Kamer­vragen aan de ministers van Justitie en LNV over roof­vo­gelhaat


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de ministers van Justitie en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over roofvogelhaat

1. Kent u het bericht 'Roofvogelhaat ontaardt in zware dreigementen' (1)?

2. Kunt u aangeven of er onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt naar de populatie van verschillen soorten roofvogels in Nederland? Zoja, kunt u inzage geven in de populatie-ontwikkeling over de afgelopen 5 jaar. Zonee, waarom niet?

3. Bent u met ons van mening dat illegale roofvogelvervolging hard dient te worden aangepakt en dat slechts een klein deel van de gesignaleerde voorvallen leidt tot opsporing en vervolging? Bent u bereid de AID meer prioriteit te laten geven aan het opsporen van daders van roofvogelvervolging?

4. Bent u met ons van mening dat de strafmaat en de pakkans daders van illegale roofvogelvervolging op dit moment onvoldoende afschrikken? Bent u bereid nader beleid te ontwikkelen waardoor roofvogelvervolging drastisch wordt teruggedrongen?Kunt u aangeven hoe de hier te lande gehanteerde strafmaat zich verhoudt tot die in de ons omringende landen?

5. Is het juist dat Werkgroep Roofvogels Nederland haar werk moet doen zonder substantiële en/of structurele subsidie van het ministerie van LNV? Is het ook juist dat organisaties van jagers en weidevogelbeschermers veelal in verband gebracht worden met illegale roofvogelvervolging en wel substantiële en structurele subsidie ontvangen? Bent u bereid subsidie voor WRN te overwegen om haar werk duurzaam mogelijk te maken?

6. Ziet u mogelijkheden om mogelijke bedreiging van vrijwilligers van WRN te onderzoeken en indien uw onderzoek daar aanleiding toe geeft extra bescherming te bieden?

(1) Leeuwarder Courant, 10-02-07

Antwoorddatum: 28 mrt. 2007

Antwoorden kamervragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van Justitie en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over roofvogelvervolging (2060707660).

1
Kent u het bericht 'Roofvogelhaat ontaardt in zware dreigementen'?

Ja.

2
Wordt er onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de populatie van verschillen soorten roofvogels in Nederland? Zo ja, kunt u inzage geven in de populatieontwikkeling over de afgelopen vijf jaar? Zo neen, waarom niet?

Er wordt door verschillende organisaties onafhankelijk onderzoek gedaan naar de populatie van roofvogelsoorten. Sommige organisaties zijn zeer specifiek en volgen slechts één soort, bijvoorbeeld de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief (SWGK) en de Werkgroep Slechtvalk Nederland (WSN). Verder wordt de broedpopulatie van de roofvogelstand gemonitord door Werkgroep Roofvogels Nederland (WRN) en SOVON Vogelonderzoek Nederland (SOVON).

De populatieontwikkeling van de laatste vijf jaren (wat statistisch gezien een te korte periode is om de daadwerkelijke populatieontwikkeling goed te kunnen inschatten) laat een beeld zien waarbij de aantallen van de meeste roofvogelvogelsoorten min of meer stabiel zijn. De Slechtvalk laat een markante toename zien, terwijl de Blauwe Kiekendief sterk afneemt. Voor het voortbestaan van deze laatste soort als broedvogel in Nederland moet worden gevreesd. Een gedetailleerd overzicht van trends en ontwikkelingen van de Nederlandse roofvogels alsmede een overzicht van de onderzoeken die zijn gedaan naar de populatie van roofvogelsoorten is als bijlage 1 toegevoegd.

3
Deelt u de mening dat illegale roofvogelvervolging hard dient te worden aangepakt en dat slechts een klein deel van de gesignaleerde voorvallen leidt tot opsporing en vervolging? Bent u bereid de Algemene Inspectiedienst (AID) meer prioriteit te laten geven aan het opsporen van daders van roofvogelvervolging?

Zorg voor mens, dier en natuur is een van de richtsnoeren voor het kabinetsbeleid. Roofvogelvervolging is dan ook een zaak die aandacht verdient. De constatering dat slechts een klein deel van de gesignaleerde voorvallen tot opsporing en vervolging leidt, is juist. Ik moet hierbij echter opmerken dat daders van roofvogelvervolging veelal moeilijk te traceren zijn. De handelingen die onder de noemer roofvogelvervolging vallen, zoals het verstoren en kapotmaken van nesten, het doodschieten van roofvogels, het wegvangen in kraaienvangkooien en het vergiftigen door middel van uitleggen van vergiftigd aas, laten over het algemeen namelijk weinig sporen na. Strafbare feiten worden vooral gepleegd in het landelijk gebied, waar daders zich goed kunnen verbergen en opsporingsambtenaren snel opvallen. Dat leidt ertoe dat slechts in een relatief klein aantal gevallen tot het aanhouden van verdachten kan worden overgegaan. Niettemin zijn er bij concrete aanwijzingen wel degelijk recherchemogelijkheden om de vermoedelijke daders op te sporen.

De AID geeft al veel prioriteit aan opsporing van verdachten van roofvogelvervolging. Zij ondersteunt daartoe ook de regionale milieuteams (RMT’s) van de politie met de kennis die voor de opsporing benodigd is. Op deze manier kan met de inzet van de RMT’s een grote opsporingscapaciteit bereikt worden. Doordat de AID en de politie op deze manier samenwerken, wordt de opsporing zo efficiënt mogelijk ingericht.

4
Deelt u de mening dat de strafmaat en de pakkans van daders van illegale roofvogelvervolging op dit moment onvoldoende afschrikken? Bent u bereid aanvullend beleid te ontwikkelen waardoor roofvogelvervolging drastisch wordt teruggedrongen? Hoe verhoudt zich de hier te lande gehanteerde strafmaat tot die in de ons omringende landen?

Het Openbaar Ministerie (OM) gebruikt bij het vaststellen van de aan te bieden transactiebedragen en bij de eis ter terechtzitting de Richtlijn voor strafvordering Flora- en faunawet als uitgangspunt. Deze richtlijn zal in de loop van dit jaar worden geactualiseerd en daarbij zal ook de hoogte van de transacties en de eisen ter zitting worden bezien.

Met betrekking tot de pakkans blijkt uit antwoord op vraag 3 dat de aard van het delict de opsporing van roofvogelvervolging vaak moeilijk maakt. Ingezet zal worden op het voorkomen van roofvogelvervolging door aanvullend beleid dat bestaat uit gerichte voorlichting naar mogelijke doelgroepen. Deze voorlichting heeft vooral ten doel de sociale controle binnen en rond (mogelijke) dadergroepen te versterken. Teneinde te komen tot een effectievere aanpak van het probleem van roofvogelvervolging heeft het OM, in samenwerking met de politie, de AID en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een ‘Interventiestrategie Roofvogelvervolging’ opgesteld. Hierin is een integraal pakket aan maatregelen opgenomen, waarin naast strafrechtelijk optreden een belangrijke rol is weggelegd voor bestuursrechtelijke handhaving, communicatie en voorlichting. In februari van dit jaar is gestart met de implementatie van de interventiestrategie. Eind 2007 zal een evaluatie worden uitgevoerd om te kunnen vaststellen of de strategie succesvol is geweest bij de aanpak van roofvogelvervolging.

In bijlage 2 treft u een overzicht aan van de aanpak die in de ons omringende landen wordt gehanteerd ten aanzien van de roofvogelvervolging. Daaruit blijkt dat de strafmaat in Nederland niet wezenlijk verschilt van die van de ons omringende landen. Nederland neemt hierin ongeveer een middenpositie in.

5
Is het waar dat de Werkgroep Roofvogels Nederland (WRN) haar werk moet doen zonder substantiële of structurele subsidie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit? Is het ook waar dat organisaties van jagers en weidevogelbeschermers veelal in verband gebracht worden met illegale roofvogelvervolging? Klopt het dat deze organisaties wel een substantiële en structurele subsidie ontvangen? Bent u bereid subsidie aan de WRN te overwegen?

De WRN ontvangt geen subsidie van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Over de rol van de organisaties van jagers en weidevogelbeschermers wil ik uitdrukkelijk aangeven dat zij zich distantiëren van praktijken als roofvogelvervolging. Aangezien zij wel veel contacten in het veld hebben, zie ik juist voor deze organisaties een bijzondere rol weggelegd bij de gewenste voorlichting en het stimuleren van de noodzakelijke sociale controle.

6
Ziet u mogelijkheden om mogelijke bedreiging van vrijwilligers van de WRN te onderzoeken, en indien uw onderzoek daar aanleiding toe geeft extra bescherming te bieden aan deze vrijwilligers?

Vrijwilligers van de WRN die worden bedreigd, kunnen daarvan aangifte doen bij de politie. Het is vervolgens aan de politie en het OM om te beoordelen of in een concreet geval tot opsporing en uiteindelijk tot vervolging kan worden overgegaan. Het is dus van belang dat vrijwilligers van de WRN aangifte doen en daar niet van afzien. Bovendien kan er door aangiftes een beeld ontstaan van het aantal gevallen waarin er sprake is van bedreiging en/of andere strafbare feiten waarmee men wordt geconfronteerd.


Bijlage 1

Aantallen roofvogels in Nederland en globale trends. Dagroofvogels die op regelmatige basis in Nederland voorkomen als broedvogel, als doortrekker in voor- en/of najaar en/of als overwinteraar (tabel 1). Onder populatieontwikkelingen worden ontwikkelingen in de omvang van het Nederlandse (broed)bestand verstaan, alsmede (wanneer relevant) ontwikkelingen in verspreidingsareaal, reproducerend vermogen en mortaliteit (1). Wetenschappelijk onderzoek aan populatieontwikkelingen wordt normaliter aangeduid als populatiemonitoring.

Tabel 1. In Nederland voorkomende roofvogelsoorten en de grootte van de broedpopulatie in paren. Tevens zijn de meetinspanningen aangegeven in de broedperiode, trekperiode en in de winter (NEM = Netwerk Ecologische Monitoring, BSP = Bijzondere Soorten Project, PTT = Punt-transect-telling).

Soort broedpopulatie metingen broedperiode metingen trekperiode metingen winterperiode Opmerkingen
Wespendief 500-650 NEM n.v.t. zomervogel
Visarend - n.v.t. BSP n.v.t. schaarse migrant
Zeearend 0-1 NEM BSP BSP, NEM zeldz. Wintergast
Zwarte Wouw 0-2 NEM BSP n.v.t. schaarse migrant
Bruine Kiekendief 100-1450 NEM PTT, NEM vooral zomervogel
Blauwe Kiekendief 50 NEM PTT, NEM vooral standvogel
Grauwe Kiekendief 40 NEM BSP n.v.t. zomervogel
Havik 1800-2000 NEM PTT standvogel
Sperwer 4000-5000 NEM PTT standvogel
Buizerd 8000-10.000 NEM PTT standvogel
Ruigpootbuizerd - n.v.t. PTT, BSP, NEM wintergast
Torenvalk 5000-6500 NEM PTT standvogel
Boomvalk 1700-2100 NEM n.v.t. zomervogel
Slechtvalk 23 NEM BSP PTT, BSP, NEM vooral wintergast


Onderzoeksinspanningen
Landelijke populatie-monitoring vindt in Nederland plaats in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) (2). De monitoring wordt georganiseerd door SOVON Vogelonderzoek Nederland (3) met gebruikmaking van gestandaardiseerde meetmethoden. De kwaliteit van de monitoring is geborgd via een onafhankelijke kwaliteitscontrole door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS berekent ook indexen en trends ten behoeve voor verdere toepassingen in het (rijks)beleid.

Broedvogels: zeldzamere roofvogelsoorten worden landdekkend bemonsterd. Meer algemene soorten worden gemeten in een grote representatieve set aan steekproefgebieden (ca. 4000 waarvan er in ca. 1100 jaarlijks op roofvogels worden gemonitord).

Winter- en trekvogels: roofvogels liften mee met de landdekkende monitoring van watervogels. Gedurende de midwinterperiode worden roofvogels systematisch gemonitord via de zogenaamde punt-transect-methode. Zeldzame soorten zoals arenden kunnen worden aangemeld via een speciaal hiervoor ingericht project (BSP). (4)

Ontwikkelingen roofvogels in Nederland in 1990-2005

De trendkwalificatie zoals bepaald door SOVON/CBS gaat over de periode 1990-2005 uit van een matige toename (p<0.01) van Grauwe Kiekendief, Buizerd en Slechtvalk, een stabiel populatieverloop bij Bruine Kiekendief, Havik en Sperwer en een matige afname (p<0.01) van Blauwe Kiekendief, Torenvalk en Boomvalk. De cijfers over de Wespendief zijn (vanwege moeilijke bemonstering van deze onopvallend levende soort) statistisch nog niet betrouwbaar genoeg om indexen te berekenen; vermoedelijk is het populatieverloop stabiel.

De trends in het winterhalfjaar wijken niet sterk af van die van het broedseizoen. Dit is te verklaren doordat de meest algemene roofvogels grotendeels standvogel of korte afstand-trekker zijn.

Situatie in de laatste vijf jaar

De laatste vijf jaar in ogenschouw genomen (5) (wat statistisch gezien een korte periode is om uitspraken over te doen) zijn de meeste roofvogels gemiddeld over Nederland ongeveer stabiel. De Slechtvalk laat een markante toename zien terwijl Blauwe Kiekendief sterk afneemt. Voor het voortbestaan van deze soort als broedvogel in Nederland moet worden gevreesd.

Ontwikkelingen in reproductie (broedsucces) van roofvogels

In het kader van het Meetnet Broedvogels (onderdeel NEM) wordt informatie verzameld over broedresultaten van een selectie van soorten, o.a. ten behoeve van klimaatonderzoek. Resultaten uit dit project zijn uitgewerkt voor Buizerd en Bruine Kiekendief. Bij beide soorten treedt een lichte afname van het broedsucces (aantal jongen per nest) op. Dit beeld past bij een zich stabiliserende populatie en kan wellicht een voorbode zijn van een afname in de komende jaren. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat vooral bij Buizerd een afnemend deel van de aanwezige geslachtsrijpe vogels tot broeden komt door competitie om nestlocaties.

Bijlage 2

Nederland
Het doodschieten of vergiftigen van roofvogels alsmede het vernietigen van nesten of eieren van roofvogels zijn overtredingen van respectievelijk artikel 9, 11 en 12 van de Flora- en faunawet. Op overtreding van deze artikelen van de Flora- en faunawet staat een gevangenisstraf van maximaal twee jaar, een taakstraf of een geldboete van maximaal 16.750 €. Indien de persoon die het misdrijf begaat in bezit is van een jachtakte kan deze ingetrokken worden.

België
België is een federale staat bestaande uit gemeenschappen en gewesten, elk met verschillende bevoegdheden. De wilde fauna is een gewestelijke bevoegdheid, dus de invulling verschilt per gewest:

Brussels Gewest
Alle roofvogels zijn beschermd volgens de ordonnantie van 28/08/1991 betreffende de bescherming van de wilde fauna en betreffende de jacht. Op grond van art. 6 § 2 van deze ordonnantie wordt hij die opzettelijk of uit winstbejag deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan overtreedt “....§3 (...) gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 2 maanden en een boete van 12,50 tot 125 € of met slechts één van deze straffen. Deze straffen worden verdubbeld wanneer de overtreding op een roofvogel werd begaan."

Indien een dader bekend is, wordt door het openbaar ministerie meestal wel de vervolging ingezet. De uiteindelijke straf die door de rechter wordt opgelegd varieert nogal per gerechtelijk arrondissement.

Wallonië
Alle vogels die natuurlijk in het wild leven op het Europees grondgebied zijn beschermd door de Wet op het Natuurbehoud. De straf op overtreding van deze wet bedraagt 100 tot 5000 € boete en/of 1 tot 6 maanden gevangenisstraf (art.63, 1ste alinea LCN).

Vlaanderen
Roofvogels zijn in Vlaanderen beschermd op grond van twee Decreten:
- het Jachtdecreet van 24 juli 1991 (art. 34): bestraffing met een geldboete van 50 tot 100 euro.
- het Decreet Natuurbehoud van 21 oktober 1997 (art. 58): bestraffing met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en een geldboete van 26 tot één miljoen euro, of één van deze beide straffen alleen.

Bestraffing in de praktijk is zeldzaam. In het merendeel van de gevallen dient bij de vaststelling van illegaal gedode kadavers een proces-verbaal tegen onbekenden worden opgemaakt, doordat er geen dader bekend raakt. Geen dader betekent dat geen vervolging mogelijk is.

Hiernaast bestaan er nog federale regelgevingen en Europese of Internationale richtlijnen.

Duitsland
De strafmaat in Duitsland wordt vastgesteld op basis van de jachtwetgeving (Jagdgesetz). Voor het opzettelijk doden kunnen vrijheidsstraffen tot 5 jaar of een geldboete worden opgelegd. Voor het onopzettelijk doden kunnen vrijheidsstraffen tot 6 maanden of geldboetes worden opgelegd. In alle gevallen wordt de jachtvergunning ingetrokken.

Verenigd Koninkrijk
In het Verenigd Koninkrijk zijn alle in het wild levende vogels, waaronder ook roofvogels, hun nesten en eieren, volgens de wet beschermd. In Engeland, Schotland en Wales is de wetgeving vastgelegd in de "Wildlife and Countryside Act 1981" en in Noord Ierland in de "Wildlife (Northern Ireland) Order 1985". In Engeland en Wales is de wet geamendeerd volgens de "Countryside and Rights of Way Act 2000" en in Schotland door de "Nature Conservation (Scotland) Act 2004".

De maximale straf op het doden van roofvogels is een boete van £5000,- (7500 €) of 6 maanden gevangenisstraf. Over het algemeen worden boetes opgelegd. Zelfs bij minder ernstige overtredingen dan doden worden hoge boetes opgelegd. Bij herhaaldelijke overtredingen wordt in de regel een gevangenisstraf opgelegd.

Denemarken
De sanctie voor het doden van een roofvogel is in Denemarken een boete, maar kan in bijzonder schrijnende gevallen ook een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar worden opgelegd. Als uitgangspunt wordt voor het doden van een roofvogel een boete van DKK 5.000 (671,50 €) opgelegd. Er gelden hogere boetes voor het doden van een roofvogel dan voor het doden van bijvoorbeeld een merel, ongeacht dat beide soorten in dezelfde mate worden beschermd in de wet.

Frankrijk
Roofvogels zijn in Frankrijk met decreten beschermd die zijn gebaseerd op de Code de l'Environnement. De maximale straf is gebaseerd op art. 413.1 van de Code de L'Environnement. Dat is maximaal 6 maanden gevangenisstraf en/of 9000 € boete.


(1) In het kader van de uit de EU-Vogelrichtlijn voortvloeiende monitoringverplichtingen wordt bij de bepaling van de landelijke Staat van Instandhouding uitgegaan van de factoren verspreiding en populatie (trend, populatiegrootte, reproductie, sterfte). De trend in populatiegrootte vormt hiervoor het fundament, de andere facetten zijn ondersteunend.

(2) Het NEM is een samenwerkingsverband tussen de ministeries van LNV en V&W en VROM, alsmede RIVM, MNP, provincies en CBS, en sluit aan op de informatiebehoefte van de verschillende beleidsvelden van de overheid.

(3) SOVON is een onafhankelijke particuliere gegevensbeherende organisatie die zich ten doel stelt vogelgegevens te verzamelen en geschikt te maken ten behoeve van beleid, beheer en wetenschappelijke doeleinden. SOVON werkt bij de roofvogelmonitoring samen met de organisaties Werkgroep Roofvogels Nederland, Stichting Grauwe Kiekendief, Werkgroep Slechtvalk Nederland en de Dutch Birding Association.

(4) De projecten PTT en BSP zijn (nog) niet ondergebracht bij het NEM maar vallen wel onder een vergelijkbaar regime van kwaliteitsborging.

(5) De indexcijfers over 2006 worden thans gecontroleerd en komen dit voorjaar beschikbaar.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer