Kamer­vragen aan de ministers van LNV, VROM en Ontwik­ke­lings­sa­men­werking over de ethische uitda­gingen in de landbouw


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en van Ontwikkelingssamenwerking over de ethische uitdagingen in de landbouw

1. Kent u het bericht 'Landbouw staat voor ethische uitdagingen1'?

2. Bent u met professor Korthals van mening dat de landbouw- en voedselproductie niet voldoet aan de ethische eis van duurzaamheid, het de kloof vergroot tussen arm en rijk en bijdraagt aan ongezond gedrag van consumenten? Zo neen, waarom niet en waarop baseert u zich daarbij?

3. Bent u met professor Korthals van mening dat de landbouw een verkleining van de ecologische voetafdruk als belangrijke uitdaging zou moeten beschouwen? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de landbouw overtuigen van de noodzaak om op dit terrein concrete resultaten te boeken? Zo neen, waarom niet?

4. Bent u met professor Korthals van mening dat de landbouw de vragen wat mondiale duurzame productie en wat rechtvaardige internationale handel kunnen betekenen en van wie de aarde, de genen en de natuur zijn als belangrijke uitdagingen zou moeten beschouwen? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de landbouw overtuigen van de noodzaak om op dit terrein concrete resultaten te boeken? Zo neen, waarom niet?

5. Bent u met professor Korthals van mening dat de landbouw de ethisch gezien wenselijke co-existentie van divergerende waarden en convergerende technologieën als een belangrijke uitdaging zou moeten beschouwen? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de landbouw overtuigen van de noodzaak om op dit terrein concrete resultaten te boeken? Zo neen, waarom niet?

6. Bent u met professor Korthals van mening dat de landbouw de voedingsconsumptie en de rol van supermarkten daarbij en ten slotte de rol van de overheid bij duurzame, armoede reducerende en kwalitatieve voedingsproductie als een belangrijke uitdaging zou moeten beschouwen? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de landbouw overtuigen van de noodzaak om op dit terrein concrete resultaten te boeken? Zo neen, waarom niet?

7. Kunt u aangeven of bovengenoemde aspecten onderdeel uitmaken van de ethische training die 50 LNV ambtenaren krijgen2 en in welke mate dat het geval is?

8. Kunt u aangeven welke selectiecriteria gehanteerd zijn om te bepalen welke ambtenaren de ethiek training mogen volgen en waarom het aantal tot 50 beperkt is? Bent u bereid dat aantal uit te breiden? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

9. Bent u van mening dat een kennisdeficiëntie op het gebied van ethiek slechts voor 50 LNV ambtenaren geldt, of is er een andere reden de training slechts aan een beperkt aantal ambtenaren aan te bieden?

1 www.mdweekly.nl/921005/landbouw-staat-voor-ethische-uitdagingen

2www.refdag.nl/artikel/1440143/Ambtenaren+LNV+volgen+ethische+training.html

Antwoorddatum: 4 jan. 2010

Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), mede namens de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en voor Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 29 december 2009)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009-2010, nr. 742

Vraag 1
Kent u het bericht “Landbouw staat voor ethische uitdagingen”?[1]

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Deelt u de mening van professor Korthals dat de landbouw- en voedselproductie niet voldoet aan de ethische eis van duurzaamheid, dat deze de kloof vergroot tussen arm en rijk en bijdraagt aan ongezond gedrag van consumenten? Zo nee, waarom niet en waarop baseert u zich daarbij?

Vraag 3
Deelt u de mening van professor Korthals dat de landbouwsector een verkleining van de ecologische voetafdruk als belangrijke uitdaging zou moeten beschouwen? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de landbouwsector overtuigen van de noodzaak om op dit terrein concrete resultaten te boeken? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4
Deelt u de mening van professor Korthals dat de landbouwsector de vragen wat mondiale duurzame productie en wat rechtvaardige internationale handel kunnen betekenen, en van wie de aarde, de genen en de natuur zijn, als belangrijke uitdagingen zou moeten beschouwen?
Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de landbouwsector overtuigen van de noodzaak om op dit terrein concrete resultaten te boeken? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5
Deelt u de mening van professor Korthals dat de landbouwsector de ethisch gezien wenselijke co-existentie van divergerende waarden en convergerende technologieën als een belangrijke uitdaging zou moeten beschouwen? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de landbouwsector overtuigen van de noodzaak om op dit terrein concrete resultaten te boeken? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6
Deelt u de mening van professor Korthals dat de landbouwsector de voedings­consumptie en de rol van supermarkten daarbij, en ten slotte de rol van de overheid bij duurzame, armoede reducerende en kwalitatieve voedingsproductie, als een belangrijke uitdaging zou moeten beschouwen? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de landbouwsector overtuigen van de noodzaak om op dit terrein concrete resultaten te boeken? Zo nee, waarom niet?

Antwoorden
Het is duidelijk dat de mondiale landbouw- en voedselproductie een enorme duur­zaamheidopgave heeft. Om die reden is het thema ‘Biodiversiteit, Voedsel en Vlees’ een van de speerpunten van de Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ont­wikke­ling (KADO). Het kabinet werkt via een breed pakket aan een duurzamer mondiaal voedselsysteem en een mondiale koploperspositie voor Nederland op het gebied van duurzaam voedsel. Daarbij spelen de ecologische voetafdruk en recht­vaardige handel een centrale rol. De filosofie van het kabinet daarbij is partner­schap: tussen ketenpartijen, overheid, maatschappelijke organisaties, en tussen Nederland en internationale partners. De Nederlandse landbouwsector speelt in dit partnerschap een actieve rol en is zich bewust van de mondiale opgave.
Dit bewust­zijn blijkt onder meer uit concrete afspraken en initiatieven zoals het Convenant Verduurzaming Dierlijke Producten en de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij. Ook neemt de sector zelf diverse initiatieven.

Vraag 7
Kunt u uiteenzetten of bovengenoemde aspecten onderdeel uitmaken van de ethiektraining die vijftig LNV-ambtenaren krijgen, [2]) en in welke mate dat het geval is?

Vraag 8
Kunt u toelichten welke selectiecriteria gehanteerd zijn om te bepalen welke ambtenaren de ethiektraining mogen volgen en waarom het aantal tot vijftig beperkt is? Bent u bereid dit aantal uit te breiden? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Vraag 9
Bent u van mening dat een kennisdeficiëntie op het gebied van ethiek slechts voor vijftig LNV-ambtenaren geldt, of is er een andere reden de training slechts aan een beperkt aantal ambtenaren aan te bieden?

Antwoorden
De ethiektraining wordt in eerste instantie gegeven aan beleidsmedewerkers die zich bezighouden met de vraagstukken die spelen in het kader van de Uitvoerings­agenda Duurzame Veehouderij, de Nota Dierenwelzijn en de Nationale Agenda Diergezondheid. De training heeft als doel om de kennis van beleidsmedewerkers over ethiek te vergroten en om beleidsmedewerkers in staat te stellen om de ethische dimensie in hun werk te kunnen hanteren op een manier die recht doet aan de diversiteit in de samenleving. Daarbij komt ook het ethisch toetsingskader aan de orde, zoals dat is gepresenteerd in de nota naar aanleiding van het verslag betreffende de Wet dieren (TK vergaderjaar 2008-2009, 31389, nr. 9). Na de training van deze eerste groep beleidsmedewerkers wordt bekeken of de training ook breder in het departement wordt aangeboden.