Kamer­vragen aan de ministers van VROM en LNV over duizenden dode dieren door brand in stallen


Kamervragen van het lid Thieme aan de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over duizenden dode dieren door brand in stallen

  1. Kent u de berichten ‘driehonderd schapen en koeien vinden dood bij brand in Woude’ (1), ‘duizenden kippen dood door brand’ (2), ‘160 biggen dood bij brand Deurne’ (3) en ‘Koeien gedood door brand’?(4)
  2. Kunt u aangeven of deze branden veroorzaakt zijn door het niet naleven van de brandveiligheidsvoorschriften zoals vastgelegd in het Besluit landbouw Milieubeheer, de IPPC richtlijn, het Bouwbesluit 2003 of de Gemeentelijke Bouwverordeningen?
  3. U stelt in uw antwoord op Kamervragen van het lid Thieme dat de brandveiligheidsvoorschriften primair tot doel hebben personen te beschermen in geval van brand. Bent u bereid aanvullende eisen te stellen gericht op de bescherming en de veiligheid van de aanwezige dieren in geval een brand? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot uw uitspraak dat ‘dieren niet hetzelfde zijn als mensen’?
  4. Kunt u aangeven of er wettelijke bepalingen zijn ten aanzien van brandpreventie in het Besluit landbouw Milieubeheer, de IPPC richtlijn, het Bouwbesluit 2003,de Gemeentelijke Bouwverordeningen of anderszins die specifiek gericht zijn op brandpreventie in stallen en onderkomens waar zich dieren bevinden?
  5. Kunt u aangeven of voor een schuur waarin machines of oogstproducten worden opgeslagen dezelfde brandvoorschriften gelden als voor stallen en onderkomens waarin landbouwhuisdieren zijn gevestigd? Zo ja, waarom gelden voor machines, oogstproducten en dieren dezelfde brandveiligheidsvoorschriften en vindt u dat terecht? Zo neen, welke verschillen in brandveiligheidsvoorschriften zijn er en welke uitgangspunten liggen daaraan ten grondslag?


(1) Telegraaf, 3 maart 2008
(2) Leeuwarder Courant, 3 maart 2008
(3) Eindhovens Dagblad, 1 maart 2008
(4) Telegraaf, 17 februari 2008
(5) Aanhangsel handelingen Vergaderjaar 2006-2007, nr. 1832

Antwoorddatum: 18 mei 2008

Vraag 1
Kent u de berichten “driehonderd schapen en koeien vinden de dood bij brand in Woude” , “duizenden kippen dood door brand” , “160 biggen dood bij brand Deurne” en “Koeien gedood door brand”?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Kunt u aangeven of deze branden veroorzaakt zijn door het niet naleven van de brandveiligheids-voorschriften, zoals vastgelegd in het Besluit landbouw Milieubeheer, de IPPC-richtlijn, het Bouwbesluit 2003 of de Gemeentelijke Bouwverordeningen?

Antwoord
In enkele gevallen is het onderzoek naar de oorzaak van de branden nog gaande. Uit informatie van de plaatselijke brandweer is evenwel duidelijk geworden dat de oorzaak van de betreffende branden naar alle waarschijnlijkheid niet is gelegen in het niet naleven van brandveiligheidsvoorschriften. Bij de brand in De Woude was er sprake van een blikseminslag. De brand in Deurne is waarschijnlijk veroorzaakt door een defecte gasbrander en in Scheemda is de brand ontstaan in het woongedeelte van de boerderij.

Vraag 3
Bent u bereid aanvullende eisen te stellen gericht op de bescherming en de veiligheid van de aanwezige dieren in geval een brand, aangezien u in uw antwoord op schriftelijke vragen van het lid Thieme stelt dat de brandveiligheidsvoorschriften primair tot doel hebben personen te beschermen in geval van brand? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot uw uitspraak dat “dieren niet hetzelfde zijn als mensen”?

Antwoord
In het antwoord op eerdere vragen van het lid Thieme wordt inderdaad gesteld dat de brandveiligheids-voorschriften in het Bouwbesluit 2003 en in de gemeentelijke bouwverordeningen primair tot doel hebben personen te beschermen, maar daarbij wordt tevens gewezen op het feit dat deze voorschriften ook positieve effecten hebben ten aanzien van de veiligheid van dieren. Daarmee valt echter niet altijd te voorkomen dat bij brand in stallen dieren omkomen, zoals helaas ook het geval was bij de in vraag 1 genoemde branden. Deze branden vormen voor mij dan ook geen aanleiding om terug te komen op het standpunt dat de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid en van Wonen, Wijken en Integratie eerder hebben ingenomen, namelijk dat de brandveiligheid in stallen voldoende is gewaarborgd en er daarom geen noodzaak is tot aanscherping of aanvulling van de bestaande voorschriften (zie Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2007-2008, nr. 514, en Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2006-2007, nr. 1832).

Vraag 4
Kunt u aangeven of er wettelijke bepalingen zijn ten aanzien van brandpreventie in het Besluit landbouw Milieubeheer, de IPPC richtlijn, het Bouwbesluit 2003, de Gemeentelijke Bouwverordeningen of anderszins die specifiek gericht zijn op brandpreventie in stallen en onderkomens waar zich dieren bevinden?

Antwoord
Voornoemde regelingen bevatten geen bepalingen die specifiek gericht zijn op brandpreventie in stallen of andere onderkomens waarin zich dieren bevinden. Zoals reeds op een eerdere vraag van het lid Thieme is geantwoord (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2007-2008, nr. 514), hebben de (brand)veiligheids-voorschriften in het Besluit landbouw milieubeheer in eerste instantie tot doel de negatieve gevolgen van brand voor het milieu en voor de omgeving van de inrichting te voorkomen en dienen de brandveiligheids-voorschriften in de gemeentelijke bouwverordeningen en het Bouwbesluit 2003 op de eerste plaats ter bescherming van personen tegen de gevolgen van brand. De IPPC-richtlijn, die is geïmplementeerd in de Wet milieubeheer, heeft tot doel een geïntegreerde bestrijding en preventie van verontreiniging te bewerkstelligen en bevat daartoe algemene bepalingen waaraan vergunningen voor installaties die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen, moeten voldoen.

Vraag 5
Kunt u aangeven of voor een schuur waarin machines of oogstproducten worden opgeslagen dezelfde brandvoorschriften gelden als voor stallen en onderkomens waarin landbouwhuisdieren zijn gevestigd? Zo ja, waarom gelden voor machines oogstproducten en dieren dezelfde brandveiligheidsvoorschriften en vindt u dat terecht? Zo neen, welke verschillen in brandveiligheidsvoorschriften zijn er en welke uitgangspunten liggen daaraan ten grondslag?

Antwoord
Voor het antwoord op deze vraag volsta ik met verwijzing naar de eerdere antwoorden op de vragen van het lid Thieme over brandgevaar in stallen en schuren (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2006-2007, nr. 1832) respectievelijk over veiligheidsvoorschriften voor dierenverblijven (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2007-2008, nr. 514). Daarin is reeds uitgebreid beschreven dat bij de brandveiligheids-voorschriften geen onderscheid wordt gemaakt tussen bouwwerken zoals schuren voor machines of oogstproducten en stallen voor landbouwhuisdieren. Bezien vanuit het uitgangspunt dat de brandveiligheidsvoorschriften primair bedoeld zijn voor de bescherming van personen, is dat ook logisch. Dat laat onverlet dat ik, zoals hiervoor reeds aangegeven in mijn antwoord op vraag 3, van mening ben dat met die voorschriften ook de brandveiligheid ten aanzien van stallen waar landbouwhuisdieren worden gehouden, voldoende gewaarborgd is.


Hoogachtend,
de minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,


dr. Jacqueline Cramer