Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over boetes aan pluim­vee­houders


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over boetes aan pluimveehouders.

1. Kent u het bericht ‘Tuchtgerecht PVE beboet dertien pluimvee pluimveehouders1’?

2. Is het juist dat 5 pluimveehouders schuldig bevonden zijn aan het niet uitvoeren van verplicht onderzoek naar campylobacter of salmonella?

3. Is het juist 4 pluimveehouders na positieve uitslag of geconstateerde overtreding de nodige vervolgstappen hebben verzuimd?

4. Is het juist dat 3 pluimveehouders hadden verzuimd NCD onderzoek te laten uitvoeren?

5. Kunt u aangeven welke overtreding bij de 13e pluimveehouder uit het bericht is geconstateerd en welke sanctie heeft plaatsgevonden in dat geval?

6. Kunt u aangeven welk deel van de opgelegde boetes voorwaardelijk was?

7. Bent u met mij van mening dat deels voorwaardelijke boetes tussen de 300 en 1125 euro wel erg laag zijn voor overtredingen die de volksgezondheid in gevaar brengen en zelfs tot dodelijke slachtoffers onder mensen kunnen leiden? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u zorgen voor strengere sancties? Zo neen, waarom niet?

8. Kunt u aangeven hoe de verhouding is tussen het tuchtgerecht PVE en de AID?

9. In hoeverre hangt het toekennen van tuchtrecht aan de sector samen met het handhavingtekort bij het economisch strafrecht? In hoeverre komen de sancties overeen?

10. Vindt u het juist dat zware overtredingen die volksgezondheidsbelangen raken door de sector zelf worden gesanctioneerd? In hoeverre is sprake van ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’?

11. Bent u met mij van mening dat opsporing en handhaving van overtredingen in de voedingssector in principe overheidstaken zouden behoren te zijn? Zo ja, op welke wijze wilt u hier invulling aan geven? Zo neen, waarom niet?

1 www.agd.nl/1087968/Nieuws/Artikel/Tuchtgerecht-PVE-beboet-dertien-pluimveehouders.htm

Antwoorddatum: 1 dec. 2009

Hierbij stuur ik u, in afstemming met de minister van VWS, de antwoorden op de Kamervragen van het lid Thieme (PvdD) inzake boetes aan pluimveehouders (Ingezonden 5 november 2009).

Vraag 1
Kent u het bericht “Tuchtgerecht Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) beboet dertien pluimvee pluimveehouders”? ¹)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Is het waar dat vijf pluimveehouders schuldig bevonden zijn aan het niet uitvoeren van verplicht onderzoek naar campylobacter of salmonella?

Antwoord
De in het krantenartikel aangehaalde uitspraken hierover, zijn de op 6 oktober 2009 gedane uitspraken en het betreft de volgende overtredingen:
Het niet tijdig verrichten van een algemeen hygiëneonderzoek van de stal (2 gevallen).
Het nalaten van een halfjaarlijks onderzoek naar de aanwezigheid van Campylobacter.
Overtreding van enkele voorschriften inzake Salmonella of Campylobacter (2 gevallen). Het betreft hier met name het nalaten van verplicht vervolg­onderzoek nadat de stal na geconstateerde besmetting is gereinigd en gedesinfecteerd.

Vraag 3
Is het waar dat vier pluimveehouders na een positieve uitslag of geconstateerde overtreding de nodige vervolgstappen hebben verzuimd?

Antwoord
Zie antwoord bij vraag 2, laatste bolletje. Het gaat om twee gevallen waarbij overigens wel werd gereinigd en gedesinfecteerd.

Vraag 4
Is het waar dat drie pluimveehouders hebben verzuimd onderzoek naar New Castle Disease (NCD) te laten uitvoeren?

Antwoord
Drie pluimveehouders hebben nagelaten, om na het vaccineren tegen Newcastle Disease, een voor de volksgezondheid ongevaarlijke pluimveeziekte, het effect van deze vaccinatie door middel van bloedonderzoek te (laten) verifiëren.
De hoogte van de opgelegde boete is gerelateerd aan de bespaarde kosten van onderzoek, de grootte van het bedrijf en de houding van de ondernemer.

Vraag 5
Kunt u toelichten welke overtreding bij de 13e pluimveehouder uit het bericht is geconstateerd en welke sanctie heeft plaatsgevonden in dat geval?

Antwoord
Er is sprake van acht verschillende pluimveehouders, met in totaal negen opgelegde tuchtmaatregelen inzake de bestrijding van Salmonella of Campylobacter en drie tuchtmaatregelen inzake de bestrijding van Newcastle Disease, in totaal twaalf overtredingen. Het lijkt erop dat het krantenbericht het aantal beboete pluimveehouders niet juist weergeeft.

Vraag 6
Kunt u uiteenzetten welk deel van de opgelegde boetes voorwaardelijk was?

Antwoord
In de zes zaken waarin een voorwaardelijke boete is gegeven, is behoudens één geval sprake van de helft als voorwaardelijk deel. Slechts bij één overtreding is er een groter deel voorwaardelijk opgelegd.

Vraag 7
Deelt u de mening dat deels voorwaardelijke boetes tussen de 300 en 1125 euro wel erg laag zijn voor overtredingen die de volksgezondheid in gevaar brengen en zelfs tot dodelijke slachtoffers onder mensen kunnen leiden? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u strengere sancties mogelijk maken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Onderhavige regelgeving inzake de bestrijding van Salmonella en Campylobacter bij pluimvee is op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in medebewind vastgesteld. In de medebewindsopdracht is de afweging gemaakt welke voorschriften strafrechtelijk en welke voorschriften tuchtrechtelijk worden gehandhaafd. Voorschriften waarbij de volksgezondheid direct in het geding is worden altijd strafrechtelijk gehandhaafd. Slechts administratieve en preventieve voorschriften waarbij de volksgezondheid niet direct in het geding is, worden tuchtrechtelijk gehandhaafd.
Bij het opleggen van boetes wordt bovendien rekening gehouden met de specifieke situatie (bijvoorbeeld de bedrijfsgrootte en de houding van de ondernemer). Ik zie geen reden om de adequaatheid van de door professionele rechters opgelegde tuchtrechtelijke boetes in twijfel te trekken.

Vraag 8
Kunt u toelichten hoe de verhouding is tussen het tuchtgerecht van de PVE en de Algemene Inspectiedienst (AID)?

Antwoord
Zowel het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren als het Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees hebben geen directe contacten met de AID en functioneren onafhankelijk. De tuchtrechtspraak, gebaseerd op de Wet tucht­rechtspraak bedrijfsorganisatie 2004, is bij genoemde tuchtgerechten in handen van professionele rechters, bijgestaan door deskundige leden. Tegen uitspraken van deze tuchtgerechten staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Wel zijn er contacten tussen het productschap zelf en de AID. Door de AID geconstateerde feiten kunnen door de voorzitter van het product­schap aan het tuchtgerecht ter beoordeling worden voorgelegd mits op het overtreden voorschrift tuchtrechtelijke maatregelen zijn gesteld. De voorzitter van het productschap kan bij vermoedens van overtredingen van strafrechtelijk te handhaven bepalingen hiervan melding doen aan de AID. De AID kan dan een onderzoek instellen. Strafrechtelijke afhandeling sluit afhandeling in de tuchtrechtelijke lijn niet uit.

Vraag 9
In hoeverre hangt het toekennen van tuchtrecht aan de sector samen met het handhavingtekort bij het economisch strafrecht? In hoeverre komen de sancties overeen?

Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 7 en 8. Strafrechtelijke en tuchtrechtelijke afhandeling functioneren onafhankelijk van elkaar en sluiten elkaar niet uit. Het tuchtgerecht beschikt naast het opleggen van geldboetes en het geven van een berisping ook over andere mogelijke maatregelen zoals verscherpte onder­toezichtstelling en publicatie van de uitspraak (met naam en toenaam) op kosten van betrokkene.

Vraag 10
Hoe beoordeelt u het dat zware overtredingen die volksgezondheidsbelangen raken door de sector zelf worden gesanctioneerd? In hoeverre is sprake van ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’?

Antwoord
Zoals uiteengezet bij vraag 7 is in de voorliggende uitspraken de volksgezondheid niet direct in het geding. Zware overtredingen, waarbij de volksgezondheid direct in het geding is, worden altijd strafrechtelijk gehandhaafd.
Overigens worden overtredingen niet door de sector zelf gesanctioneerd, maar door het Tuchtgerecht dat is ingesteld op grond van de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004, waarin onafhankelijke rechters zitting hebben.

Vraag 11
Deelt u de mening dat opsporing en handhaving van overtredingen in de voedings­sector in principe overheidstaken zouden behoren te zijn? Zo ja, op welke wijze wilt u hieraan invulling geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Opsporing en handhaving zijn overheidstaken. Voor opsporing en strafrechtelijke handhaving van de pluimveeregelgeving op grond van de GWWD zijn de AID en het OM bevoegd. De tuchtrechtelijke handhaving op grond van productschaps­verordeningen is in handen van de productschappen en hun tuchtgerechten, die ook een publiekrechtelijke status hebben.
Dat laat onverlet dat de Europese wetgeving voor levensmiddelen duidelijk de primaire verantwoordelijkheid voor de veiligheid van levensmiddelen bij de producent legt.
In het verlengde hiervan kan een sector besluiten tot collectieve invulling van deze verantwoordelijkheid. De sector kan een vrijwillig kwaliteitssysteem instellen, met private controle-instanties die op de naleving van wettelijke en boven­wettelijke normen controleren. Deze private controles komen overigens niet in de plaats van overheidstoezicht en handhaving door de overheid; de overheid kan onder voorwaarden wel bij de invulling van het toezicht rekening houden met die controles (toezicht op controle).

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg