Kamer­vragen aan de ministers van Justitie en LNV over mishan­deling van dieren als voorbode van gewel­dadig gedrag richting mensen


Vragen van het lid Thieme aan de ministers van Justitie en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over mishandeling van dieren als voorbode van gewelddadig gedrag richting mensen

  1. Kent u het bericht `Dierenbeul doodt bok en negentien eenden’? (1)
  2. Kunt u aangeven welke maatregelen er worden getroffen om dieren op kinderboerderijen te beschermen tegen pesterijen en mishandeling door voorbijgangers en buurtbewoners? Acht u deze maatregelen voldoende? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het grote aantal meldingen van geweldpleging tegen dieren en diefstal van dieren op kinderboerderijen? Zo neen, bent u bereid deze maatregelen aan te scherpen?
  3. Bent u van mening dat eigenaren van kinderboerderijen zelf voldoende in staat zijn om de veiligheid van de dieren die zij houden te waarborgen? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo neen, welke stappen gaat u ondernemen om het toezicht en de beveiliging van dieren op kinderboerderijen aan te scherpen?
  4. Bent u bekend met het onderzoek van de Amerikaanse professor Frank Ascione van de Utah State University , waarin een sterk verband wordt aangetoond tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling?
  5. Deelt u de mening dat agressief gedrag van mensen tegen dieren kan omslaan naar agressief gedrag van mensen tegen mensen en derhalve als een belangrijk signaal beschouwd dient te worden? Zo ja, op welke wijze wilt u voorkomen dat geweldpleging van mens richting dier overgaat in geweldpleging van mens richting mens en hoe komt dit tot uiting in uw beleid? Zo neen, waarom niet?
  6. Bent u bereid landelijk beleid te ontwikkelen voor de aanpak, het monitoren en begeleiden van kinderen die dieren mishandelen? Zo neen, waarom niet?

(1) Noordhollands Dagblad, 28 februari 2008

Antwoorddatum: 21 apr. 2008

Antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van Justitie en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over mishandeling van dieren als voorbode van gewelddadig gedrag richting mensen (ingezonden 10 maart 2008).


Vraag 1
Kent u het bericht “Dierenbeul doodt bok en negentien eenden”? 1)

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Welke maatregelen worden getroffen om dieren op kinderboerderijen te beschermen tegen pesterijen en mishandeling door voorbijgangers en buurtbewoners? Acht u deze maatregelen voldoende? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het grote aantal meldingen van geweldpleging tegen dieren en diefstal van dieren op kinderboerderijen? Zo neen, bent u bereid deze maatregelen aan te scherpen?

Vraag 3
Bent u van mening dat eigenaren van kinderboerderijen zelf voldoende in staat zijn om de veiligheid van de dieren die zij houden te waarborgen? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo neen, welke stappen gaat u ondernemen om het toezicht en de beveiliging van dieren op kinderboerderijen aan te scherpen?

Antwoord 2 en 3
De eigenaar van de kinderboerderij, meestal een gemeente, een stichting of een zorginstelling, zal zich moeten inspannen om het welzijn en de gezondheid van de dieren te waarborgen. Er zijn verscheidene mogelijkheden die door de brancheorganisatie geadviseerd worden en die ook toegepast worden op verschillende kinderboerderijen: dieren ’s nachts op stal te zetten, hekwerken, alarmsystemen, verlichting en camera’s. Daarnaast adviseert de brancheorganisatie zichtbaar een telefoonnummer aan te brengen, zodat de politie gebeld kan worden bij onraad. Welke maatregelen nodig zijn, is afhankelijk van de locatie en de sociale controle ter plaatse. Het komt ook voor dat de beheerder op het terrein van de kinderboerderij woont waardoor er ook buiten openingstijden toezicht is.

Wanneer overtredingen van artikel 36 en artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren worden geconstateerd, kan op reguliere wijze tot handhaving worden overgegaan. Of het daarbij gaat om grote aantallen meldingen, is mij niet bekend.

Veiligheidsmaatregelen opleggen aan kinderboerderijen acht ik niet noodzakelijk omdat er voldoende mogelijkheden zijn om de dieren te beschermen en de noodzaak daartoe sterk locatiegebonden is.

In het betrokken artikel “dierenbeul doodt bok en negentien eenden”, is overigens geen sprake van mishandeling op een kinderboerderij. Deze gruwelijke mishandeling betrof dieren die elders werden gehouden.

Vraag 4
Bent u bekend met het onderzoek van een Amerikaanse hoogleraar aan de Utah State University, waarin een sterk verband wordt aangetoond tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling? 2)

Antwoord 4
Ja.

Vraag 5
Deelt u de mening dat agressief gedrag van mensen tegen dieren kan omslaan naar agressief gedrag van mensen tegen mensen en derhalve als een belangrijk signaal beschouwd dient te worden? Zo ja, op welke wijze wilt u voorkomen dat geweldpleging van mens richting dier overgaat in geweldpleging van mens richting mens en hoe komt dit tot uiting in uw beleid? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 5
Onderzoek naar risicofactoren en de ontwikkeling van delinquent gedrag bij jongeren laat zien dat agressief gedrag jegens dieren vaak een onderdeel is van het gedrag van jongeren die op latere leeftijd delinquent gedrag vertonen. Het mishandelen van dieren heeft in dit kader vaak te maken met een onvoldoende ontwikkeld geweten, deze jongeren voelen zich vaak nauwelijks schuldig over hun gedrag. Wreedheid ten opzichte van dieren kan daarmee een onderdeel zijn van het totaal aan signalen dat een kind delinquent gedrag kan gaan ontwikkelen.

Agressie jegens dieren is echter slechts één van de signalen voor toekomstig delinquent gedrag. Slechts in combinatie met andere signalen en risicofactoren, kan het een reden vormen om actie te ondernemen. Andere signalen zijn bijvoorbeeld problemen op school, weglopen van huis, vechten en vandalisme. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld gebroken gezinnen en criminele gezinsleden. Vanuit de Jeugdzorg wordt hier aandacht aan besteed, maar ook bijvoorbeeld vanuit de aanpak van huiselijk geweld.

Vraag 6
Bent u bereid landelijk beleid te ontwikkelen voor de aanpak, het monitoren en begeleiden van kinderen die dieren mishandelen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 6
Er is landelijk beleid om geweldsdelicten te voorkomen, daarbij wordt gekeken naar agressief gedrag van kinderen en de bij het antwoord op de vorige vraag genoemde risicofactoren. Agressie jegens dieren is daarbij één van de signalen dat een kind of jongere delinquent gedrag kan gaan ontwikkelen.