Kamer­vragen aan de minis­tersvan BZK, LNV en VROM over de uitbe­steding van preventie en bestrijding van plaag­dieren en dier­plagen


Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de uitbesteding van preventie en bestrijding van plaagdieren en dierplagen

  1. Acht u de toenemende uitbesteding van preventie en bestrijding van plaagdieren door gemeenten aan externe bedrijven een wenselijke ontwikkeling? Zo ja, waarom? Zo neen, op welke wijze en op welke termijn wilt u daarin verandering brengen?
  2. Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze toezicht plaatsvindt op de (uitbestede) wettelijke verantwoordelijkheden op het gebied van preventie en bestrijding van plaagdieren? Kunt u aangeven wie volgens u verantwoordelijk is voor het vormgeven en uitvoeren van het toezicht?
  3. Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze afstemming en kennisuitwisseling tussen gemeenten plaatsvindt op het gebied van de aanpak van preventie en bestrijding van plaagdieren en dierplagen? In hoeverre worden hierbij onafhankelijke kennisinstituten betrokken?
  4. Deelt u de mening dat landelijke richtlijnen noodzakelijk zijn om onnodig dierenleed door ondeskundige plaagdierbestrijding te voorkomen? Zo ja, bent u bereid een dergelijke landelijke richtlijn te ontwikkelen? Zo neen, kunt u dit toelichten?
  5. Kunt u aangeven wat de inzet van uw ministerie is in het effectief beperken van de risico’s voor de gezondheid van mensen en het leed van dieren? Kunt u deze inzet kwantificeren in termen van fte’s en ingezette financiële middelen? Zo neen, waarom niet?