Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over eenden­kooien


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

1. Bent u op de hoogte van het feit dat er momenteel aanvragen gedaan worden voor vergunningen voor (her)oprichting van eendenkooien, zoals o.m blijkt uit Gemeente Informatie Midden-Delfland d.d. 04-01-07 (bijlage).

2. Bent u van mening dat inrichting van dergelijke middelen tot instandhouding en uitbreiding van de hobbyjacht passen in de geest van de Flora- en faunawet, die uitgaat van de bescherming van dieren?

3. Bent u van mening dat het fokken ten behoeve van de vangst/jacht van eenden past onder de noemer "cultuurhistorisch landschapselement". Ook wanneer een dergelijke eendenkooi ten behoeve van en in beheer van particulieren is?

4. Bent u van mening dat in het geval van eendenkooien sprake is van een vorm van natuurontwikkeling zoals bedoeld in de landgoedregeling? Is het oprichten van een eendenkooi niet veeleer in strijd met natuurontwikkeling en zou ze om die reden stichting van een landgoed niet eerder in de weg moeten staan dan mogelijk maken?

5. Bent u van mening dat het oprichten van eendenkooien op gespannen voet zou kunnen staan met het beschermen van weidevogels in omringende weilanden, zoals o.m de opvatting is van vereniging Natuurmonumenten (1)?

6. Bent u bereid de vergunningverlening voor de aanleg van eendenkooien tenminste aan banden te leggen totdat meer inzicht verkregen is in de mogelijke schadelijke neveneffecten van het oprichten van eendenkooien en de maatschappelijke wenselijkheid hiervan?

7. Kunt u aangeven of aanvragen getoetst worden op artikel 56 1e lid van de Flora en Faunawet, waarin aangegeven wordt dat voorwaarde tot verlenging voor een vergunning voor een eendenkooi voorbehouden is aan eendenkooien welke op 1 april 1984 in bedrijf waren. Hoe verhoudt zich dit uitgangspunt tot nieuwe aanvragen?

(1) www.natuurmonumenten.nl

Antwoorddatum: 25 mrt. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u het antwoord toekomen op de vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) over het oprichten van eendenkooien.

1. Bent u op de hoogte van het feit dat er momenteel aanvragen gedaan worden voor de vergunningen voor (her)oprichting van eendenkooien?

Bij mijn departement zijn geen aanvragen voor registratie van nieuwe eendenkooien binnengekomen. In de Flora- en faunawet is opgenomen dat alleen geregistreerde eendenkooien daadwerkelijk mogen worden gebruikt voor de vangst. Daarbij geldt dat alleen bestaande eendenkooien, die reeds in 1984 waren geregistreerd, om de vijf jaar opnieuw kunnen worden geregistreerd. Om hiervoor in aanmerking te komen moet een eendenkooi voldoen aan de eisen die de Flora- en faunawet stelt. Dat leidt ertoe dat het aantal geregistreerde eendenkooien langzaam afneemt, hetgeen onderwerp van gesprek is tussen de kooikervereniging en medewerkers van mijn departement. Artikel 56 van de Flora- en faunawet staat thans geen registratie van nieuwe, of herregistratie van vervallen, eendenkooien toe.

2. Deelt u de mening dat de inrichting van dergelijke middelen tot instandhouding en uitbreiding van de hobbyjacht, passen in de geest van de Flora- en faunawet, die uitgaat van de bescherming van dieren?

Eendenkooien hebben naast de jacht ook belangrijke andere functies. Het zijn veelal juist deze andere functies die kooikers de motivatie geven om een eendenkooi te onderhouden. Zo werken eendenkooikers mee aan onderzoek, bijvoorbeeld monitoring in het kader van de vogelgriep en ringenonderzoek. Ook hebben eendenkooien een belangrijke cultuurhistorische waarde. Bovendien is een eendenkooi een stiltegebied waarvan zowel flora als fauna profiteert.
Daarnaast wordt met eendenkooien gejaagd op de wilde eend. Deze soort komt in grote aantallen voor in ons land. De ‘gunstige staat van instandhouding’ van deze soort is niet in het geding. Daarom is deze soort in een beperkte periode bejaagbaar. Bij de jacht moet de zorgplicht van de Flora- en faunawet in acht worden genomen. Dit betekent dat bij de uitvoering van de jacht moet worden voorkomen dat de dieren onnodig lijden.

3. Deelt u de mening dat het fokken ten behoeve van de vangst/jacht van eenden past onder de noemer "cultuurhistorisch landschapselement"? Is hiervan ook sprake wanneer een dergelijke eendenkooi ten behoeve van en in beheer bij particulieren is?

Voor de vangst van eenden met een eendenkooi worden zogenaamde staleenden ingezet. Dat zijn eenden die gewend zijn om op de kooi te verblijven. Deze staleenden zijn gewoonlijk wel op de kooi geboren, maar zijn niet in gevangenschap gefokt. Eendenkooien hebben een belangrijke cultuurhistorische waarde. Deze waarde is niet afhankelijk van degene door wie de eendenkooi wordt beheerd.

4. Deelt u de mening dat in het geval van eendenkooien sprake is van een vorm van natuurontwikkeling zoals bedoeld in de landgoedregeling? Is het oprichten van een eendenkooi niet veeleer in strijd met natuurontwikkeling en zou dit om die reden de stichting van een landgoed niet eerder in de weg staan dan mogelijk maken?

Bij natuurontwikkeling is sprake van de aanleg van nieuwe natuur. Daar is met betrekking tot de eendenkooien geen sprake van. Immers alleen eendenkooien die reeds in 1984 waren geregistreerd komen in aanmerking voor herregistratie. Er komen in de huidige situatie dus geen nieuwe eendenkooien bij.

5. Deelt u de mening dat het oprichten van eendenkooien op gespannen voet zou kunnen staan met het beschermen van weidevogels in omringende weilanden, zoals onder meer de opvatting is van Vereniging Natuurmonumenten?

In een open landschap, dat geschikt is voor weidevogels, kan opgaande beplanting weidevogels van vestiging doen afzien. Het oprichten van nieuwe eendenkooien zou daardoor mogelijk een negatief effect kunnen hebben op de populatieomvang van weidevogels. Er komen echter geen nieuwe eendenkooien bij en bestaande eendenkooien zijn geenszins de oorzaak van de achteruitgang van weidevogels. Toen het nog goed ging met de weidevogels waren er immers meer eendenkooien in gebruik dan nu.

6. Bent u bereid de vergunningverlening voor de aanleg van eendenkooien tenminste aan banden te leggen totdat meer inzicht verkregen is in de mogelijke schadelijke neven¬effecten van het oprichten van eendenkooien en de maatschappelijke wenselijkheid hiervan?

Vergunningverlening voor nieuwe eendenkooien is op dit moment niet aan de orde. Zie mijn antwoord op vraag 1.

7. Kunt u aangeven of aanvragen getoetst worden op artikel 56 1e lid van de Flora- en faunawet, waarin aangegeven wordt dat verlenging voor een vergunning voor een eendenkooi voorbehouden is aan eendenkooien welke op 1 april 1984 in bedrijf waren? Hoe verhoudt zich dit uitgangspunt tot nieuwe aanvragen?

Zie mijn antwoord op vraag 1.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg