Kamer­vragen aan de ministers van LNV en Justitie over de opvang van verkeers­slacht­offers onder in het wild levende dieren


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de ministers van LNV en Justitie over de opvang van verkeersslachtoffers onder in het wild levende dieren

  1. Bent u op de hoogte van onderlinge afspraken tussen politie en jagers om dierenambulances uit te sluiten van het verlenen van hulp of opvang aan bijvoorbeeld in het verkeer gewond geraakte dieren zoals reeën?
  2. Acht u het correct dat politie en Wild Beheer Eenheden (WBE’s) in onderling overleg besluiten tot een dergelijke uitsluiting? Acht u dit behoren tot hun competentie?
  3. Hoe verhoudt zich een dergelijke werkwijze tot artikel 14 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, lid 1 en 2 waarin staat dat zieke en gewonde dieren vervoerd mogen worden naar een erkend opvangadres? Kunt u aangeven waarom de politie in deze kwestie de dierenambulance uitsluit voor het vervoer van in het verkeer gewond geraakte dieren?
  4. Bent u op de hoogte van het lot van zogende jonge dieren die worden aangetroffen door jagers en politie na een verkeersongeval waarin de moeder gedood of gewond is? Bent u van mening dat dergelijke (gezonde) jongen gedood mogen worden door jagers en/of politie? Zo ja, op welke verhoudt zich dat tot de flora en faunawet? Zo neen, hoe regelt u adequate opvang voor deze jongen?
  5. Bent u op de hoogte van het feit dat gemeenten op individuele basis een beloning bieden aan WBE’s voor het ophalen van zogenoemd valwild (Epe, 50€ per ree, bijlage). Bent u bereid dierenambulances niet alleen de garantie te geven dat ze in het wild levende dieren mogen blijven helpen, maar ze daarbij ook tegemoet te komen in de gemaakte kosten van hulp en opvang? Zo ja op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
  6. Bent u op de hoogte van de bestemming van gelden die ontvangen worden door politie en WBE’s bij het leveren van verkeersslachtoffers aan de poelier? Is er toezicht op omvang en besteding van deze geldstromen? Hoe voorkomt u dat politie en jagers belanghebbend zijn door deze geldstromen?
  7. Bent u bereid tot het ontwikkelen van landelijk beleid waarbij de opvang van in het wild levende dieren bevorderd en van overheidswege gesteund wordt, en waarin dierenambulances de zekerheid hebben niet in hun reddingswerk gedwarsboomd te worden door politie, bijzondere opsporingsambtenaren en/of jagers? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Antwoorddatum: 14 mei 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, antwoord op de vragen van het Kamerlid Thieme (Partij voor de Dieren) over de opvang van verkeersslachtoffers onder in het wild levende dieren.

1
Bent u op de hoogte van onderlinge afspraken tussen politie en jagers om dieren¬ambulances uit te sluiten van het verlenen van hulp of opvang aan bijvoorbeeld in het verkeer gewond geraakte dieren zoals reeën?

De valwildregeling Achterhoek en IJsselstreek (Oost) die sinds 1 maart van dit jaar van kracht is, is bij mij bekend. Deze regeling is opgesteld met als doel om in situaties waarbij de verkeersveiligheid in het geding is snel te kunnen handelen en om daarbij dierenleed zoveel als mogelijk te voorkomen. Daarbij wordt inderdaad niet langer gebruik gemaakt van de inzet van de dierenambulance.

2
Acht u het correct dat de politie en Wildbeheereenheden (WBE’s) in onderling overleg besluiten tot een dergelijke uitsluiting? Behoort dit tot hun competentie?

Politie en Wildbeheereenheden zijn bevoegd om gezamenlijk afspraken te maken over het doden of vervoeren naar opvang van in het verkeer gewond geraakte beschermde inheemse dieren. De wijze waarop vervoer plaatsvindt, hetzij met eigen vervoer, hetzij met een dierenambulance, is dus aan de politie en Wildbeheereenheden. Wildbeheereenheden zijn deskundig om de afweging te maken of een gewond dier of achtergebleven jong voor opvang en rehabilitatie in aanmerking komt.


3
Hoe verhoudt zich een dergelijke werkwijze tot artikel 14 van de Flora- en faunawet,
lid 1 en lid 2? Hoe verhoudt dit zich tot lid 3 van deze wet waarin staat dat reeën vervoerd mogen worden naar een erkend opvangadres?


Ik veronderstel dat de vraag doelt op lid 1, 2 en 3 van artikel 14 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten (Stb. 2000, nr. 525). Lid 1 en 2 van artikel 14 van dat besluit geven aan dat het vervoer van zieke of gewonde beschermde inheemse dieren mag, indien deze binnen 12 uur worden overgedragen aan een bevoegd opvang- en verzorgingsadres. Lid 3 geeft aan dat bij vervoer van zieke of gewonde reeën, edelherten, damherten of wilde zwijnen, eerst melding moet zijn gedaan bij het betrokken politie¬korps en dat het vervoer moet plaatsvinden door een door de politie aangewezen vervoerder. De door u bedoelde “werkwijze” is voor reeën geheel in overeenstemming met deze bepalingen.

4
Bent u op de hoogte van het lot van zogende jonge dieren die worden aangetroffen door jagers en politie na een verkeersongeval waarin de moeder gedood of gewond is? Deelt u de mening dat dergelijke (gezonde) jongen gedood mogen worden door jagers of politie? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de Flora- en faunawet? Zo neen, hoe regelt u adequate opvang voor deze jongen?

Ik ben van mening dat de bestaande regelingen voor deze dieren, die mogen worden opgevangen en verzorgd of mogen worden gedood, passen binnen de bepalingen van de Flora- en faunawet en daarop gebaseerde regelgeving. Uitgangspunt bij of beschermde inheemse dieren voor opvang en verzorging in aanmerking komen is dat dieren snel en verantwoord terug moeten kunnen keren naar de natuur.

5 en 6
Bent u op de hoogte van het feit dat gemeenten op individuele basis een beloning bieden aan Wildbeheereenheden voor het ophalen van zogenoemd valwild? Bent u bereid dierenambulances niet alleen de garantie te geven dat ze in het wild levende dieren mogen blijven helpen, maar ze daarbij ook tegemoet te komen in de gemaakte kosten van hulp en opvang? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Bent u op de hoogte van de bestemming van gelden die ontvangen worden door de politie en Wildbeheereenheden bij het leveren van deze verkeersslachtoffers aan de poelier? Is er toezicht op de omvang en de besteding van deze geldstromen? Hoe voorkomt u dat de politie en de jagers belanghebbend zijn door deze geldstromen?

De wegbeheerder (en dat kan een gemeente zijn, maar ook de provincie of het Rijk) betaalt een vergoeding voor het ophalen van valwild aan de Faunabeheereenheid.

Deze vergoeding kan deels worden gebruikt om de onkosten van de valwildverlofhouders (de groene Buitengewoon Opsporingsambtenaar in bezit van een jachtakte) te vergoeden. Daartoe worden ook eventuele opbrengsten van wild door de poelier aan de Fauna¬beheereenheid overgemaakt. Ik ben niet bekend met individuele vergoedingen aan politie of Wildbeheereenheden.

Zoals ik mijn recente beantwoording van Kamervragen over dierenwelzijn
(Kamerstukken II vergaderjaar 2006-2007, nr. 1094) heb aangegeven, vind ik het werk dat door de dierenambulances wordt verricht waardevol, maar past een landelijke subsidie voor het werk van de dierenambulances niet in het overheidsbeleid.

De overheid steunt de opvang van in het wild levende dieren niet financieel omdat het beleid gericht is op de bescherming van populaties van in het wild levende soorten en niet op individuele dieren (zie ook beantwoording vragen lid Graus, PVV d.d. 7 december 2006; (Kamerstukken II vergaderjaar 2006-2007, nr. 24, 1694-1703).

7
Bent u bereid tot het ontwikkelen van een landelijk beleid waarbij de opvang van in het wild levende dieren bevorderd en van overheidswege gesteund wordt en waarin dierenambulances de zekerheid hebben niet in hun reddingswerk gedwarsboomd te worden door politie, bijzondere opsporingsambtenaren of jagers? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Nee, zoals beargumenteerd in de antwoorden op vraag 4 en 5, wordt het vervoer en de opvang van in het wild levende dieren niet van overheidswege gesteund. Wel heb ik financiële middelen beschikbaar gesteld aan de Vereniging Opvangcentra Niet-gedomesticeerde Dieren (VOND) om een kwaliteitsprotocol te ontwikkelen voor de opvang van wilde inheemse dieren. De opvangsector kan zo zelf aangeven wat kwalitatief goede opvang behelst en zo het welzijn van de wilde dieren in opvangcentra waarborgen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg