Kamer­vragen aan de minister van LNV over bijvangst van bruin­vissen


Indiendatum: apr. 2007

Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Minister van LNV over bijvangst van bruinvissen

  1. Bent u bekend met de recente berichten van de Faunabescherming (1) en Omrop Fryslân (2) over aan stukken gesneden bruinvissen die in toenemende getale worden aangetroffen op Nederlandse stranden?

  2. Wat is uw mening over het feit dat wetenschappers aangeven dat deze mutilaties pogingen zijn om bewijslast van bijvangsten te verbergen? Bent u bereid om maatregelen te treffen tegen deze praktijk van het stuksnijden van bruinvissen die als bijvangst worden gevangen?

  3. Is het waar dat meer dan de helft van alle in Nederland aangespoelde bruinvissen door verdrinking in visnetten om het leven is gekomen?

  4. Kunt u aangeven hoeveel bruinvissen per jaar het slachtoffer worden van bijvangst door Nederlandse vissers?

  5. Welke maatregelen heeft u tot nu toe genomen om bijvangst van bruinvissen door Nederlandse vissers te voorkomen? Bent u bereid om meer effectieve maatregelen te nemen?

  6. Kunt u aangeven wat in het algemeen het percentage bijvangst is in verschillende visserijsectoren? Zo neen, bent u bereid opdracht te geven tot aanvullend onderzoek naar bijvangst in het algemeen door Nederlandse vissers?

(1) http://www.faunabescherming.nl/interim/bruinvissen.pdf
(2) http://www.omropfryslan.nl/Mear_Nijs_38194.aspx

Indiendatum: apr. 2007
Antwoorddatum: 25 apr. 2007

Op basis van onderstaande antwoorden van minister Verburg hebben we besloten om in ieder geval bij de eerstvolgende gelegenheid aan de minister te vragen op welke termijn zij van plan is om bruinvisstrandingen in Europees kader te gaan onderzoeken, wat zij gaat doen om dat te realiseren, en op welke termijn we de ‘state of the art’ rapportage over discards en bijvangst van bruinvissen, die zij in haar brief noemt, kunnen verwachten.

Brief met de antwoorden van de minister:


Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de schriftelijke vragen van mevrouw Ouwehand (PvdD) inzake bijvangst van bruinvissen.

Vraag 1:
Bent u bekend met de recente berichten over aan stukken gesneden bruinvissen die in toenemende getale worden aangetroffen op Nederlandse stranden?

Ik ben bekend met het feit dat er recent, evenals in voorgaande jaren, bruinvissen zijn gestrand aan de Nederlandse kustzone. Deze zijn vaker dan voorheen aan stukken gesneden.

Vraag 2:
Wat is uw mening over het feit dat wetenschappers aangeven dat deze mutilaties pogingen zijn om bewijslast van bijvangsten te verbergen? Bent u bereid om maatregelen te treffen tegen deze praktijk van het stuksnijden van bruinvissen die als bijvangst worden gevangen?

Het staat buiten kijf dat ik deze excessen zeer afkeur. Ook binnen de beroepsvisserij worden deze excessen als zeer kwalijk gezien. Ik ben in gesprek met de beroepsvisserij en onderzoekers om samen te bekijken welke type(n) visserij oorzaak van de bruinvis¬strandingen van de afgelopen jaren zijn. Zodra de oorzaak is vastgesteld, kan gericht naar aanpassing van het visserijbeleid gekeken worden en naar mogelijkheden het individuele gedrag van vissers te veranderen.

Vraag 3:
Is het waar dat meer dan de helft van alle in Nederland aangespoelde bruinvissen door verdrinking in visnetten om het leven is gekomen?

Onderzoek dat in 2006 in opdracht van mij is uitgevoerd, heeft aangetoond dat van de representatieve steekproef meer dan 50% door verdrinking door bijvangst bij visserij is gestorven.

Vraag 4:
Kunt u aangeven hoeveel bruinvissen per jaar het slachtoffer worden van bijvangst door Nederlandse vissers?

In 2006 spoelden 520 dode bruinvissen aan op de Nederlandse stranden. Volgens het onderzoek zou dus meer dan de helft van deze dieren, visserij als doodsoorzaak hebben.
Naast de oorzaakanalyse van het onderzoek in 2006 is er een keer eerder op mijn verzoek een dergelijk onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn vergelijkbaar maar daar moet bij worden aangetekend dat er sinds dat onderzoek a. een toename is van het aantal bruinvissen voor de Nederlandse kust, b. dat het aantal aangespoelde dieren per jaar met ongeveer 40% toeneemt en c. dat de aard en intensiteit van de (kust)visserij is veranderd.
Of de oorzaak onder Nederlandse of buitenlandse vissers gezocht moet worden, is nog niet bekend.

Vraag 5:
Welke maatregelen heeft u tot nu toe genomen om bijvangst van bruinvissen door Nederlandse vissers te voorkomen? Bent u bereid om meer effectieve maatregelen te nemen?

LNV financiert drie onderzoeken naar optimalisatie van akoestische afschrikmiddelen (pingers) ten behoeve van het voorkomen van bijvangsten van zeezoogdieren in de ‘staandwantvisserij’. Aangezien de bruinvisstrandingen een Europees breed probleem zijn, ben ik voorstander van een Europees onderzoek naar bruinvisstrandingen en het voorkomen ervan in het kader van het Europese 7e kaderprogramma. Daar zijn zeer waarschijnlijk mogelijkheden voor.
Momenteel is er al een Europese plicht voor ‘staandwantvisserij’ met vaartuigen boven de twaalf meter om gebruik te maken van pingers. Deze verplichting is in Nederlandse regelgeving geïmplementeerd.
Bovendien is er zoals gemeld een dialoog gaande tussen onderzoekers, beroepsvissers en LNV om de oorzaak van de strandingen scherper te krijgen en te spreken over mogelijke maatregelen.

Vraag 6:
Kunt u aangeven wat in het algemeen het percentage bijvangst is in verschillende visserijsectoren? Zo neen, bent u bereid opdracht te geven tot aanvullend onderzoek naar bijvangst in het algemeen door Nederlandse vissers?

In het kader van de Europese datacollectieverordening laat ik onderzoek naar discards en bijvangsten van bruinvissen uitvoeren. Ik zal daarnaast een “state of the art” rapportage laten maken over deze problematiek, waarin alle recente informatie bijeen wordt gebracht. Deze gaat dan in op de verschillende visserijen en meer specifiek op de Nederlandse visserij. Als dit onderzoek gereed is, zal ik het de Tweede Kamer aanbieden.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer