Kamer­vragen aan de ministers van VWS en LNV over noodzaak meldings­plicht Q-koorts


Vragen van het lid Thieme aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over noodzaak meldingsplicht Q-koorts

  1. Kent u het bericht “Q-koorts verplicht melden”1?
  2. Deelt u de mening van de GGD dat een meldplicht voor Q-koorts kan bijdragen in de mogelijkheden van anticiperen voor huisartsen in besmette gebieden? Zo ja, op welke wijze gaat u gehoor geven aan dit verzoek en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  3. Is het waar dat u eerder heeft laten weten niet te voelen voor een meldplicht ‘vanwege de rompslomp’? Zo ja,op welke rompslomp doelt u precies en hoe weegt u deze nadelen ten opzichte van de bescherming van de gezondheid van burgers in dit kader?
  4. Hoe beoordeelt u de uitspraak van de Herpense huisarts Besselink die stelt dat het erop lijkt “dat economische redenen belangrijker zijn dan volksgezondheid?”
  5. Denkt u na de gevallen die afgelopen week bekend zijn geworden2 nog steeds dat het hoogtepunt van uitbraken is bereikt of is de kans groot dat dit jaar eenzelfde aantal besmettingen zal optreden als vorig jaar3?
  6. Bent u bereid alsnog een meldplicht in te stellen voor gevallen van Q-koorts? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?
  7. Welke speciale voorzieningen zijn getroffen om slachtoffers die al maandenlang lijden aan de gevolgen van Q-koorts te begeleiden?
  8. Krijgen deze patiënten extra begeleiding en/of financiële ondersteuning om het ongemak en de kosten die verbonden zijn aan de gevolgen van de ziekte op te vangen? Zo ja, kunt u een specificatie geven van de ondersteuning per slachtoffer? Zo neen, waarom niet?

(1) d.d. 28 mei 2008 De Ondernemer.
(2) Brabants Dagblad, 28 mei 2008, ‘Q-koorts verplicht gaan melden’.
(3) Antwoorden VWS kamervragen over nieuwe gevallen van Q-koorts (30 mei 2008)

Antwoorddatum: 3 jul. 2008

Antwoorden op kamervragen van Kamerlid Thieme (PvdDV) over de noodzaak van een meldingsplicht voor Q-koorts (2070821860).

1
Kent u het bericht “Q-koorts verplicht melden”? 1)

1
Ja.


2
Deelt u de mening van de GGD dat een meldplicht voor Q-koorts kan bijdragen in de mogelijkheden van anticiperen voor huisartsen in besmette gebieden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn gaat u gehoor geven aan dit verzoek? Zo neen, waarom niet?

2
Zie de brief over maatregelen Q-koorts van 10 juni 2008 (VD.2008/1191).


3
Is het waar dat u eerder heeft laten weten niet te voelen voor een meldplicht ‘vanwege de rompslomp’? Zo ja,op welke rompslomp doelt u precies, en hoe weegt u in dit kader deze nadelen ten opzichte van de bescherming van de gezondheid van burgers?

3
Zie de brief over maatregelen Q-koorts van 10 juni 2008 (VD.2008/1191).


4
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de Herpense huisarts, de heer B. die stelt dat het erop lijkt “dat economische redenen belangrijker zijn dan volksgezondheid?”

4
Mijn collega van LNV en ik zijn het erover eens dat dierziekten die een gevaar vormen voor de volksgezondheid snel opgespoord en aangepakt moeten worden. U bent inmiddels geïnformeerd over de aanvullende maatregelen om verspreiding van Q-koorts te voorkomen.


5
Denkt u na de gevallen die afgelopen week bekend zijn geworden 2) nog steeds dat het hoogtepunt van uitbraken is bereikt, of is de kans groot dat dit jaar eenzelfde aantal besmettingen zal optreden als vorig jaar? 3)

5
Het is nog onduidelijk of het hoogtepunt is bereikt. Inmiddels zijn er (per 11 juni 2008) sinds 1 januari 2008, 203 meldingen van Q-koorts in Nederland, waarvan het merendeel in Brabant; 144 meldingen zijn afkomstig uit de regio van de GGD Hart voor Brabant. Tot 2007 werden in een gemiddeld jaar 5 tot 10 gevallen gemeld.
Dit jaar zijn de meldingen diffuus verspreid over Brabant, in tegenstelling tot vorig jaar toen er duidelijk een concentratie in Herpen en omgeving was.


6
Bent u bereid alsnog een meldplicht in te stellen voor gevallen van Q-koorts? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

6
Zie de brief over maatregelen Q-koorts van 10 juni 2008 (VD.2008/1191).


7
Welke speciale voorzieningen zijn getroffen om slachtoffers die al maandenlang lijden aan de gevolgen van Q-koorts te begeleiden?

7
De meeste besmettingen verlopen zonder dat mensen het merken of als een milde griep. Bij een ernstiger verloop begint de ziekte meestal acuut met heftige hoofdpijn en hoge koorts. Meestal geneest Q-koorts spontaan na een à twee weken. Soms is het nodig om te behandelen met een antibioticumkuur. Als er sprake is van de zeldzame chronische vorm van Q-koorts is er sprake van een langdurige behandeling. Onderzoek zal moeten uitwijzen bij hoeveel patiënten sprake is van een chronische vorm van Q-koorts, op dit moment is daar geen duidelijk beeld van. Op dit moment zie ik geen aanleiding om aanvullende voorzieningen te treffen voor patiënten.


8
Krijgen deze patiënten extra begeleiding en/of financiële ondersteuning om het ongemak en de kosten die verbonden zijn aan de gevolgen van de ziekte op te vangen? Zo ja, kunt u een specificatie geven van de ondersteuning per slachtoffer? Zo neen, waarom niet?

8
Nee. Zie antwoord op vraag 7.



De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,



dr. A. Klink