Kamer­vragen aan de ministers van VROM en LNV over slechte mili­eu­pres­taties Nederland


Vragen van het Kamerlid Thieme aan de ministers van Volksgezondheid Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over slechte milieuprestaties Nederland

  1. Kent u de Environmental Performance Index 2008 van de Universiteit van Yale?1
  2. Is het u opgevallen dat Nederland op deze index is teruggevallen naar een beschamende 55e plaats, waar ons land in 2006 nog op de 27e plaats stond?
  3. Hoe verklaart u deze terugval, waardoor we landen als Colombia, Albanië, Maleisië , Rusland, Brazilië, Argentinië, Taiwan, Griekenland, Zuid-Korea en Polen inmiddels voor moeten laten gaan in deze ranglijst?
  4. Trekt u het zich persoonlijk aan dat Nederland zover is teruggevallen op deze ranglijst? Zo ja, welke maatregelen bent u bereid te treffen om onze prestaties snel drastisch te verbeteren? Zo neen, waarom niet?

1 http://epi.yale.edu/CountryScores

Antwoorddatum: 16 nov. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de Nederlandse positie op de Environmental Performance Index (Ingezonden 7 oktober 2008).

Vraag 1:
Kent u de Environmental Performance Index 2008 van de Universiteit van Yale?

Antwoord:
Ja

Vraag 2:
Is het u opgevallen dat Nederland op deze index is teruggevallen naar een beschamende 55e plaats, waar ons land in 2006 nog op de 27e plaats stond?

Antwoord:
Ja. Sinds een aantal jaren publiceren de universiteiten van Yale en Columbia deze ranglijst. De plaats van Nederland op de ranglijst was achtereenvolgens: 34, 41, 27 en nu dus 55. Ik vind echter de kwalificatie “beschamend” niet op zijn plaats.

Vraag 3:
Hoe verklaart u deze terugval, waardoor we landen als Colombia, Albanie, Maleisië, Rusland, Brazilië, Argentinië, Taiwan, Griekenland, Zuid-Korea en Polen inmiddels vóór moeten laten gaan in deze ranglijst?

Antwoord:
De terugval op de lijst heeft meerdere oorzaken. In de Environmental Performance Index (EPI) wordt (nog) geen vaste lijst van indicatoren gebruikt. De weging van de verschillende thema’s is niet steeds hetzelfde. En, de (kwaliteit van de) gegevens die aan de EPI ten grondslag liggen verandert in de tijd. Plaats 27 van twee jaar geleden is dus anders gemeten dan plaats 55 nu. Je kunt ze dus niet met elkaar vergelijken. Verder is het niet aannemelijk dat de effecten van beleid die in deze twee jaar zouden kunnen zijn opgetreden belangrijk hebben bijgedragen tot de snelle veranderingen van de plaats op de lijst. Immers de indicatoren, die samen de index bepalen, hebben betrekking op zaken die maar langzaam in de tijd veranderen.
Het zijn daarom de veranderingen in de opzet van de index, die de sterk wisselende plaats van Nederland verklaren.

Dat Nederland -los van de sterke schommelingen in de plaats op de index- relatief laag scoort, is in hoge mate het gevolg van een aantal specifiek Nederlandse omstandigheden zoals de hoge bevolkingsdichtheid, een hoge verkeersintensiteit en het intensieve karakter van de agrarische productie. Dit zijn omstandigheden die het lastig maken hoog op de EPI terecht te komen, ondanks dat Nederland een milieubeleid voert waar het trots op kan zijn.

Vraag 4:
Trekt u het zich persoonlijk aan dat Nederland zover is teruggevallen op deze ranglijst? Zo ja, welke maatregelen bent u bereid te treffen om onze prestaties snel drastisch te verbeteren? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
De antwoorden hierboven laten zien dat de snelle verandering van plaats op de index geen relatie heeft met het beleid en dat de relatief lage plaats verklaarbaar is uit de specifiek Nederlandse omstandigheden. De EPI is géén graadmeter voor de doeltreffendheid van het beleid.
Ik wil benadrukken dat het doel van het beleid niet is om hoog op deze index te komen, maar om de door ons zelf gestelde milieukwaliteitsdoelen te realiseren. Er zijn, zoals u weet, in de afgelopen jaren vele initiatieven in gang gezet om de kwaliteit van het Nederlandse milieu te verbeteren en de milieudruk, die door Nederlandse consumptie wordt veroorzaakt, te verkleinen. Het Programma Schoon en Zuinig en het Beleidsprogramma Biodiversiteit zijn hiervan enkele voorbeelden.


Hoogachtend,
de minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer