Kamer­vragen aan de minister van LNV over de toename van het gesleep met vee


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de toename van het gesleep met vee

1. Kent u bericht ‘Forse groei in gevaarlijk gesleep met vee1?

2. Is het waar dat de intensieve veehouderij in Nederland meer dieren dan ooit importeert en exporteert? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan? Zo neen, waarom niet en waar baseert u dat op?

3. Deelt u de mening dat de toegenomen diertransporten een potentiële bedreiging zijn van de dier- en volksgezondheid? Zo ja, welke risico’s brengt het vele vervoer van landbouwdieren, vaak ook over lange afstanden, met zich mee? Zo neen, waarom niet?

4. Hoe verhouden zich de toegenomen diertransportbewegingen zich met de aanbevelingen van de commissie Wijffels uit 2001 namelijk dat er in 2010 geen veetransporten over grote afstanden meer zouden voorkomen en er geen veemarkten meer zouden zijn?

5. Hoe verhouden zich de toegenomen transportbewegingen met de uitspraken die u deed tijdens het Algemeen Overleg Duurzaam Voedsel toen u aangaf dat de aanbevelingen van de commissie Wijffels wel geïmplementeerd zijn?

6. Welke aanbevelingen van de commissie Wijffels zijn wel geïmplementeerd, welke niet, op welke termijn zal dat dan wel gebeuren en welke verklaring heeft u ervoor dat negen jaar na het omarmen van het rapport de implementatie nog steeds niet gereed is?

7. Deelt u de mening dat het wettelijk beperken van de duur van veetransporten tot maximaal twee uur het gesleep met dieren en de risico’s die dat met zich meebrengt danig zou verminderen?

8. Bent u van mening dat Nederland een eigen verantwoordelijkheid heeft, in termen van wetgeving, om een einde te maken aan het gesleep van levende dieren voor de export?

1 Leeuwarder Courant, zaterdag 30 januari 2010

Antwoorddatum: 8 mrt. 2010

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de Kamervragen van het lid Thieme (PvdD) over de toename van het gesleep met vee.


Vraag 1
Kent u bericht “Forse groei in gevaarlijk gesleep met vee”? 1)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Is het waar dat de intensieve veehouderij in Nederland meer dieren dan ooit importeert en exporteert? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet en waar baseert u dat op?

Vraag 3
Deelt u de mening dat de toegenomen diertransporten een potentiële bedreiging zijn voor de dier- en volksgezondheid? Zo ja, welke risico’s brengt het vele vervoer van landbouwdieren, vaak ook over lange afstanden, met zich mee? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4
Hoe verhouden de toegenomen diertransportbewegingen zich met de aanbeve­lingen van de commissie Wijffels uit 2001, namelijk dat er in 2010 geen vee­transporten over grote afstanden meer zouden voorkomen en er geen veemarkten meer zouden zijn?

Vraag 7
Deelt u de mening dat het wettelijk beperken van de duur van veetransporten tot maximaal twee uur het gesleep met dieren en de risico’s die dat met zich mee­brengt, danig zou verminderen?

Antwoord vraag 2 t/m 4 en vraag 7

De import en export van dieren zijn de laatste jaren toegenomen. Het overgrote deel van de export gaat naar Duitsland en België. Diertransporten, met name lange transporten, kunnen een potentiëel risico vormen voor met name de diergezondheid en in mindere mate de Volksgezondheid. De risico’s betreffen voornamelijk de insleep van dierziekten en de aantasting van het dieren­welzijn.

In de kabinetsreactie op de nota Wijffels heeft de toenmalige regering aangegeven dat de internationale ontwikkelingen het speelveld vormen voor de nationale veranderingen. De toenmalige regering heeft verder aangegeven dat het tempo waarin de transitie in Nederland tot stand kon worden gebracht, sterk beïnvloed werd door het tempo waarin in Europees verband de verduurzaming van de dierlijke sector kon worden ingezet. Deze mening deel ik nog steeds. In aanloop naar de totstandkoming van de Transportverordening heeft Nederland gepleit voor een acht uur transporttijdlimiet van slachtdieren. Er was toen voor dit voorstel geen meerderheid. Ik pleit nog steeds op Europees niveau voor maximalisering van lange transporten van slachtdieren. Het eenzijdig opleggen van een maximali­se­ring van transport voor alleen Nederlands grondgebied is in Europese context niet mogelijk.

Vraag 5
Hoe verhouden zich de toegenomen transportbewegingen met de uitspraken die u deed tijdens het algemeen overleg Nota “Duurzaam Voedsel” op 27 januari 2010 toen u aangaf dat de aanbevelingen van de commissie Wijffels wel geïmplemen­teerd zijn?

Antwoord
U refereert aan mijn uitspraken tijdens het overleg op 20 januari jongstleden. Daar heb ik aangegeven dat het rapport Wijffels werk in uitvoering is, niet dat de aanbevelingen geïmplementeerd en daarmee afgerond zijn. Ook heb ik aangege­ven dat het rapport Wijffels niet één-op- één aansluit op de kabinetsreactie en -voorne­mens op dat rapport.

Vraag 6
Welke aanbevelingen van de commissie Wijffels zijn wel geïmplementeerd, welke niet en op welke termijn zal dat dan wel gebeuren? Welke verklaring heeft u ervoor dat negen jaar na het omarmen van het rapport de implementatie nog steeds niet gereed is?

Antwoord
De kabinetsreactie op het rapport Wijffels van destijds bevat een aantal lijnen waarlangs het veranderingsproces van de dierlijke sector is aangepakt. Door mij en mijn voorganger is sindsdien in EU-verband gewerkt aan een hervorming van het GLB met de afbouw van prijs- en interventiesteun, verschuiving naar inkomens­steun, aandacht voor de wijze van productie en agendering van dieren­welzijn op EU-niveau.

Daarnaast heb ik met onder andere mijn nota’s over Dierenwelzijn, Toekomstvisie Duurzame Veehouderij, Duurzaam Voedsel en Diergezondheid integrale randvoor­waarden gesteld aan dierenwelzijn en diergezondheid en bevorder ik kwaliteitsbe­wust en duurzaam consumeren, de kwaliteit van het product, voedsel­veiligheid, innovatie, ruimtelijke ordening en de kwaliteit van het milieu.

Daarbij is een gedeelte van de inzet relatief snel te implementeren. Andere voor­nemens kosten meer tijd, waaronder systeemwijzigingen of voornemens die af­han­ke­lijk zijn van steun en procesgang op EU-niveau.

Vraag 8
Bent u van mening dat Nederland een eigen verantwoordelijkheid heeft, in termen van wetgeving, om een einde te maken aan het gesleep van levende dieren voor de export?

Antwoord
De voorwaarden waaronder transport van dieren plaatsvindt, worden met name in Europees verband vastgesteld. De nationale overheden hebben vervolgens de verantwoordelijk om deze te implementeren en toe te zien dat deze worden nageleefd.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg