Kamer­vragen aan de minister van VW en van LNV over het verstoffen van een verkeers­vei­lig­heidrapport


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het verstoffen van een verkeersveiligheidrapport

1. Kent u het bericht “Rapport veiligheid verkeer verstoft” in de PZC van 27 januari 20101 waarin staat dat de provincie Zeeland het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” tot nu toe negeert?

2. Kent u het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” van 7 november 2008?

3. Op 19 december 2008, ruim een maand na de verschijning van “Handboekaanzet valwildmethodiek”, is de provincie overgegaan tot zowel een ontheffingsverlening als een afschotvergunning voor de damherten in de natuurgebieden. Deelt u de mening dat de provincie ten onrechte het “Handboekaanzet valwildmethodiek” buiten beschouwing heeft gelaten? Zo nee, waarom niet?

4. Kunt u aangeven waarom u in uw beantwoor¬ding van 27 januari 2009 over verkeersveiligheidmaatregelen op de Kop van Schouwen refereert aan het Alterra rapport 1142, 2005 en niet aan het veel recentere en meer toegespitste rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” van 7 november 2008?

5. U heeft mij op 27 januari 2009 geïnformeerd over alle maatregelen die de provincie Zeeland zou hebben genomen. U schreef:
“De N57 en N59 zijn rijkswegen met een nationale functie. Een snelle doorstroming van verkeer is op dergelijke wegen nodig. Om die reden is er op deze wegen geen snelheids-beperking ingesteld. Wel zijn er waarschuwingsborden en wildspiegels geplaatst en is de inrichting van de berm zodanig dat een goed overzicht verkregen wordt op eventueel overstekende dieren. Een snelheidsbeperking op kleinere wegen naar maximaal 60 km per uur verkleint de kans op aanrijdingen met hoefdieren. Op diverse plaatsen zijn snelheids-beperkingen ingesteld. Dit betreft verlaging van de maximumsnelheid naar 60 km, 50 km of 30 km. Op diverse plaatsen zijn drempels aangelegd of is een knip in de weg gemaakt. Er zijn geen infrarood detectiesystemen aangebracht omdat deze alleen werken wanneer wild veelvuldig op kleine stukken weg oversteekt. Daarvan is hier geen sprake.”
De belangrijkste aanbeveling uit het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” is dat voorkomen moet worden dat de dieren uit hun leefgebied treden. Waarom zijn de aanbevolen maatregelen (zoals elektronische detectie, snelheidsverlaging, wildroosters en -rasters) niet genomen?

6. Op 17 december 2009 is de provincie Zeeland weer overgegaan tot ontheffingsverlening. Dit maal voor de duur van vijf jaar. Op 7 januari 2010 heeft zij tevens een afschotvergunning verleend, ook voor de duur van vijf jaar. Vindt u dat het besluit tot ontheffingsverlening voor afschot zorgvuldig is genomen, nu het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” niet bij de besluitvorming is betrokken? Deelt u de mening dat er niet tot deze twee besluiten had mogen worden overgegaan alvorens het rapport was besproken en geïmplementeerd?

7. Door een woordvoerder van het Waterschap wordt in het bericht in de PZC gesteld dat er aanvullend onderzoek ten aanzien van de wild aanrijdingen nodig is naar aanleiding van het rapport ““Handboekaanzet valwildmethodiek”. Is dit aanvullend onderzoek inmiddels gestart? Zo ja, wanneer zijn hiervan de eerste resultaten beschikbaar? Zo neen, waarom niet?

8. Deelt u de mening, dat, indien er nader onderzoek nodig was, er geen grond is om tot een ontheffing en afschotvergunning te komen voor de duur van vijf jaar. Zo ja, bent u bereid om de Provincie aan te spreken op de onredelijk lange ontheffingsverlening en in overweging te geven dat de ontheffing en de afschotvergunning voor de duur van vijf jaar ongedaan gemaakt worden? Zo nee, waarom niet?

9. Hoeveel aanrijdingen met damherten zijn er geweest in 2007, 2008 en 2009? Het rapport geeft aan dat er door gebrekkige registratie van ongevallen met damherten en reeën niet duidelijk is waar exact de aanrijdingen plaatsvinden. Door wie worden de aanrijdingen geregistreerd? Deelt u de mening dat een landelijke registratie van het aantal wildaanrijdingen door een onafhankelijke partij gewenst zou zijn? Zo ja, bent u bereid hiertoe actie te ondernemen? Zo nee, waarom niet?

10. Bent u met mij van mening dat alle registraties van aangereden wilde dieren ter vrije beschikking zouden moeten komen van leveranciers van auto-navigatiesystemen, zodat de systemen kunnen waarschuwen op plaatsen met verhoogd aanrijdingsrisico? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u het vrijgeven van dergelijke gegevens realiseren?

11. Bent u bereid om met de provincie Zeeland in overleg te treden om zo spoedig mogelijk de aanbevelingen uit het rapport, zoals rasters en detectie langs de wegen nabij het natuurgebied) te implementeren? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

1 http://www.pzc.nl/regio/schouwen-duiveland/6150430/Rapport-veiligheid-verkeer-verstoft.ece

Antwoorddatum: 9 mrt. 2010

Geachte voorzitter,


Hiermee beantwoord ik mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de vragen die het lid Thieme heeft gesteld over het verstoffen van een verkeersveiligheidrapport


Vraag 1
Kent u het bericht “Rapport veiligheid verkeer verstoft”[1] waarin staat dat de provincie Zeeland het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” tot nu toe negeert?

Vraag 2
Kent u het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” van 7 november 2008?

Antwoord vraag 1 en 2
Ja, ik ben met beide bekend.

Vraag 3
Deelt u de mening dat de provincie, bij het overgaan tot zowel een ontheffingsverlening als een afschafvergunning voor de damherten in de natuurgebieden op 19 december 2008, ten onrechte het “Handboekaanzet valwildmethodiek” buiten beschouwing heeft gelaten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Nee, ik weet niet waaruit wordt opgemaakt dat het handboek buiten beschouwing is gelaten. De provincie Zeeland heeft gerapporteerd dat de inhoud van het rapport is meegenomen in het proces van ontheffingverlening inzake de Flora- en Faunawet. Het is primair de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten om te bepalen welke kennis zij benutten voor hun faunabeheer en de maatregelen die zij nemen ten aanzien van de verkeersveiligheid. De Provincie heeft tevens aangegeven dat bij het opstellen van het Faunabeheerplan rekening is gehouden met de inhoud van het rapport Handboekaanzet tot valwildmethodiek. Het Faunabeheerplan is de basis voor ontheffingverlening.

Vraag 4
Kunt u aangeven waarom u in uw beantwoor­ding van 27 januari 2009 [2] van mijn vragen over verkeersveiligheidmaatregelen op de Kop van Schouwen refereert aan het Alterra rapport 1142 uit 2005 en niet aan het veel recentere en meer toegespitste rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” van 7 november 2008?

Vraag 5
Gelet op de maatregelen die de provincie Zeeland zou hebben genomen, zoals weergegeven in uw beantwoording van 27 januari 2009 2 en gelet op de belangrijkste aanbeveling uit het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” die luidt dat voorkomen moet worden dat de dieren uit hun leefgebied treden: Waarom zijn de aanbevolen maatregelen (zoals elektronische detectie, snelheidsverlaging, wildroosters en -rasters) niet genomen?

Antwoord vraag 4 en 5
Het Alterra rapport is een uitvoerige beschrijving van verschillende beheeraspecten met betrekking tot damherten op de Kop van Schouwen.

Het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” gaat over het nemen van maatregelen om te voorkomen dat dieren worden aangereden. Om die reden vond ik het, gelet op de aard van de vragen, relevant naar het Alterra rapport te verwijzen.[3]

Vraag 6
Bent u van mening dat het besluit van de provincie Zeeland d.d. 17 december 2009 en 7 januari 2010 tot ontheffingsverlening voor afschot zorgvuldig is genomen, nu het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek” niet bij de besluitvorming is betrokken? Deelt u de mening dat er niet tot deze twee besluiten had mogen worden overgegaan alvorens het rapport was besproken en geïmplementeerd?

Antwoord
Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor een zorgvuldige afweging. Ik heb begrepen dat er tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland bezwaren zijn ingediend, waaronder bezwaren van de Partij voor de Dieren. Derhalve wil ik niet vooruitlopen op de heroverweging die in dit kader plaatsvindt.

Vraag 7
Deelt u de mening van een woordvoerder van het Waterschap in het bericht in de PZC dat er aanvullend onderzoek ten aanzien van de wild aanrijdingen nodig is naar aanleiding van het rapport “Handboekaanzet valwildmethodiek”? Is het aanvullend onderzoek ten aanzien van aanrijdingen met wild waar in het bericht over wordt gesproken inmiddels gestart? Zo ja, wanneer zijn hiervan de eerste resultaten beschikbaar? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
Er is naar de mening van het waterschap geen sprake geweest van de noodzaak voor aanvullend onderzoek.

Vraag 8
Deelt u de mening, dat, indien er nader onderzoek nodig was, er geen grond is om tot een ontheffing en afschotvergunning te komen voor de duur van vijf jaar? Zo ja, bent u bereid om de provincie aan te spreken op de onredelijk lange ontheffingsverlening en in overweging te geven dat de ontheffing en de afschotvergunning voor de duur van vijf jaar ongedaan gemaakt worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Zonder in de verantwoordelijkheid van de provincie te treden heeft de provincie mij geïnformeerd dat de duur van de ontheffingsverlening verband houdt met de looptijd van het faunabeheerplan.

Vraag 9
Hoeveel aanrijdingen met damherten zijn er geweest in 2007, 2008 en 2009? Is het waar dat er door gebrekkige registratie van ongevallen met damherten en reeën niet duidelijk is waar exact de aanrijdingen plaatsvinden? Door wie worden de aanrijdingen geregistreerd? Deelt u de mening dat een landelijke registratie van het aantal wildaanrijdingen door een onafhankelijke partij gewenst zou zijn? Zo ja, bent u bereid hiertoe actie te ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Uit gegevens van de Faunabeheereenheid blijkt dat er de volgende aanrijdingen hebben plaats gevonden3. In 2007 één damhert en zeven reeën; in 2008 acht damherten en zestien reeën en in 2009 één damhert en vijf reeën. De wijze van registratie is afdoende vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid. Aanrijdingen worden geregistreerd door de politie, wegbeheerder en de Faunabeheereenheid.

Vraag 10
Deelt u de mening dat de registratie van aangereden wilde dieren ter vrije beschikking zou moeten komen van leveranciers van auto-navigatiesystemen, zodat de systemen kunnen waarschuwen op plaatsen met verhoogd aanrijdingsrisico? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u het vrijgeven van dergelijke gegevens realiseren?

Antwoord
Het is aan de provincies en de leveranciers van autonavigatiesystemen om te bezien of er behoefte bestaat aan een dergelijke manier van informatieverstrekking.

Vraag 11
Bent u bereid om met de provincie Zeeland in overleg te treden om zo spoedig mogelijk de aanbevelingen uit het rapport, zoals rasters en detectie langs de wegen nabij het natuurgebied, te implementeren? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Nee, ik zie daartoe geen reden. Er bestaat regulier overleg tussen de partijen, betrokken bij het Meerjarenprogramma Ontsnippering, waarin kennis en ervaring worden uitgewisseld. In dit programma worden knelpunten tussen rijksinfrastructuur en de Ecologische Hoofdstructuur in een gebiedsgerichte aanpak opgelost.

Hoogachtend,



DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,


ir. Camiel Eurlings