Kamer­vragen aan de ministers van LNV en van Justitie over het doden van katten.


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Justitie over het doden van katten.

1. Kent u het bericht 'werkstraf voor doodslaan eigen katten'1?

2. Is het juist dat een niet verschenen verdachte die op een gruwelijke wijze drie katten had omgebracht, een werkstraf van slechts 30 uur heeft gekregen?

3. Is het juist dat de vriend die meehielp bij het ombrengen van de katten niet is veroordeeld? Zo ja, waarom niet? Zo nee, welke straf heeft de mededader gekregen?

4. Hoe beoordeelt u de werkstraf in relatie tot uw voornemen om dierenbeulen strenger te straffen?

5. Bent u van mening dat van 30 uur taakstraf een voldoende afschrikwekkende werking uitgaat naar andere dierenbeulen? Zo ja, waarom? Zo nee, op welke wijze kunt u voorkomen dat dergelijke symbolische straffen vaker worden opgelegd voor zware mishandeling van en doodslag op dieren?

6. Kunt u aangeven of het OM in hoger beroep gaat tegen het vonnis? Zo nee, waarom niet?

7. Welke strafmaat was geëist en bent u van mening dat de eis zwaar genoeg was?

8. Bent u met mij van mening dat het niet verschijnen voor de rechtbank als een verzwarende omstandigheid dient te worden beschouwd? Zo nee, waarom niet?

9. Bent u bereid in overleg te treden met het OM over de overwegingen om al dan niet in hoger beroep te gaan gelet op de verkeerde voorbeeldwerking die van het vonnis uit kan gaan? Zo nee, waarom niet?

1www.nu.nl/algemeen/2076979/werkstraf-voor-doodslaan-eigen-katten.html

Antwoorddatum: 5 okt. 2009


In antwoord op uw brief van 10 september 2009 deel ik u mee, mede namens mijn ambtgenote van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dat de schriftelijke vragen van het lid Thieme (PvdD) van uw Kamer over het doden van katten (ingezonden 10 september 2009) worden beantwoord zoals is aangegeven in de bijlage bij deze brief.

De Minister van Justitie,


2009Z16197

Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van Justitie en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het doden van katten. (Ingezonden 10 september 2009)

Vraag 1
Kent u het bericht “Werkstraf voor doodslaan eigen katten”1?

Antwoord
Ja.


Vraag 2
Is het waar dat een niet verschenen verdachte die op een gruwelijke wijze drie katten had omgebracht, een werkstraf van slechts 30 uur heeft gekregen?

Vraag 3
Is het waar dat de vriend die meehielp bij het ombrengen van de katten niet is veroordeeld? Zo ja, waarom niet? Zo nee, welke straf heeft de mededader gekregen?

Vraag 6
Welke strafmaat was geëist en bent u van mening dat de eis zwaar genoeg was?

Antwoorden 2, 3 en 6
In opdracht van de officier van justitie van het Openbaar Ministerie te Assen is op 18 maart 2008 een persoon aangehouden op verdenking van dierenmishandeling. Bij zijn verhoor op 18 maart 2009 heeft de verdachte bekend samen met een andere persoon twee katten te hebben gedood. De andere persoon - die op 19 maart 2009 is verhoord en de lezing van de verdachte heeft bevestigd - heeft bekend nog een derde kat te hebben gedood.

De officier van justitie heeft aan beide verdachten een werkstraf van 20 uur aangeboden.
De eigenaar van de katten heeft zijn werkstraf niet naar behoren uitgevoerd. Hij is daarop gedagvaard. De officier van justitie heeft de strafeis verhoogd naar aanleiding van het niet naar behoren uitvoeren van de taakstraf naar 30 uur. Zie hieromtrent verder het antwoord op vraag 9.

Vraag 4
Hoe beoordeelt u de werkstraf in relatie tot uw voornemen om dierenbeulen strenger te straffen?

Vraag 5
Bent u van mening dat van 30 uur taakstraf een voldoende afschrikwekkende werking uitgaat naar andere dierenbeulen? Zo ja, waarom? Zo nee, op welke wijze kunt u voorkomen dat dergelijke symbolische straffen vaker worden opgelegd voor zware mishandeling van en doodslag op dieren?

Antwoorden 4 en 5
Binnen het huidige wettelijke kader acht ik de eis passend. Zie overigens het antwoord op vraag 9. Op 18 oktober aanstaande bespreekt de Kamer de aanpassing van het wetboek van strafrecht2 dat ertoe strekt zwaardere straffen voor het doden van dieren mogelijk te maken.

Vraag 7
Deelt u de mening dat het niet verschijnen voor de rechtbank als een verzwarende omstandigheid dient te worden beschouwd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7
Het feit dat de verdachte niet ter zitting is verschenen, geldt niet als verzwarende omstandigheid aangezien de verdachte geen verplichting heeft om te verschijnen.

Vraag 8
Kunt u uiteenzetten of het OM in hoger beroep gaat tegen het vonnis? Zo nee, waarom niet?


Vraag 9
Bent u bereid in overleg te treden met het OM over de overwegingen om al dan niet in hoger beroep te gaan gelet op de verkeerde voorbeeldwerking die van het vonnis uit kan gaan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8 en 9
Als een strafbaar feit volgens de officier van justitie kan worden bewezen, wordt door middel van de zgn. BOS Polaris-richtlijnen gekeken welke straf wordt geëist. In dit specifieke geval was de aangeboden werkstraf hoger dan het systeem aangaf. Doordat één verdachte zijn werkstraf niet naar behoren heef uitgevoerd, is de verdachte gedagvaard. Bij het niet naar behoren uitvoeren van een werkstraf wordt er een hogere straf geëist door het Openbaar Ministerie. Aangezien het vonnis conform de eis ter zitting was, heeft het openbaar ministerie geen aanleiding gezien hoger beroep in te stellen. Nader overleg acht ik daarom niet nodig.


1Nu.nl, 7 september 2009
www.nu.nl/algemeen/2076979/werkstraf-voor-doodslaan-eigen-katten.html
2Voorstel van wet van de leden Waalkens en Ormel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het verhogen van de maximale proeftijd voor misdrijven die de gezondheid of het welzijn van dieren benadelen, en in verband met het verhogen van het strafmaximum voor onder meer het doden van andermans dieren, Kamerstukken II 2005/06, 30 511, nr. 5.