Kamer­vragen aan minister van LNV over zieke kinderen door besmet vlees uit Nederland


Vragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over zieke kinderen door besmet vlees uit Nederland

  1. Kent u het bericht ‘Kinderen ziek van Hollands vlees’? (1)
  2. Heeft u contact met de militaire politie in Bratsk over de loop van het onderzoek? Zo ja, welke zaken bespreekt u? Zo neen, waarom niet?
  3. Kunt u aangeven wat de oorzaak zou kunnen zijn van de ziekteverwekkers in het Hollandse kippenvlees? Zo ja, heeft dit consequenties voor andere partijen Nederlands kippenvlees? Zo neen, waarom niet en bent u voornemens de oorzaak te achterhalen?
  4. Kunt u aangeven waarom het kippenvlees onvoldoende gecontroleerd was op ziekteverwekkers en of deze controles in Nederland hadden moeten plaatsvinden of in Rusland?
  5. Kunt u aangeven of verplichte controles van kippenvlees voor de export ook worden uitgevoerd op kippenlevers en op welke wijze de controle in zijn werk gaat, wie deze controle uitvoert, of elk dier wordt gecontroleerd en op welke potentiële ziekteverwekkers er wordt gecontroleerd?
  6. Weet u wie de exporteur was van het Hollandse kippenvlees?
  7. Overweegt u maatregelen te nemen tegen de exporteur, slachterij of andere betrokkenen wanneer blijkt dat de regels zijn overtreden of onvoldoende controle heeft plaatsgevonden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  8. Kunt u aangeven welke gevolgen dit voedselschandaal zou kunnen hebben voor de Nederlandse exportpositie?
  9. Bent u van mening dat toezicht en handhaving met betrekking tot door Nederland geëxporteerde vleesproducten toereikend zijn? Zo ja, hoe kan een voedselschandaal als dit dan toch ontstaan? Zo neen, bent u bereid de regels aan te scherpen en binnen welke termijn?
  10. Kunt u aangeven of u bereid bent de sector aan te spreken de slachtoffers van dit voedselschandaal schadeloos te stellen wanneer blijkt dat er sprake is van nalatigheid door Nederlandse betrokkenen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

(1) Telegraaf 03-03-08

Antwoorddatum: 27 mrt. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de vragen van Kamerlid Thieme over zieke kinderen door besmet vlees uit Nederland.

1 t/m 10
Kent u het bericht ‘Kinderen ziek van Hollands vlees’?

Heeft u contact met de militaire politie in Bratsk over de loop van het onderzoek? Zo ja, welke zaken bespreekt u? Zo neen, waarom niet?

Kunt u uiteenzetten wat de oorzaak zou kunnen zijn van de ziekteverwekkers in het Hollandse kippenvlees? Zo ja, heeft dit consequenties voor andere partijen Nederlands kippenvlees? Zo neen, waarom niet en bent u voornemens de oorzaak te achterhalen?

Kunt u uiteenzetten waarom het kippenvlees onvoldoende gecontroleerd was op ziekteverwekkers en of deze controles in Nederland hadden moeten plaatsvinden of in Rusland?

Worden verplichte controles van kippenvlees voor de export ook uitgevoerd op kippen¬levers en op welke wijze de controle in zijn werk gaat, wie deze controle uitvoert, of elk dier wordt gecontroleerd en op welke potentiële ziekteverwekkers er wordt gecontroleerd?

Weet u wie de exporteur was van het Hollandse kippenvlees?

Overweegt u maatregelen te nemen tegen de exporteur, slachterij of andere betrokkenen wanneer blijkt dat de regels zijn overtreden of onvoldoende controle heeft plaats¬gevonden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Kunt u uiteenzetten welke gevolgen dit voedselschandaal zou kunnen hebben voor de Nederlandse exportpositie?

Bent u van mening dat toezicht en handhaving met betrekking tot door Nederland geëxporteerde vleesproducten toereikend zijn? Zo ja, hoe kan een voedselschandaal als dit dan toch ontstaan? Zo neen, bent u bereid de regels aan te scherpen en binnen welke termijn?

Bent u bereid de sector aan te spreken de slachtoffers van dit voedselschandaal schadeloos te stellen, wanneer blijkt dat er sprake is van nalatigheid door Nederlandse betrokkenen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

1 t/m 10
De titel van het artikel in de Telegraaf van 3 maart 2008 ‘Kinderen ziek van Hollands vlees’ wekt de indruk dat een Nederlandse bron aan dit betreurenswaardige voedselincident in Siberië ten grondslag ligt. Uit de inhoud van dit artikel valt echter niet te herleiden wat de directe oorzaak is van deze voedselvergiftiging in Rusland.
In eerste instantie wordt er verwezen naar het eten van met Hollandse kippenlever bereide vleesballetjes. In de laatste alinea spreekt de voorzitter van het Gezondheids¬comité in de regio Irkutsk de veronderstelling uit dat een foutieve bereiding vermoedelijk de hoofdoorzaak is. Het artikel laat in het midden welke bereiding hier bedoeld wordt en waar die bereiding heeft plaatsgevonden.

Vlees en vleesproducten mogen alleen geëxporteerd worden naar een derde land, voorzien van een veterinair certificaat dat afgegeven is door de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Deze (in Nederland geproduceerde) producten kunnen dus alleen geëxporteerd worden als ze voldoen aan de gezondheidseisen die gelden binnen de EU en bovendien aan de (eventueel extra) eisen van het land van bestemming. Rusland eist voor pluimveevlees(producten) inclusief kippenlevers bijvoorbeeld extra microbiologisch onderzoek op salmonella. Elke zending pluimveevlees, gecertificeerd voor Rusland, voldoet hieraan.

De concrete informatie uit Rusland over dit incident is dat er een onderzoeksteam is opgezet door de lokale autoriteiten, dat salmonella de boosdoener is en dat er nood¬maatregelen getroffen zijn. Er zijn in Rusland geen twijfels geuit over de kwaliteit van het Nederlandse product.
In de regel hebben lokale autoriteiten over incidenten geen directe contacten met de Nederlandse delegatie (Nederlandse ambassade en/of het landbouwbureau) in Moskou. Officiële en formele communicatie verloopt altijd via de centrale autoriteiten. Tot op heden hebben deze autoriteiten geen contact gezocht met het landbouwbureau van de Nederlandse ambassade over dit incident.


Bij een serieus probleem met een Nederlands product op de Russische markt ontvangt het landbouwbureau direct een ‘notificatie’ van de Russische inspectie Rosselkhodznadzor. Indien het onderzoek in Rusland dus zou uitwijzen dat de oorzaak van het incident in Nederland gelegen is, maken de Russische autoriteiten dit kenbaar aan mijn landbouw¬raad in Moskou. Daarvan is tot nu toe geen sprake. Ik zie geen reden om aan de (lokale) autoriteiten nadere informatie te vragen over deze voedselvergiftiging.
Ook wil ik niet vooruitlopen op het eindresultaat van het lopende Russische onderzoek. Vanzelfsprekend zal ik, mocht daar toch aanleiding toe zijn, hier in Nederland de oorzaak van dit incident grondig laten onderzoeken.

In dit stadium beschouw ik het niet opportuun dit incident vanuit Nederland nader onder de aandacht van de Russische autoriteiten te brengen, noch om het in Nederland, zonder directe en concrete aanleiding, verder te laten onderzoeken.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg