Kamer­vragen aan de ministers van LNV en BiZa over verplaatsing van een broed­stoof voor het wettelijk beschermde `vliegend hert'


Vragen van het lid Thieme aan de ministers van LNV en Binnenlandse Zaken over verplaatsing van een broedstoof voor het wettelijk beschermde ‘vliegend hert’ .

  1. Kent u het bericht ‘Broedstoof voor vliegend hert verhuist’1?
  2. Is het waar dat de betreffende broedstoof is aangelegd als opgelegde natuurcompensatie wegens de kap van een kapitale inlandse eik ten behoeve van de aanleg van een voetbalveld? Zo neen, in het kader waarvan werd dan de bewuste broedstoof op de bedoelde plek geplaatst?
  3. Is het waar dat het vliegend hert een in Nederland bedreigde diersoort betreft en dat zowel verstoring van het dier als verstoring van de broedplaats van het dier strafbaar is?
  4. Deelt u de mening dat het onwenselijk is om natuurcompensatie te ontmantelen kort na aanleg, waarbij gebruik gemaakt is van onvervangbaar materiaal (i.c. met witrotschimmel aangetast hout van een kapitale lokale inlandse eik en mogelijk voorzien van eitjes van het vliegend hert)? Zo ja, in het kader waarvan? Zo neen, bent u bereid verstoring en verplaatsing te voorkomen?
  5. Acht u aanleg van een trainingsveld een voldoende zwaarwegend belang om verstoring van een bedreigde diersoort toe te laten?
  6. Acht u plaatsing van lichtmasten nabij een broedstoof voor een bedreigde diersoort wenselijk c.q. toelaatbaar?
  7. Bent u bereid toe te zien op het voorkomen van illegale verplaatsing van deze broedstoof voor vliegend herten, voorafgaand aan eventuele vergunningverlening?
  8. Bent u bereid gemeenten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de instandhouding van bedreigde diersoorten binnen hun gemeentegrenzen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?
  9. Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te doen naar de werkzaamheid van de inzet van broedstoven ten behoeve van bedreigde soorten als het vliegend hert, de invloed van verplaatsing van dergelijke broedstoven na aanleg en de invloed van verstorende omgevingsfactoren zoals kunstlicht en geluidsoverlast? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

(1) http://www.destentor.nl/regio/veluwenoord/nunspeet/3869172/Broedstoof-voor-vliegend-hert-verhuist.ece

Antwoorddatum: 4 nov. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik antwoord op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over verplaatsing van een broedstoof voor het wettelijk beschermde ‘vliegend hert’.

  1. Kent u het bericht ‘Broedstoof voor vliegend hert verhuist’?1

    Ja.
  2. Is het waar dat het vliegend hert een in Nederland bedreigde diersoort betreft en dat zowel verstoring van het dier als verstoring van de broedplaats van het dier strafbaar is?

    Zie mijn antwoorden op de vragen 2, 3 en 5 van uw eerdere set vragen over de bescherming van het vliegend hert.2
  3. Is het waar dat de betreffende broedstoof is aangelegd als opgelegde natuurcompensatie wegens de kap van een kapitale inlandse eik ten behoeve van de aanleg van een voetbalveld? Zo neen, in het kader waarvan werd dan de bewuste broedstoof op de bedoelde plek geplaatst?

    Zie 2.
  4. Deelt u de mening dat het onwenselijk is om natuurcompensatie te ontmantelen kort na aanleg, waarbij gebruikgemaakt is van onvervangbaar materiaal (i.c. met witrotschimmel aangetast hout van een kapitale lokale inlandse eik en mogelijk voorzien van eitjes van het vliegend hert)? Zo ja, in het kader waarvan? Zo neen, bent u bereid verstoring en verplaatsing te voorkomen?

    Er is in deze geen sprake van ontmanteling, maar van verplaatsing. Er is evenmin sprake van beschadiging, vernieling of verstoring van een (mogelijke) voortplantingsplaats van het vliegend hert. De verbodsbepalingen van artikel 11 van de Flora- en faunawet worden door het in zijn geheel verplaatsen van de broedstoof niet overtreden. Of er voldoende zwaarwegende belangen zijn voor de verplaatsing van de broedstoof is daarom niet aan de orde. Hoe verlichting een verstorend effect kan hebben op een ondergrondse broedstoof vermag ik niet in te zien.
  5. Acht u aanleg van een trainingsveld een voldoende zwaarwegend belang om verstoring van een bedreigde diersoort toe te laten?

    Zie 4.
  6. Acht u plaatsing van lichtmasten nabij een broedstoof voor een bedreigde diersoort wenselijk c.q. toelaatbaar?

    Zie 4.
  7. Bent u bereid toe te zien op het voorkomen van illegale verplaatsing van deze broedstoof voor vliegende herten, voorafgaand aan eventuele vergunningverlening?

    Zie 4.
  8. Bent u bereid gemeenten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de instandhouding van bedreigde diersoorten binnen hun gemeentegrenzen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

    De bepalingen van de Flora- en faunawet zijn ook van toepassing voor gemeenten. Ik zie toe op handhaving van die bepalingen.
  9. Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te doen naar de werkbaarheid van de inzet van broedstoven ten behoeve van bedreigde soorten als het vliegend hert, de invloed van verplaatsing van dergelijke broedstoven na aanleg en de invloed van verstorende omgevingsfactoren zoals kunstlicht en geluidsoverlast? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

    Zie mijn antwoord op de vragen 8, 9 en 11 van uw eerdere set vragen over de bescherming van het vliegend hert.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg

1http://www.destentor.nl/regio/veluwenoord/nunspeet/3869172/Broedstoof-voor- vliegend-hert-verhuist.ece
2 Kamervragen met antwoord 2006-2007, nr. 2050, Tweede Kamer