Kamer­vragen aan de minister van VROM over megastal in Reeuwijk


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over megastal in Reeuwijk

1. Kent u het bericht "Bewoners dringen aan op ‘verstandig besluit’ over stal1”?

2. Kunt u zich de onrust voorstellen van omwonenden nu de vestiging van een megastal in bebouwde omgeving is aangevraagd? Zo neen, waarom niet?

3. Bent u met mij van mening dat de onrust en onduidelijkheid rond mrsa besmettingen, longaandoeningen en zoönosen uit de intensieve veehouderij aanleiding geven om de plaatsing van megastallen in bewoond gebied te bevriezen? Zo ja, op welke termijn en wijze bent u bereid hier over in gesprek te gaan met gemeenten? Zo neen, waarom niet?

4. Bent u met mij van mening dat megastallen niet passen binnen het cultuurlandschap van het Groene hart? Zo neen, waarom niet?

5. Bent u bereid op basis van de massale protesten op tal van plaatsen tegen de komst van megastallen het vestigingsbeleid rond megastallen aan brede heroverweging te onderwerpen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

1 AD, 11-11-2009

Antwoorddatum: 3 dec. 2009

Hierbij bied ik u antwoorden aan op vragen van mw. Thieme (PvdD) over “Een megastal in Reeuwijk”.

Vraag 1
Kent U het bericht “Bewoners dringen aan op ‘verstandig besluit’ over stal?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Kunt u zich de onrust voorstellen van omwonenden nu de vestiging van een megastal in de bebouwde omgeving is aangevraagd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Navraag bij de gemeente Reeuwijk heeft mij het volgende opgeleverd.
Een bestaand gemengd veebedrijf heeft een Milieuvergunning aangevraagd voor de uitbreiding van de varkensafdeling van 150 naar 1164 vleesvarkens. De Milieudienst Midden-Holland heeft een ontwerpvergunning op 17 september 2009 ter visie gelegd. Daarop zijn 43 zienswijzen ingediend. De besluitvorming in de gemeente Reeuwijk is nog aanhangig.
Over het bestemmingsplan geeft de gemeente aan, dat met het huidige bestemmingsplan deze uitbreiding wellicht mogelijk kan worden gemaakt door het verlenen van een binnenplanse vrijstelling. Dit is gebleken uit de beantwoording van een principeverzoek van de aanvrager d.d. 12 augustus 2008. Bij een definitieve aanvraag van een bouwvergunning zal met gedetailleerde tekeningen en exacte gegevens nogmaals aan het geldende bestemmingsplan kunnen en moeten worden getoetst.

De feiten in Reeuwijk luiden anders dan de vraagstelling: niet een vestiging van een varkensbedrijf, maar een revisievergunning voor een reeds gevestigd veebedrijf, niet een megastal -waaronder stallen van meer dan 7500 varkens worden verstaan- maar een uitbreiding met ruim 1000 varkensplaatsen.
Dat er enige onrust en onduidelijkheid kan heersen tijdens procedures van bouwvergunning en milieuvergunning, waar betrokkenen in de omgeving graag de beslissingen naar hun standpunt zien gevormd, kan ik mij voorstellen. Ik heb geen reden om aan de zorgvuldige en brede afweging van alle belangen door het gemeentebestuur te twijfelen.

Vraag 3
Deelt u de mening dat de onrust de onduidelijkheid rond MRSA-bacterie besmettingen, longaandoeningen en zoonosen uit de intensieve veehouderij aanleiding geven om de plaatsing van megastallen in bewoond gebied te bevriezen? Zo ja, op welke termijn en wijze bent u bereid hierover in gesprek te gaan met gemeenten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Die mening deel ik niet. Mijn collega van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft u, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een brief gestuurd op 28 mei 2009 (TK 2008-2009, 28 973, nr. 35) over gezondheidsrisico's en intensieve veehouderij. In die brief staat, dat het RIVM vorig jaar al heeft geconcludeerd dat schaalvergroting niet alleen maar negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden hoeft te hebben. Die kan ook juist kansen bieden voor een betere bedrijfsvoering, waardoor de risico's voor omwonenden verminderen.
Over het risico op besmetting met MRSA staat in die brief, dat uit onderzoek van het RIVM blijkt, dat er geen verhoogd risico op MRSA is voor omwonenden. De brief maakt verder melding van onderzoek dat zal plaatsvinden naar gezondheidsklachten in gebieden met veel intensieve veehouderij. Dit onderzoek is gestart en zal eind 2010 resultaten opleveren.
Tot slot heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de
brief aangegeven, dat gemeenten en provincies een goede afweging moeten maken tussen de verschillende aspecten van veehouderij op basis van de huidige kennis van zaken.

Vraag 4
Deelt u de mening, dat megastallen niet passen in het cultuurlandschap van het Groene Hart? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Over de passendheid van megastallen in het landschap kan in het algemeen geen overal geldende uitspraak worden gedaan. Ik verwijs naar eerdere standpunten van mijn collega van LNV en mij (brief TK 28973, 19H van 9 januari 2008). Een nauwkeurige afweging van plek en plaats voor de vestiging van megastallen ligt in handen van de provincies en gemeenten. Vestiging van grote bouwwerken in het buitengebied van het Groene Hart kan in strijd komen met de kernkwaliteiten van dit Nationale Landschap. De provincie werkt deze verder uit.
Dat er altijd grote zorgvuldigheid met de inpassing van megastallen geboden is om diverse motieven, waarvan de landschappelijke verhoudingen deel uitmaken, daarover zijn alle provincies het met ons eens.

Vraag 5
Bent u bereid, op basis van de massale protesten op tal van plaatsen tegen de komst van megastallen, het vestigingsbeleid rond megastallen aan een brede heroverweging te onderwerpen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Aan een brede heroverweging heb ik thans geen behoefte. Met mijn collega’s wacht ik eerst af wat de onderzoeken naar gezondheidsgevaren als genoemd onder antwoord 3 in 2010 zullen opleveren. Mochten die resultaten bijzonder zijn, kan daarin een reden voor een heroverweging gelegen zijn.
Naar de huidige stand van zaken met megastallen en naar de huidige stand van kennis zijn de relevante factoren inzake milieu, ruimtelijke inpassing, zorg voor het landschap en beheersing van mogelijke gevaren voor de volksgezondheid goed onder controle en zijn de besturen van gemeenten en provincies zich tevens van deze aspecten scherp bewust.


Hoogachtend,
de minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,


dr. Jacqueline Cramer