Kamer­vragen aan de minister van VROM over vlees­con­sumptie en klimaat


Indiendatum: nov. 2009

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over vleesconsumptie en klimaat

1. Kunt u aangeven hoe uw pleidooi voor een verbod op de gloeilamp zich verhoudt tot de meer vrijblijvende wijze waarop u met de productie en consumptie van dierlijke eiwitten wenst om te gaan?

2. Bent u met mij van mening dat de productie van dierlijke eiwitten vele malen schadelijker is voor het klimaat dan het gebruik van gloeilampen? Zo neen, waarom niet?

3. Bent u met mij van mening dat er voor dierlijke eiwitten minstens zulke goede vervangers bestaan als voor de gloeilamp? Zo neen, waarom niet en bent u bereid de ontwikkeling van alternatieven substantiëler te steunen dan nu het geval is?

4. Hoe beoordeelt u de keuzevrijheid van consumenten m.b.t de consumptie van dierlijke eiwitten ten opzichte van bijvoorbeeld de vrijheid om loodhoudende benzine of gloeilampen aan te schaffen?

5. Wat bedoelt u met “de discussies rond dierlijke eiwitten verkeren nog niet in een stadium dat daar al concrete afspraken over gemaakt kunnen worden1”? Heeft u twijfels over de klimaatschade die voortvloeit uit de productie van dierlijke eiwitten?

6. Kunt u aangeven wat er nog moet gebeuren in de discussies over dierlijke eiwitten om tot concrete afspraken te kunnen komen?

7. Bent u bereid een actievere bijdrage aan dergelijke discussies te leveren opdat er sneller tot concrete afspraken gekomen kan worden? Aan welk soort concrete afspraken denkt u?

8. Op welke termijn verwacht u dat de discussies over dierlijke eiwitten voldoende uitgekristalliseerd kunnen zijn om tot concrete afspraken te kunnen komen? Wat zou die termijn wat u betreft kunnen versnellen?

9. De FAO stelt dat de uitstoot van broeikasgassen vanuit de veehouderij wereldwijd 18% bedraagt2 terwijl het World Watch Institute uitgaat van een aandeel voor de veehouderij van 51%3, bent u bereid een doorrekening van beide rapporten te laten doen en de kamer te laten weten wat uw bevindingen zijn, gelet op de gemelde verschillen in klimaatdruk van vleesproductie tussen die twee zeer gezaghebbende bronnen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

10. Bent u bereid op uw eigen ministerie een vlees- en zuivelloze dag per week in te stellen als signaal voor het feit dat u de klimaatschade vanuit de productie van dierlijke eiwitten dermate serieus vindt dat u een actieve transitie naar een meer plantaardige productie voorstaat? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

11. kunt u aangeven welke activiteiten binnen uw ministerie ontwikkeld worden om de keuze voor minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten te bevorderen? Acht u die activiteiten toereikend, of bent u bereid tot extra inspanningen in deze richting?

12. Hoe beoordeelt u de oproep van de Britse regeringsadviseur Stern om het eten van vlees drastisch te verminderen om het klimaat te redden4?

13. Bent u bereid tot een ontmoeting met Sir Paul McCartney, initiatiefnemer van Meatfree Monday, wanneer die op 9 december optreedt in Gelredome? Zo ja, kan ik helpen een dergelijke ontmoeting te arrangeren? Zo neen, waarom niet?



1 Beantwoording Kamervragen lid Thieme over klimaatbedreiging door vleesproducten, Ministerie van VROM, kenmerk DP2009058847

2www.fao.org/docrep/010/a0701e/a0701e00.HTM

3www.worldwatch.org/node/6294

4www.timesonline.co.uk/tol/news/environment/article6891362.ece

Indiendatum: nov. 2009
Antwoorddatum: 7 dec. 2009

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de mij met brief d.d. 16 november 2009, kenmerk 2009Z21625, toegezonden vragen van het lid Thieme (PvdD), inzake vleesconsumptie en klimaat.

Vraag 1
Kunt u uiteenzetten hoe uw pleidooi voor een verbod op de gloeilamp zich verhoudt tot de meer vrijblijvende wijze waarop u met de productie en consumptie van dierlijke eiwitten wenst om te gaan?

Antwoord

In beide gevallen streef ik duurzaamheid na en wil ik de klimaatschade beperken. Bij gloeilampen is dat eenvoudig te bereiken door dat de technische oplossingen om tot energiebesparing te komen al ruimschoots voor handen zijn en die oplossingen zijn in de praktijk goed toepasbaar en ook in internationaal kader aanvaard.

Bij vleesconsumptie is nog een traject nodig om de beleidsmatige opties goed in beeld te krijgen en innovatief onderzoek van de grond te tillen. Het betreft een ingewikkelder probleem met meerdere duurzaamheidaspecten naast klimaat, zoals onder andere ruimtegebruik en de aantasting van de biodiversiteit, andere emissies dan emissies van broeikasgassen, watergebruik, voedselzekerheid en dierenwelzijn. Dit beleidstraject is aangegeven in de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen die door mijn collega van LNV naar de Tweede Kamer is gestuurd. Samen met de departementen van LNV en Ontwikkelingssamenwerking participeer ik in het Programma Duurzame Voedselsystemen dat de beleidsagenda uitvoert.

Wat de productie betreft. Daar wordt al gewerkt aan de reductie van broeikasgasemissies, energiebesparing en de inzet van hernieuwbare energiebronnen. Daarover zijn afspraken gemaakt met de sector in het sectorakkoord Schone en Zuinige agrosectoren. Er zijn aanwijzingen dat deze afspraken effect hebben.

Vraag 2
Deelt u de mening dat de productie van dierlijke eiwitten vele malen schadelijker is voor het klimaat dan het gebruik van gloeilampen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Afgewogen tegen emissies van broeikasgassen is dat zeker het geval.

Vraag 3
Deelt u de mening dat er voor dierlijke eiwitten minstens zulke goede vervangers bestaan als voor de gloeilamp? Zo nee, waarom niet en bent u bereid de ontwikkeling van alternatieven substantiëler te steunen dan nu het geval is?

Antwoord
Duurzame alternatieven zijn nog volop in ontwikkeling. Pasklare oplossingen voor de eiwitproblematiek die algemeen toepasbaar zijn, zoals de spaarlamp of de led-lamp, zijn nog niet voor handen. Vanuit het Programma Duurzame Voedselsystemen wordt onderzoek gericht op de ontwikkeling en toepassing van alternatieven.

Vraag 4
Hoe beoordeelt u de keuzevrijheid van consumenten met betrekking tot de consumptie van dierlijke eiwitten ten opzichte van bijvoorbeeld de vrijheid om loodhoudende benzine of gloeilampen aan te schaffen?

Antwoord
Als het gaat om voedsel moeten er een afweging gemaakt worden tussen de vrijheid van consumenten om te beslissen wat ze wel en wat ze niet eten enerzijds en andere grote collectieve belangen als klimaat, milieu, voedselzekerheid en dierenwelzijn. Hoewel ik de keuzevrijheid van consumenten wil respecteren, wil dat niet zeggen dat de overheid geen beleid kan ontwikkelen dat er op is gericht de consument tot duurzame keuzes te brengen. In het kader van het programma Duurzame Voedselsystemen wordt onderzocht welke beleidsmatige instrumenten daarvoor het meest geschikt zijn. Overigens is het Voedingscentrum in opdracht van het ministerie van LNV nu al bezig met voorlichtingscampagnes over duurzaam voedsel gericht op de consument.

Vraag 5 t/m 8
Wat bedoelt u met “de discussies rond dierlijke eiwitten verkeren nog niet in een stadium dat daar al concrete afspraken over gemaakt kunnen worden”? 1) Heeft u twijfels over de klimaatschade die voortvloeit uit de productie van dierlijke eiwitten?

Kunt u uiteenzetten wat er nog moet gebeuren in de discussies over dierlijke eiwitten om tot concrete afspraken te kunnen komen?

Bent u bereid een actievere bijdrage aan dergelijke discussies te leveren opdat er sneller tot concrete afspraken gekomen kan worden? Aan welk soort concrete afspraken denkt u?

Op welke termijn verwacht u dat de discussies over dierlijke eiwitten voldoende uitgekristalliseerd kunnen zijn om tot concrete afspraken te kunnen komen? Wat zou die termijn wat u betreft kunnen versnellen?

Antwoord 5 t/m 8
Ik sluit me aan bij de conclusie uit de Milieubalans van het PBL dat de productie en consumptie van dierlijke eiwitten verantwoordelijk is voor een forse uitstoot van broeikasgassen. Om internationaal tot afspraken te kunnen komen is het nodig dat er consensus is over de emissies die toegerekend moeten worden aan dierlijk eiwit, de maatregelen die getroffen kunnen worden in de productie-keten en om consumptiepatronen aan te passen, over de kosten en baten daarvan en over de wijze waarop dit kan worden geïnstrumenteerd., Die consensus moet nog ontstaan. De recent goedgekeurde geannoteerde inhoudsopgave van het Vijfde Assessment van het IPCC geeft daarvoor alle gelegenheid omdat naast veel aandacht voor de landbouwsector er voor het eerst ook ruim aandacht kan worden besteed aan consumptiepatronen en leefstijlen . Vanuit Nederland kunnen we hier een positieve impuls aan geven door wetenschappers voor de betreffende hoofdstukken voor te dragen. Dit rapport zal in 2014 worden vastgesteld.

Ik citeer uit hetzelfde antwoord waar u uit citeert “Internationaal is de inzet om met een brede coalitie van landen, maatschappelijke organisaties en ketenpartijen, verduurzaming van eiwitproductie en consumptie te agenderen met concrete initiatieven op Europees en mondiaal niveau.”. Binnen Europa zal ik ernaar streven voedsel op de agenda te houden. Het Zweedse voorzitterschap heeft hier al een goede start meegemaakt.

Nederland wil in ieder geval samen met de VS, Nieuw Zeeland, Brazilië en India in Kopenhagen een "Global Alliance on agriculture greenhouse gas mitigation research” oprichten. Binnen dit samenwerkingsverband wil Nederland de coördinerende rol op het terrein van intensieve veehouderij op zich nemen.

Ik kan nog niet zeggen aan welk soort afspraken ik denk en op welke termijn deze gemaakt kunnen worden. Het bedrijfsleven zou een belangrijke rol kunnen en moeten spelen bij de identificatie van werkbare afspraken. Van de zijde van de overheid ligt die taak uiteraard bij de Minister van LNV.

Vraag 9
De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) stelt dat de uitstoot van broeikasgassen vanuit de veehouderij wereldwijd 18% bedraagt 2) terwijl het World Watch Institute uitgaat van een aandeel voor de veehouderij van 51% 3). Bent u bereid een doorrekening van beide rapporten te laten doen en de Kamer te laten weten wat uw bevindingen zijn, gelet op de gemelde verschillen in klimaatdruk van vleesproductie tussen die twee zeer gezaghebbende bronnen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ik sluit aan bij de berekeningen die zijn gemaakt in de Milieubalans. Die gaan uit van een mondiale bijdrage van 12 % en wijken in lichte mate af van de getallen in het rapport “Livestocks Long Shadow” dat uit ging van 18%, omdat gebruik is gemaakt van recentere gegevens en recentere richtlijnen dan de FAO heeft gedaan. De benadering van het World Watch Institute (WWI), kan niet rekenen op wetenschappelijke consensus. Echter ook een bijdrage aan de broeikasgasemissies van 12% vind ik al erg groot en voldoende reden om het beleidsmatig op te pakken. Dat gebeurt op nationaal niveau in het kader van de doelen die zijn gesteld in Schoon en Zuinig die zijn uitgewerkt in het sectorconvenant schone en zuinige agrosectoren en in het kader van de beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen, die LNV samen met VROM en OS naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Er zijn signalen dat land- en tuinbouw de uitdaging serieus oppakken.

Vraag 10
Bent u bereid op uw eigen ministerie een vlees- en zuivelloze dag per week in te stellen als signaal voor het feit dat u de klimaatschade vanuit de productie van dierlijke eiwitten dermate serieus vindt dat u een actieve transitie naar een meer plantaardige productie voorstaat? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
De gedachte om tot een meer duurzame consumptie binnen mijn ministerie te komen spreekt me aan en ik zal hierover in gesprek gaan. Zo zijn er afspraken gemaakt met de cateraar voor 100% biologische producten in 2010 en wordt gekeken naar mogelijke verdere verduurzaming.

Vraag 11
Kunt u uiteenzetten welke activiteiten binnen uw ministerie ontwikkeld worden om de keuze voor minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten te bevorderen? Acht u die activiteiten toereikend, of bent u bereid tot extra inspanningen in deze richting?

Antwoord
Ik verwijs u hiervoor naar de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen (TK 31 532, nr. 17). Deze is sinds enkele maanden in uitvoering.

Vraag 12
Hoe beoordeelt u de oproep van de Britse regeringsadviseur Stern om het eten van vlees drastisch te verminderen om het klimaat te redden? 4)

Antwoord
Wat mij hierin aanspreekt is dat hij op deze manier de problematiek op de agenda zet. In de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen heb ik samen met de ministers van LNV en OS aangekondigd dat ik een dialoog wil aangaan over verduurzaming van het mondiale voedselsysteem, met speciale aandacht voor het eiwitvraagstuk. Deze dialoog voeren wij met ketenpartijen en maatschappelijke organisaties. Daarnaast wil ik een open dialoog met burgers gaan voeren om het inzicht bij burgers te versterken in de duurzaamheidsopgaven waar we ons voor gesteld zien, hun handelingsperspectieven en de dilemma’s die hierbij aan de orde zijn.
Zoals ik al eerder heb aangegeven is agendering ook internationaal van groot belang.

Vraag 13
Bent u bereid tot een ontmoeting met Sir Paul McCartney, initiatiefnemer van Meatfree Monday, wanneer die op 9 december optreedt in het Gelredome? Zo ja, kan ik helpen een dergelijke ontmoeting te arrangeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Wegens de begrotingsbehandeling van mijn ministerie op die datum kan ik deze suggestie helaas niet in overweging nemen.

Hoogachtend,

de minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,



dr. Jacqueline Cramer