeten hebben om dit soort misstanden te rapporteren wanneer zij deze tegenkomen in hun werkzaamheden, zodat de AID corrigerende maatregelen kan nemen tegen het desbetreffende bedrijf? Zo ja, hoe en op welke termijn gaat u hieromtrent regels opstellen?

Ik heb geen inzicht in de adviezen van dierenartsen.
De Koninklijke Nederlandse Maatschappij van Diergeneeskunde geeft aan niet te verwachten dat dierenartsen routinematig gebruik van de sonde adviseren.


Ik ben niet van mening dat er specifiek hiervoor een meldingsplicht voor de dierenarts moet komen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg