Kamer­vragen aan de ministers van Justitie, VROM en LNV over de onte­rechte verstrekking van mili­eu­ver­gun­ningen aan een nert­sen­hou­derij (Venray) en een leghen­nen­hou­derij (Groesbeek)


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Justitie, minister van VROM en de minister van LNV over de onterechte verstrekking van milieuvergunningen aan een nertsenhouderij (Venray) en een leghennenhouderij (Groesbeek)

  1. Is het waar dat op 25 april de Raad van State een verleende milieuvergunning is vernietigd voor een nertsenfokkerij in Venray waar 150.000 nertsen op jaarbasis gefokt zouden worden?
  2. Is het waar dat in 2004 een verleende milieuvergunning voor ditzelfde bedrijf in 2004 ook al door de Raad van State is vernietigd?
  3. Is het waar dat een door de gemeente Groesbeek afgegeven milieuvergunning voor de grootste leghennenhouderij in Nederland tweemaal door de Raad van State is vernietigd?
  4. Bent u van mening dat de kwaliteit van de vergunningverlening in Nederland op het gebied van milieuvergunningen voor de bio-industrie voldoende is? Zo ja, hoe verklaart u dan het tot tweemaal vernietigen van een door de gemeente Venray afgegeven vergunning voor een nertsenhouderij en het tot tweemaal vernietigen van een door de gemeente Groesbeek afgegeven vergunning voor een leghennenhouderij door de Raad van State? Zo neen, welke maatregelen gaat u nemen om de vergunningverlening te verbeteren?
  5. Bent u bereid om een onderzoek uit te laten voeren naar de rechtmatigheid en kwaliteit van afgegeven milieuvergunningen inzake de intensieve veehouderij om zo tekortkomingen en mogelijke belangenverstrengelingen op te sporen? Zo ja, op welke termijn bent u voornemens dit onderzoek uit te voeren en de resultaten te publiceren? Zo neen, waarom niet en op welke wijze wilt u dan onrechtmatige en ondeugdelijk afgegeven milieuvergunningen voorkomen?
  6. In hoeverre hebben gemeenten beleidsruimte om af te geven milieuvergunningen zodanig te interpreteren dat daarmee de kwaliteit van de milieuvergunning onder druk kan komen te staan?
  7. In hoeverre kan de landelijke overheid sturen in het bewaken en waarborgen van de kwaliteit en rechtmatigheid van afgegeven milieuvergunningen en hoe wordt deze sturing in de dagelijkse praktijk vormgegeven?

Antwoorddatum: 20 jun. 2007

Geachte voorzitter,

Hierbij bied ik u mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de antwoorden aan op de vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren van 24 mei 2007 over onterecht verstrekte milieuvergunningen.

Antwoord van minister Cramer (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) mede namens minister Verburg (Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit) op vragen van het lid Thieme (PvdD) van 24 mei 2007 over onterecht verstrekte milieuvergunningen (2060715930)

Vraag 1
Is het waar dat op 25 april jl. de Raad van State een verleende milieuvergunning heeft vernietigd voor een nertsenfokkerij in Venray, waar 150.000 nertsen op jaarbasis gefokt zouden worden?

Vraag 2
Is het waar dat in 2004 een verleende milieuvergunning voor ditzelfde bedrijf ook al door de Raad van State is vernietigd?

Vraag 3
Is het waar dat een door de gemeente Groesbeek afgegeven milieuvergunning voor de grootste leghennenhouderij in Nederland tweemaal door de Raad van State is vernietigd?

Antwoord 1, 2 en 3
Ja.

Vraag 4
Deelt u de mening dat de kwaliteit van de vergunningverlening in Nederland op het gebied van milieuvergunningen voor de bio-industrie voldoende is? Zo ja, hoe verklaart u dan het tot tweemaal vernietigen van een door de gemeente Venray afgegeven vergunning voor een nertsenhouderij en het tot tweemaal vernietigen van een door de gemeente Groesbeek afgegeven vergunning voor een leghennenhouderij door de Raad van State? Zo neen, welke maatregelen gaat u nemen om de vergunningverlening te verbeteren?

Antwoord 4
De kwaliteit van vergunningverlening en ook toezicht door gemeenten varieert. Dit blijkt onder meer uit de gemeenterapporten die de VROM-Inspectie de afgelopen jaren heeft gepubliceerd (te downloaden van www.vrom.nl). Dit geldt zowel voor vergunningverlening aan en toezicht op intensieve veehouderij als vergunningverlening aan en toezicht op andere sectoren. Het opheffen van het aanwezige kwaliteitstekort is nodig om een aantal landelijke en Europese milieudoelen te kunnen halen en om de dienstverlening aan burgers en bedrijven op een hoger niveau te brengen. Verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening en toezicht is daarom één van mijn prioriteiten (Kamerstuk 2006-2007, 30 800 XI, nr. 88).

Vraag 5
Bent u bereid om een onderzoek uit te laten voeren naar de rechtmatigheid en de kwaliteit van afgegeven milieuvergunningen inzake de intensieve veehouderij, om zo tekortkomingen en mogelijke belangenverstrengelingen op te sporen? Zo ja, op welke termijn bent u voornemens dit onderzoek uit te voeren en de resultaten te publiceren? Zo neen, waarom niet en op welke wijze wilt u dan onrechtmatige en ondeugdelijk afgegeven milieuvergunningen voorkomen?

Antwoord 5
Recent heb ik de kwaliteit van de vergunningen van de grootste intensieve veehouderijbedrijven beoordeeld als onderdeel van een onderzoek naar uitvoering van de IPPC-richtlijn (1). De kwaliteit bleek onvoldoende. Ik heb het bevoegd gezag verzocht meer capaciteit en expertise vrij te maken alsmede best practices bij de overheden beter uit te wisselen en vaker toe te passen. Verder heb ik de ondersteuning met kennis via Infomil en compliance assistence door de VROM-Inspectie versterkt. Gemeenten zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van vergunningverlening en toezicht. Daarvoor zijn effectieve controle- en correctiemechanismen beschikbaar in de vorm van inspraak en beroep. Voor derden is het ook mogelijk het bevoegd gezag te vragen een milieuvergunning te actualiseren, in te trekken of te handhaven. De uitspraken van de Raad van State in de zaken die aanleiding zijn voor uw vragen illustreren dit ook. Bovendien heeft de gemeenteraad de taak vergunningverlening door burgemeester en wethouders te controleren.

Vraag 6
In hoeverre hebben gemeenten beleidsruimte om af te geven milieuvergunningen zodanig te interpreteren dat daarmee de kwaliteit van de milieuvergunning onder druk kan komen te staan?

Antwoord 6
De Wet milieubeheer geeft het kader voor milieuvergunningverlening en toezicht. Onder meer voor de intensieve veehouderij bestaat daarnaast regelgeving die specifieke eisen stelt aan milieuvergunningverlening, zoals de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij. De regelgeving laat echter ook enige interpretatieruimte over voor het bevoegd gezag. Gemeenten hebben bovendien enige beleidsruimte bij de organisatie van vergunningverlening en toezicht. Gemeenten stellen bijvoorbeeld de benodigde capaciteit en deskundigheid vast en kunnen ervoor kiezen vergunningverlening en toezicht samen met andere overheden uit te voeren.

Vraag 7
In hoeverre kan de landelijke overheid sturen in het bewaken en waarborgen van de kwaliteit en rechtmatigheid van afgegeven milieuvergunningen? Hoe wordt deze sturing in de dagelijkse praktijk vormgegeven?

Antwoord 7
De rijksoverheid stuurt op de kwaliteit van vergunningverlening en toezicht via het verbeteren van de wettelijk kaders. Dit maakt het voor gemeenten makkelijker goede milieuvergunningen te schrijven en adequaat toezicht te houden. Onder meer met dat doel wordt het Meerjarenprogramma Herijking van de VROM-regelgeving uitgevoerd en wordt als onderdeel daarvan gewerkt aan een wijziging van het Besluit landbouw milieubeheer (Kamerstuk 2006-2007, 29 383, nr. 63 en nr. 66). Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor een goede organisatie van vergunningverlening en toezicht. De rijksoverheid ondersteunt daarbij met kennis en advies via Infomil en de VROM-Inspectie. De rijksoverheid stimuleert daarnaast samenwerking binnen en tussen overheden om capaciteit en deskundigheid efficiënt te borgen. Een voorbeeld hiervan is de Omgevingsvergunning (Kamerstuk 2006-20707, 30 844 en www.vrom.nl dossier omgevingsvergunning). Een ander voorbeeld is het project Kwaliteitsimpuls vergunningverlening en toezicht waarin ik samen met VNG en IPO de optimale schaal in termen van capaciteit en deskundigheid onderzoek voor vergunningverlening en toezicht (Kamerstuk 2005-2006 30 505 en www.vrom.nl dossier Toekomstagenda Milieu). Het resultaat is één van de bouwstenen van mijn prioriteit ‘Slimmere regels, minder lasten en betere uitvoering’ (Kamerstuk 2006-2007, 30 800 XI, nr. 88). In het kader van deze prioriteit wil ik met de decentrale overheden afspraken maken over verdere verbetering van de milieuregelgeving en de uitvoering daarvan. Belangrijk voor het borgen van de kwaliteit en rechtmatigheid van vergunningverlening en toezicht zijn echter vooral de rechtsmiddelen voor derden om besluiten aan te vechten en de horizontale verantwoording via de gemeenteraad. Wanneer deze mechanismen te kort schieten, bovenlokale doelen in het geding zijn en bestuurlijk overleg niet tot resultaten leidt, heeft de VROM-Inspectie ten slotte bevoegdheden in het kader van interbestuurlijk toezicht om tot de noodzakelijke kwaliteit te komen.


Hoogachtend,
de Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,


dr. Jacqueline Cramer

(1) Onderzoek Implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in 2006, VROM-Inspectie en de Inspectie Verkeer en Waterstaat, 26 januari 2007. Te downloaden van www.vrom.nl en www.ivw.nl