Kamer­vragen aan de ministers van Justitie en LNV over het afmaken van honden in afwachting van hoger beroep


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Justitie en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het afmaken van honden in afwachting van een hoger beroep

  1. Kent u de uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag d.d. 25 april 2008, waarin is geoordeeld dat het Openbaar Ministerie -door het afmaken van een hond vóór de behandeling van een rechtszaak in hoger beroep- heeft gehandeld “in strijd met de beginselen van een goede procesorde, waarbij met grove verwaarlozing van de belangen van de verdachte tekort is gedaan aan haar recht op een behoorlijke behandeling van de zaak” ?
  2. Wat is uw oordeel over deze uitspraak en hoe verhoudt deze zich tot uw uitspraak dat het afmaken van honden in afwachting van het hoger beroep mogelijk is op basis van het Wetboek van Strafvordering en het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen ?
  3. Wat is de gemiddelde duur geweest van de rechtszaken die de afgelopen vier jaar zijn gevoerd in het kader van de Regeling Agressieve Dieren?
  4. Kunt u aangeven welke inspanningen worden gepleegd om te voorkomen dat het dierenwelzijn van inbeslaggenomen honden onnodig wordt benadeeld door de lange termijn van bewaring in afwachting van een definitief oordeel van de rechtbank?
  5. Is het waar dat de hond Beauty, waarvan de rechtbank in Den Haag op 24 januari jongstleden oordeelde dat zij niet verboden is, nadat de Raad van Beheer constateerde dat de hond beschikt over een erkende FCI-stamboom, nog een groot deel van 2008 opgesloten zal zijn vanwege een hoger beroep dat is aangespannen door de Officier van Justitie ? Zo ja, kunt u aangeven waarom dit hoger beroep is aangespannen? Zo neen, wat is dan de werkelijke situatie?
  6. Bent u bereid bij het Openbaar Ministerie aan te dringen op een spoedige behandeling van rechtszaken waarbij dieren in bewaring worden gehouden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  7. Op welke wijze bent u voornemens te voorkomen dat in de toekomst nog meer honden worden afgemaakt in afwachting van het hoger beroep?
  8. Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze u excuses zult maken aan de eigenaren wier honden in strijd met de beginselen van een goede rechtsorde zijn afgemaakt door de overheid? Zo neen, waarom niet?
  9. Wat is de stand van zaken rondom de evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren en wanneer zullen de resultaten hiervan naar de Kamer worden verstuurd?

Antwoorddatum: 8 jul. 2008

Antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van Justitie en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het afmaken van honden in afwachting van een hoger beroep. (Ingezonden 20 mei 2008)

Vraag 1
Kent u de uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag d.d. 25 april 2008, waarin is geoordeeld dat het Openbaar Ministerie (OM) door het afmaken van een hond vóór de behandeling van een rechtszaak in hoger beroep- heeft gehandeld “in strijd met de beginselen van een goede procesorde, waarbij met grove verwaarlozing van de belangen van de verdachte tekort is gedaan aan haar recht op een behoorlijke behandeling van de zaak”? 1)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak in het licht van uw uitspraak dat het afmaken van honden in afwachting van het hoger beroep mogelijk is op basis van het Wetboek van Strafvordering en het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen? 2)

Antwoord
Sinds half mei van dit jaar worden inbeslaggenomen honden, mits de eigenaar bereid is om de kosten van de opvang te betalen, in afwachting van het hoger beroep, in leven gelaten.

Vraag 3
Wat is de gemiddelde duur geweest van de rechtszaken die de afgelopen vier jaar zijn gevoerd in het kader van de Regeling Agressieve Dieren?

Antwoord
Uit de evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren (RAD), aan uw kamer toegezonden bij brief van 9 juni 2008 (kamerstukken 28 286, nr. 218), blijkt dat de gemiddelde doorlooptijd in de periode 2000 tot en met 2006 101 dagen was, met een standaardafwijking van 114 dagen.

Vraag 4
Welke inspanningen worden gepleegd om te voorkomen dat het dierenwelzijn van inbeslaggenomen honden onnodig wordt benadeeld door de lange termijn van bewaring in afwachting van een definitief oordeel van de rechtbank?

Antwoord
De inbeslaggenomen honden worden ondergebracht bij gespecialiseerde opslaghouders die ervaring hebben met de opslag van pitbullachtige honden. De opslaghouders voldoen minimaal aan de eisen zoals verwoord in het Honden- en kattenbesluit. De honden krijgen speciale bedden om doorligplekken te voorkomen en voldoende aandacht van de opslaghouders.

Vraag 5
Is het waar dat de hond Beauty, waarvan de rechtbank in Den Haag op 24 januari jongstleden oordeelde dat zij niet verboden is, nadat de Raad van Beheer constateerde dat de hond beschikt over een erkende FCI-stamboom, nog een groot deel van 2008 opgesloten zal zijn vanwege een hoger beroep dat is aangespannen door de officier van justitie? 3) Zo ja, waarom is dit hoger beroep aangespannen? Zo neen, wat is dan de werkelijke situatie?

Antwoord
In de in de vraag bedoelde zaak heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken ter zake van het tenlastegelegde op de grond dat aan de verdachte het voordeel van de twijfel toekomt met betrekking tot de overgelegde papieren. De politierechter is niet toegekomen aan een beoordeling van de verschillende schouwrapporten. Door het OM is hoger beroep ingesteld, omdat het van oordeel is dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen en de hond aan het verkeer dient te worden onttrokken.

Naar aanleiding van het door mijn ambtgenote van LNV bij brief van 9 juni 2008 aan uw Kamer aangekondigde voornemen om de huidige RAD in te trekken, zal op korte termijn conform hetgeen daarover in deze brief is vermeld, worden nagegaan of de in beslag gehouden hond Beauty aan de eigenaar kan worden teruggegeven.

Vraag 6
Bent u bereid bij het OM aan te dringen op een spoedige behandeling van rechtszaken waarbij dieren in bewaring worden gehouden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
Nee, het OM behandelt rechtszaken waarbij dieren in bewaring worden gehouden al met voortvarendheid. De oorzaak voor de lange duur van dergelijke rechtszaken ligt in het grote aantal mogelijkheden om bezwaar te maken in het strafrechtelijke traject. Zo kan de eigenaar een klaagschrift indienen bij de Raadkamer van de Rechtbank. Ook kan hij tijdens de zitting alsnog vragen om een nieuwe contra-expertise. Vanwege de (met name voorheen) langere doorlooptijden hebben de parketten Rotterdam, Amsterdam en Den Haag, die verhoudingsgewijs veel geconfronteerd werden met inbeslagname op grond van de RAD, reeds verkorte procedures ingesteld.

Vraag 7
Op welke wijze bent u voornemens te voorkomen dat in de toekomst nog meer honden worden afgemaakt in afwachting van het hoger beroep?

Antwoord
In afwachting van het aan uw Kamer toezenden van de evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren zijn de afgelopen weken geen inbeslaggenomen honden afgemaakt. Zoals aangegeven zullen inbeslaggenomen honden, mits de eigenaar bereid is om in afwachting van het hoger beroep de kosten van de opvang te betalen, in leven worden gelaten.

Vraag 8
Op welke wijze zult u excuses maken aan de eigenaren wier honden in strijd met de beginselen van een goede rechtsorde zijn afgemaakt door de overheid? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
De eigenaren van de hond waaraan u in uw eerste vraag refereert, zijn door het gerechtshof in het gelijk gesteld. Dat betekent dat naar het oordeel van het Hof - achteraf bezien - het onjuist is dat de desbetreffende hond is afgemaakt. Wanneer de eigenaren daarop prijsstellen, kunnen zij zich tot het Openbaar Ministerie wenden voor de verdere afwikkeling (in de vorm van schadevergoeding en/of excuses) van deze zaak. Het Openbaar Ministerie zal vervolgens op een dergelijk verzoek beslissen.

Vraag 9
Wat is de stand van zaken rondom de evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren en wanneer zullen de resultaten hiervan naar de Kamer worden gestuurd?

Antwoord
De evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren is bij brief van 9 juni 2008 aan uw Kamer toegezonden.


De Minister van Justitie