Kamer­vragen aan de minister van LNV, VWS en VROM over de voor­ge­nomen teelt van gentech-aard­appels door BASF


Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de voorgenomen teelt van gentech-aardappels door BASF

1. Kent u het bericht ‘gentech-aardappel voor de kweeksector’?1

2. Hoe beoordeelt u het voornemen van BASF om de genetisch gemanipuleerde aardappel Amflora te telen als pootgoed?

3. Deelt u de mening dat het in Nederland telen van deze gentech-aardappel de gangbare en de biologische pootgoed-sector bedreigt, omdat het nagenoeg onmogelijk is om de ketens uit elkaar te houden en vervuilingen te voorkomen?

4. Deelt u de mening dat een eventuele vervuiling van de gangbare- en biologische aardappels desastreuze effecten kan hebben, temeer omdat de aardappels niet geschikt zijn voor menselijke consumptie, en omdat zij een gen bevatten dat resistent is tegen antibiotica?

5. Is het waar dat Nederland een van de grootste pootgoedexporteurs van de wereld is, en dat de Nederlandse aardappels de hele wereld over gaan? Zo ja, deelt u de mening dat het nemen van risico’s op vervuiling met gentech-aardappels onverantwoord is?

6. Deelt u de zorg dat het telen van gentech-aardappels een negatief effect kan hebben voor het imago van de Nederlandse pootgoedsector? Zo neen, waarom niet?

7. Deelt u de mening dat het belangrijk is om onze gangbare- en biologische aardappeltelers te beschermen tegen ongewenste vervuiling van gentech-aardappels? Zo ja, op welke wijze wilt u dit doen?

8. Bent u bereid de teelt van de Amflora-aardappel in Nederland te verbieden? Zo neen, waarom niet?

1 Trouw, dinsdag 9 maart 2010, p. 13

Antwoorddatum: 10 mrt. 2010

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de antwoorden aan op Kamervragen van het lid Ouwehand (PvdD) over de voor­ge­nomen teelt van gentech-aardappels door BASF.

Vraag 1
Kent u het bericht “Gentech-aardappel voor de kweeksector”?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Hoe beoordeelt u het voornemen van BASF om de genetisch gemanipuleerde aardappel Amflora te telen als pootgoed?

Antwoord
De Europese Commissie heeft een beschikking afgegeven om de Amflora-aardappel tot de Europese markt toe te laten. Daarmee is de teelt van de aardappel ook als pootgoed toegestaan. De verwerking van de Amflora-aardappel kan bijdragen aan een verminderd gebruik van energie en chemische stoffen in de aardappel-zetmeelindustrie. Nederland heeft in de Landbouwraad van juli 2007 voor toelating van de aardappel voor teelt gestemd. Voor de redenen en achter­gronden hierbij verwijs ik naar de antwoorden op de vragen (ingezonden op 8 maart 2010) van het lid Polderman over hetzelfde onderwerp.)

Vraag 3
Deelt u de mening dat het in Nederland telen van deze gentech-aardappel de gangbare en de biologische pootgoedsector bedreigt, omdat het nagenoeg onmogelijk is om de ketens uit elkaar te houden en vervuilingen te voorkomen?

Vraag 4
Deelt u de mening dat een eventuele vervuiling van de gangbare en biologische aardappels desastreuze effecten kan hebben, temeer omdat de aardappels niet geschikt zijn voor menselijke consumptie, en omdat zij een gen bevatten dat resistent is tegen antibiotica?

Vraag 5
Is het waar dat Nederland een van de grootste pootgoedexporteurs van de wereld is en dat de Nederlandse aardappels de hele wereld over gaan? Zo ja, deelt u de mening dat het nemen van risico’s op vervuiling met gentech-aardappels onverantwoord is?

Vraag 6
Deelt u de zorg dat het telen van gentech-aardappels een negatief effect kan hebben voor het imago van de Nederlandse pootgoedsector? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7
Deelt u de mening dat het belangrijk is om onze gangbare en biologische aardappeltelers te beschermen tegen ongewenste vervuiling van gentech-aardappels? Zo ja, op welke wijze wilt u dit doen?

Antwoord vraag 3 t/ 7
Ik acht het niet waarschijnlijk dat de eventuele teelt in Nederland van de Amflora-aardappel negatieve effecten zal hebben voor de conventionele en biologische aardappelpootgoedsector. In de vergunning zijn verplichte maatregelen op het gebied van teelt en afzet opgenomen om aanwezigheid van de Amflora-aardappel in de diervoeder- en voedselketen te voorkomen. Deze verplichte maatregelen zullen worden opgenomen in de contracten tussen de vergunninghouder BASF en telers en verwerkers van de aardappel. Daarnaast hebben betrokken partijen in Nederland afspraken gemaakt voor een goede co-existentie tussen conventionele, biologische en ggo-teelten, waaronder de aardappelteelt. Deze afspraken zijn vastgelegd in een verordening van het productschap Akkerbouw. Bovendien is de aardappel een gewas dat van nature weinig risico met zich meebrengt voor wat betreft de verspreiding in het milieu of uitkruising. Gelet op de voornoemde verplichte maatregelen, de co-existentieafspraken en het beperkte risico van uitkruising bij het aardappelgewas zijn nadelige effecten voor de conventionele en de biologische pootgoedsector niet waarschijnlijk.

Een beperkte vermenging kan echter nooit uitgesloten worden. Daarom wordt met het besluit van de Europese Commissie een onvoorziene en technisch onvermijd­bare aanwezigheid tot 0,9% toegestaan in diervoeders en levensmiddelen. Op grond van de EU-verordening inzake biologische productie mogen biologische producten ook tot 0,9% in de EU toegelaten ggo’s bevatten. De EFSA heeft in november 2006 een positieve risicobeoordeling gegeven over de veiligheid van de Amflora-aardappel voor mens, dier en milieu. Voor wat betreft de risicobeoorde­ling van het antibioticaresistentiegen, verwijs ik naar de brief die de toenmalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) mede namens mij en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 1 april 2008 aan uw Kamer heeft gestuurd (TK-stuk 27428, nr.104) en de antwoorden op de vragen van het lid Polderman over hetzelfde onderwerp.

De Nederlandse aardappelpootgoedsector is een innovatieve sector die een belangrijk deel van de productie exporteert. De sector is in staat om technieken op zodanige wijze te adopteren en te adapteren dat zijn innovatieve en toonaan­gevende karakter in binnen- en buitenland behouden blijft. Ik heb er vertrouwen in dat de sector de ggo-technologie, net als andere nieuwe veredelingstechnieken, op zijn merites beoordeelt.

Vraag 8
Bent u bereid de teelt van de Amflora-aardappel in Nederland te verbieden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Nee, Nederland heeft in de Landbouwraad van juli 2007 voor toelating gestemd van de teelt van de Amflora-aardappel in de EU. Zoals bekend zet Nederland zich sinds voorjaar 2009 in om Europese lidstaten de bevoegdheid te geven om de teelt van in de EU toegelaten ggo’s op nationaal niveau te reguleren. De Commissie heeft, gelijktijdig met de aankondiging van de toelating van de Amflora, aangekondigd om in de zomer met een voorstel te komen dat dit mogelijk moet maken. Op dit moment is dit echter nog niet mogelijk. Bovendien zie ik in het specifieke geval van de Amflora-aardappel geen nieuwe redenen (veiligheid of anderszins) om de teelt in Nederland te verbieden.

Overigens zal de eventuele teelt van de Amflora-fabrieksaardappel geen grote vlucht nemen in Nederland. Amflora is namelijk onvoldoende resistent tegen de wratziekte en mag daarom niet in het Nederlandse fabrieksaardappelgebied worden geteeld.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg

Geachte Voorzitter,

Mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu­beheer stuur ik u hierbij de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Polderman (SP) over de toelating van het genetisch gemodificeerde organisme (ggo) Amflora.

1

Kent u het bericht in de Financial Times “Genetically modified potato wins EU approval”?

Ja. Overigens is dit bericht gebaseerd op een persbericht van de Europese Commissie[1].

2

Deelt u de constatering dat de toelating van Amflora tegenstrijdig is met het Nederlandse ggo-beleid? Zo nee, waarom niet en bent u in dit opzicht van mening veranderd? Waarom heeft u dit niet met de Kamer besproken? Kunt u wetenschappelijk onderbouwd uiteenzetten waarom u dit risico nu anders inschat? Zo ja, bent u bereid om teelt in Nederland te weigeren?

Nee. Het beleid met betrekking tot antibioticumresistentiegenen in genetisch gemodificeerde organismen is in de Integrale nota biotechnologie[2] (INB) voor het eerst beschreven. Sindsdien is dit beleid echter aangepast, mede naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State[3].

Het beleid houdt sindsdien in dat de aanwezigheid van een antibioticumresisten­tie­gen niet op voorhand betekent dat het ggo niet kan worden toegelaten, maar dat voor iedere aanvraag voor een toepassing van genetische modificatie per geval wordt beoordeeld wat de risico’s zijn, inclusief de risico’s van eventueel aanwezige antibioticumresistentiegenen.

Over de betreffende uitspraak van de Raad van State en de gevolgen voor het beleid, is de Tweede Kamer geïnfor­meerd[4].

Over het specifieke geval van deze aardappel, inclusief de wetenschappelijke onderbouwing van de veiligheid ervan, is de Tweede Kamer in 2008 geïnfor­meerd[5]. Daarbij is ook toegelicht wat de verhouding was tussen het EFSA-advies en een advies van het Europese Medicijnenagentschap (EMEA). Destijds was de verwachting dat de Europese Commissie op korte termijn de aardappel zou toe­laten. De Europese Commissie heeft echter, gelet op de aanhoudende discussie over deze aardappel en het advies van EMEA, besloten om de Europese voedsel­veiligheidautoriteit (EFSA) nogmaals te vragen om de veiligheid van het antibio­ticumresistentiegen in kwestie te bestuderen. In juni 2009 verscheen een rapport van twee EFSA-panels, waarin onder andere werd gesteld dat er geen risico’s te verwachten zijn als gevolg van de aanwezigheid van het betreffende gen in ggo’s[6]. De nieuwe Europese Commissie heeft daarop besloten de Amflora-aardappel toe te laten tot de Europese markt.

3

Bent u op de hoogte van het feit dat een aantal EU-lidstaten zich tegenstander van de toelating heeft verklaard? Bent u bereid u aan te sluiten bij deze groep koplopers?

Ik ben bekend met de weerstand bij verschillende EU-lidstaten tegen ggo’s in het algemeen en tegen deze aardappel in het bijzonder. Ten tijde van de stemming over de toelating van deze aardappel, stemde een aantal lidstaten tegen de toe­lating. Omdat er geen gekwalificeerde meerderheid vóór of tegen de toelating was, kon de Europese Commissie (conform de door het Europees Parlement en de Europese Raad overeengekomen comitologieprocedure) de knoop doorhakken. De Commissie heeft, zoals hierboven is uiteengezet, besloten om dit niet onmiddellijk te doen, maar om tegemoet te komen aan de zorgen van sommige lidstaten door de EFSA nogmaals te vragen de veiligheid te bestuderen. Pas nadat de EFSA op­nieuw tot een positief oordeel kwam, besloot de Commissie tot de toelating over te gaan.

Ik zie geen reden om mij tegenstander te verklaren van de toelating.

In 2007 concludeerden de Nederlandse bevoegde autoriteiten, op basis van onder andere de beoordeling van de Commissie genetische modificatie (COGEM), dat de aardappel geen onaanvaardbare risico’s met zich meebracht. Om die reden heeft Nederland destijds voor toelating gestemd.

De uitkomst van de extra veiligheidsstudie die sindsdien door EFSA is gedaan, bevestigt het standpunt dat er geen reden is te vrezen voor risico’s. Naar aanleiding van een verzoek uit de Eerste Kamer heb ik voorjaar 2009 de Europese Commissie verzocht om de besluitvorming over de toelating van de aardappel te bespoedigen[7].

4

Deelt u de mening dat er geen enkel risico genomen mag worden op overdracht van antibioticaresistentie? Zo nee, hoe denkt u bij toelating het risico van over­dracht en verspreiding van antibioticaresistente eigenschappen te voorkomen?

Nee. Het kabinetsbeleid voor biotechnologie onderkent dat nulrisico’s onmogelijk zijn[8]. Wel kunnen de risico’s zo klein mogelijk worden gemaakt.

In de brief uit 2008 over deze aardappel is uiteengezet waarom de risico’s in dit geval aanvaardbaar worden geacht. Belangrijk argument daarbij is dat de kans op overdracht van een resistentiegen van een plant naar een bacterie (de zogenaam­de horizontale overdracht), bijzonder klein is. Daarbij is het gen wijdverspreid aanwezig in bacteriële populaties. Dit werd nogmaals bevestigd in de EFSA-studie van 2009. Verder schrijft de vergunning voor dat de aardappel wordt geteeld binnen een identity preservation system, dat maatregelen en controles bevat om de verspreiding van de aardappel naar de voedselketen te voorkomen. Voor verdere details over de veiligheidsbeoordeling, verwijs ik naar de brief uit 2008.

5

Bent u bereid bezwaar aan te tekenen tegen de zogenaamde incidentele, technisch onvermijdbare vervuiling van 0,9%, aangezien Amflora niet voor menselijke consumptie is goedgekeurd? Zo nee, waarop baseert u uw assumptie dat consumptie van 0,9% wel veilig is?

Nee. De Amflora-aardappel is ontwikkeld voor verwerking in de aardappel-zetmeelindustrie. Een restproduct kan worden afgezet als diervoeder. Hoewel de Europese Commissie de vergunninghouder diverse maatregelen heeft opgelegd om te voorkomen dat de Amflora-aardappel of delen daarvan vermengd worden met andere aardappelen of aardappelproducten die bestemd zijn voor gebruik als conventioneel diervoeder of voedsel, kan een beperkte vermenging niet worden uitgesloten. Daarom is een onvoorziene en technisch onvermijdbare aanwezigheid van de aardappel tot 0,9% in levensmiddelen toegestaan. De aanwezigheid van de aardappel in levensmiddelen levert geen gevaar op voor de volksgezondheid. De EFSA heeft bij de (herhaalde) beoordeling van de veiligheid van de aardappel, ook de consumptie door de mens veilig bevonden in de context van het voorgestelde gebruik.

6

Bent u op de hoogte van het bestaan van twee niet-genetisch gemodificeerde aardappelsoorten met bijna identieke eigenschappen aan de Amflora, één van het Duitse Europlant en de ander van het Nederlandse Avebe? Wat is in dit kader volgens u de noodzaak van het toelaten van Amflora?

Ja, ik ben daarvan op de hoogte. De diverse aardappelrassen zijn zeer regio-specifiek.

Voor verschillende geografische gebieden zijn verschillende (concurrerende) rassen nodig om tot een goede opbrengst te kunnen komen. De amylopectine-aardappel van AVEBE (de Eliane) wordt commercieel geteeld in het buitenland, maar kan en mag niet in Nederland geteeld worden, onder andere vanwege het ontbreken van voldoende resistentie tegen de wratziekte. Volgens mijn informatie is de aardappel van Europlant nog niet op de markt. De ggo-techniek kan bijdra­gen aan een snellere veredeling van aardappelrassen met specifieke kwaliteiten die kunnen bijdragen aan verduurzaming van de agroketen waarbij rekening wordt gehouden met regionale groei- en teeltomstandigheden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg