Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over gebrek aan duur­zaamheid mega­stallen


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu over gebrek aan duurzaamheid megastallen

  1. Kent u het bericht “CLM: megastallen dragen niet bij aan duurzaamheid” ?
  2. Deelt u de mening van de onderzoekers van het CLM dat een integrale duurzaamheidsanalyse van megastallen ontbreekt en dat rapporten van onderzoeksinstituten en adviesraden elkaar tegenspreken op onderdelen? Zo neen, waarom niet en waarop baseert u uw mening? Zo ja, welke consequenties heeft dat voor uw beleid ten aanzien van de ontwikkeling van een duurzame veehouderij?
  3. Deelt u de mening van de onderzoekers van het CLM dat de huidige ontwerpen voor megastallen nauwelijks verbeteringen ten aanzien van dierenwelzijn en duurzaamheid zullen opleveren in vergelijking tot bestaande bedrijven? Zo ja, bent u bereid maatregelen te nemen tegen de bouw van deze megastallen en zo ja, binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en waar blijkt dat uit?
  4. Bent u bereid de thema’s klimaat, energie, voedselvoorziening en biodiversiteit in relatie tot megastallen aanvullend te laten onderzoeken door een onafhankelijke partij? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?
  5. Kunt u aangeven waarom de besluitvorming rond megastallen wordt gekenmerkt door haast en het ontbreken van een integrale duurzaamheidsanalyse?
  6. Kunt u aangeven hoe uw beleid ten aanzien van megastallen zich verhoudt tot uw visie op de ontwikkeling van een duurzame veehouderij en de Kabinetsbrede aanpak wat betreft duurzame ontwikkeling? Kunt u daarbij specifiek ingaan op de doelstelling om tot verduurzaming van de eiwitproductie te komen?
  7. Kunt u aangeven waarom u vestiging in Nederland mogelijk maakt voor megabedrijven die grote hoeveelheden voer aankopen uit gebieden waar illegale houtkap plaatsvindt, waar schuldslavernij voorkomt en waar mensen worden verdreven van hun land voor de verbouw van veevoer?
  8. Bent u bereid een moratorium in te stellen op de bouw van megastallen zolang geen helderheid bestaat over de duurzaamheidscriteria en dierenwelzijnscriteria die aan dergelijke stalsystemen gesteld worden? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

Antwoorddatum: 8 sep. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, toekomen de antwoorden op Kamervragen van het lid Thieme (PvdD) over de duurzaamheid van megastallen.

  1. Kent u het bericht ‘CLM: megastallen dragen niet bij aan duurzaamheid’? 1)

    Ja.
  2. Deelt u de mening van de onderzoekers van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) dat een integrale duurzaamheidsanalyse van megastallen ontbreekt en dat rapporten van onderzoeksinstituten en adviesraden elkaar tegenspreken op onderdelen? Zo neen, waarom niet en waarop baseert u uw mening? Zo ja, welke consequenties heeft dat voor uw beleid ten aanzien van de ontwikkeling van een duurzame veehouderij?

    Megastallen hebben de afgelopen periode tot veel maatschappelijke discussie aanleiding gegeven. Het gaat om een complex onderwerp met veel facetten. Zowel de Tweede Kamer als het kabinet hebben het belang benadrukt van een zorgvuldig beleids- en besluit¬vormingsproces. Gerenommeerde planbureaus, adviesraden en onderzoeksinstituten zijn om advies gevraagd. Deze adviezen geven samen een goed integraal beeld van het totaal aan kansen en risico’s van megastallen en over mogelijke mitigerende maatregelen waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden voorkomen.

    Op basis hiervan is in verschillende overleggen met de Tweede Kamer een heldere beleids¬lijn en rolverdeling vastgesteld: megastallen kunnen, mits duurzaam uitgevoerd. De concrete invulling per geval is een zaak van de betreffende ondernemers, de decentrale overheden en maatschappelijke organisaties. Verder heb ik op een aantal terreinen aanvullende acties ingezet (diergezondheid en volksgezondheid (antibioticaresistentie), stimuleren van een ‘plus’ voor aspecten als milieu en dierenwelzijn) en nieuwe afspraken gemaakt (klimaat en energie, Convenant schone en zuinige agrosectoren).
    Gelet op de vele aspecten die in de adviezen en analyses grondig aan de orde zijn gesteld, zie ik dan ook geen meerwaarde in nadere analyses of aanvullende adviezen.
  3. Deelt u de mening van de onderzoekers van CLM dat de huidige ontwerpen voor mega¬stallen nauwelijks verbeteringen ten aanzien van dierenwelzijn en duurzaamheid zullen opleveren in vergelijking tot bestaande bedrijven? Zo ja, bent u bereid maatregelen te nemen tegen de bouw van deze megastallen en zo ja, binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en waar blijkt dat uit?

    Nee.
    De Wet ammoniak en veehouderij en het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij maken onderscheid tussen grote intensieve veehouderijen (de zogenoemde IPPC-bedrijven met meer dan 40.000 stuks pluimvee, 750 zeugen of 2000 vleesvarkens) en de overige veehouderijbedrijven, in die zin dat het bevoegd gezag vanwege de lokale milieukwaliteit strengere emissie-eisen kan stellen aan de IPPC-bedrijven. Indien nodig kan bij megabedrijven van deze bevoegdheid gebruik worden gemaakt. Of en in welke mate dat ook in de praktijk gebeurt, is een zaak van het bevoegd gezag.
    Het toepassen van extra maatregelen voor dierenwelzijn in megastallen wil ik vooralsnog stimuleren en niet via regelgeving afdwingen. Ik vind het van belang, mede vanwege de maatschappelijke discussies over megastallen, dat de betreffende ondernemers een voorhoedepositie innemen. Hier ligt een belangrijke verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven. Waar nodig zal ik de betreffende ondernemers hierop aanspreken. Zoals toegezegd, onderzoeken de minister van VROM en ik op dit moment de mogelijkheden of bedrijven met megastallen via de Maatlat duurzame veehouderij (en daaraan gekoppelde fiscale instrumenten) kunnen worden gestimuleerd extra, bovenwettelijke milieu en welzijnsmaatregelen toe te passen. Ik zal de Tweede Kamer hierover nader informeren.
  4. Bent u bereid de thema’s klimaat, energie, voedselvoorziening en biodiversiteit in relatie tot megastallen aanvullend te laten onderzoeken door een onafhankelijke partij? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet? Zie antwoord vraag 2.
  5. Kunt u uiteenzetten waarom de besluitvorming rond megastallen wordt gekenmerkt door haast en het ontbreken van een integrale duurzaamheidsanalyse? Zie antwoord vraag 2.
  6. Kunt u uiteenzetten hoe uw beleid ten aanzien van megastallen zich verhoudt tot uw visie op de ontwikkeling van een duurzame veehouderij en de Kabinetsbrede aanpak wat betreft duurzame ontwikkeling? Kunt u daarbij specifiek ingaan op de doelstelling om tot verduurzaming van de eiwitproductie te komen?

    Zoals ik in mijn toekomstvisie duurzame veehouderij heb aangegeven, moet de veehouderij in Nederland zich in 15 jaar hebben ontwikkeld tot een in alle opzichten duurzame veehouderij met een breed draagvlak in de samenleving. Deze ambitie wil ik niet realiseren door de sector en de samenleving een blauwdruk op te leggen van een duurzame veehouderij. In mijn visie kan een duurzame veehouderij verschillende gezichten en verschijningsvormen hebben. Waar het hierbij om gaat is dat aan de hoogst mogelijke voorwaarden op het gebied van people, planet en profit is voldaan. Schaal op zich is voor mij geen onderwerp, het gaat om de uitwerking op deze voorwaarden. Voor grote bedrijven is dus ruimte, mits de ondernemers erin slagen hun bedrijf in te passen in de wensen van de samenleving. Om voldoende maatschappelijke acceptatie te verwerven, verwacht ik bij de bouw van mega¬stallen en -bedrijven een extra ‘plus’ voor aspecten als milieu en dierenwelzijn. De concrete uitwerking kan van geval tot geval verschillen.

    Het kabinet zet in op de omschakeling naar een duurzame productie en consumptie van zowel dierlijke als plantaardige eiwitten. De inzet van het kabinet is weergegeven in de beleidsbrief Landbouw, rurale bedrijvigheid en voedselzekerheid van 8 mei 2008 (31 250, nr. 14) en de brief van 27 mei 2008 over de Nederlandse inzet bij de High Level Conference van de FAO op 4 juni 2008 (31200 XIV, nr. 219).
  7. Kunt u uiteenzetten waarom u vestiging in Nederland mogelijk maakt voor megabedrijven die grote hoeveelheden voer aankopen uit gebieden waar illegale houtkap plaatsvindt, waar schuldslavernij voorkomt en waar mensen worden verdreven van hun land voor de verbouw van veevoer?

    In mijn brieven aan de Tweede Kamer van 6 juni 2007 (30 800 XIV, nr. 106)) en van 6 juni 2008 (31 200 XIV, nr. 223) ben ik uitgebreid ingegaan op de mogelijke gevolgen van de uitbreiding van de sojateelt in Zuid-Amerika ten behoeve van onder andere de productie van veevoergrondstoffen en de activiteiten die Nederland ontplooit om de negatieve effecten daarvan te verminderen. Overigens merk ik op dat vanwege de productierechten (dierrechten, melkquotum) de totale omvang van de veestapel in Nederland is begrensd. De ontwikkeling naar grote veehouderijbedrijven is op dit moment alleen mogelijk door een herallocatie van productierechten. De aangehaalde mogelijke internationale effecten en de door het kabinet ingezette aanpak staan geheel los van de schaalvergroting in de Nederlandse veehouderij.
  8. Bent u bereid een moratorium in te stellen op de bouw van megastallen zolang geen helderheid bestaat over de duurzaamheidscriteria en dierenwelzijnscriteria die aan dergelijke stalsystemen gesteld worden? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

    Gelet op bovenstaande zie ik hier geen enkele aanleiding toe.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg

    1) Agriholland 16 juni 2008