Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VWS over veehou­derij en griep


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over veehouderij en griep

1. Kent u het bericht 'Vassiliou, veehouderij moet zich beschermen tegen griep1'?

2. Bent u met Vassiliou eens dat de controlecapaciteit voor H1N1 opgeschaald zou moeten worden, zeker in een veedicht land als het onze? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen,waarom niet?

3. Bent u met de Europees commissaris van mening dat diergezondheid een rol speelt in de volksgezondheid en dat de bestrijding van dierziekten en van menselijke ziekten daarom meer op elkaar afgestemd zouden moeten worden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn zou u tot zo'n betere afstemming willen komen? Zo neen, waarom niet?

4. Wanneer diergezondheid en volksgezondheid zoveel nauwer met elkaar blijken samen te hangen dan eerder werd aangenomen, bent u dan met mij van mening dat er een nieuwe visie ontwikkeld zou moeten worden op zoönosen en het vermijden van menselijke besmetting c.q. het ontstaan van dierziekten? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

5. Bent u met mij van mening dat een vermindering van diergebruik in de landbouw een bijdrage zou kunnen leveren aan het indammen van de risico's die samenhangen met zoönosen? Zo ja, op welke termijn en wijze zou u het diergebruik in de landbouw willen verminderen? Zo neen, waarom niet?

1 www.agd.nl/1087693/Nieuws/Platteland/Vassiliou-veehouderij-moet-zich-beschermen-tegen-griep.htm

Antwoorddatum: 30 nov. 2009

Antwoorden op kamervragen van het Kamerlid Thieme (PvdD) over veehouderij en griep (2009Z20381).

Vraag 1
Kent u het bericht “Vassiliou, veehouderij moet zich beschermen tegen griep”? 1)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Deelt u de mening van de heer Vassiliou dat de controlecapaciteit voor H1N1 opgeschaald zou moeten worden, zeker in een veedicht land als het onze? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Varkens kunnen besmet raken met Nieuwe Influenza A (H1N1). Varkens spelen echter geen rol van betekenis bij de huidige verspreiding van dit virus omdat het virus zich al gemakkelijk van mens op mens verspreidt.

Wel kunnen in het varken griepvirussen van varken, mens en vogel zich mengen waardoor nieuwe subtypen van het griepvirus kunnen ontstaan. Wanneer zo’n nieuw subtype overdraagbaar is op de mens en zich ook tussen mensen verder kan verspreiden, bestaat de kans op het ontstaan van een nieuw griepvirus. Dit gebeurt niet zomaar: het nieuwe virus moet zich zo aanpassen dat verspreiding onder varkens, en verdere verspreiding naar en tussen mensen mogelijk gaat worden. Dit kan met verschillende griepvirussen gebeuren. Nieuwe Influenza A (H1N1) bij varkens vormt geen groter risico hierop dan andere griepvirussen.

Ik zie dan ook geen reden om voor het nu circulerende Nieuwe Influenza A (H1N1) de controlecapaciteit op te schalen. Ik ben het met EU-commissaris Vassiliou eens dat ten algemene wereldwijd de monitorcapaciteit naar virussen in dieren versterkt dient te worden.

Vraag 3
Deelt u de mening van de heer Vassiliou dat diergezondheid een rol speelt in de volksgezondheid, en dat de bestrijding van dierziekten en van menselijke ziekten daarom meer op elkaar afgestemd zouden moeten worden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn zou u tot zo'n betere afstemming willen komen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4
Wanneer diergezondheid en volksgezondheid zoveel nauwer met elkaar blijken samen te hangen dan eerder werd aangenomen, deelt u dan de mening dat er een nieuwe visie ontwikkeld zou moeten worden op zoönosen en het vermijden van menselijke besmetting c.q. het ontstaan van dierziekten? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoorden vraag 3 en 4
Ik ga – net zoals mevrouw Vassiliou – uit van het ‘One Health’ principe waarbij gezonde dieren een positief effect hebben op de gezondheid van mensen. Bestrijding van zoönosen is een aangelegenheid van de veterinaire sector en de humane gezondheidszorg. Ik werk dan ook, samen met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, aan een verbeterde aanpak van zoönosen. Dit doe ik onder meer door:

- het integreren van de veterinaire en humane signalering van zoönosen waardoor een beter early warning ontstaat;

- een mogelijkheid tot gezamenlijke risicobeoordelingen van nieuw opkomende zoönosen door het instellen van een deskundigengroep met humane en veterinaire experts;

- een gezamenlijke aanpak door beide ministeries van zoönosen op basis van de risicobeoordeling;

- het gezamenlijk programmatisch financieren van onderzoek naar zoönosen;

- het gezamenlijk invullen van hiaten in kennis en surveillance, voorbeelden hiervan zijn de oprichting van een Centrum voor Monitoring van Vectoren bij de Plantenziektenkundige Dienst dat zich richt op vectoren (muggen, teken, knutten) die ziektes kunnen overdragen naar dier en mens en de oprichting van het Dutch Wildlife Health Center bij de Universiteit Utrecht dat zich richt op surveillance van ziektes in wilde dieren.

Vraag 5
Deelt u de mening dat een vermindering van diergebruik in de landbouw een bijdrage zou kunnen leveren aan het indammen van de risico's die samenhangen met zoönosen? Zo ja, op welke termijn en wijze zou u het diergebruik in de landbouw willen verminderen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Minder dieren betekent niet per definitie minder risico’s voor de gezondheid van mensen. Het RIVM heeft vorig jaar al geconcludeerd dat schaalvergroting niet alleen maar negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden hoeft te hebben maar ook juist kansen biedt voor een betere bedrijfsvoering waardoor de risico’s voor omwonenden kunnen verminderen. Ik deel uw mening derhalve niet.