Kamer­vragen aan de minister van LNV over verrijkte kooien


Indiendatum: apr. 2007

Vragen van het lid Thieme aan de minister van LNV

  1. Kent u het bericht “Op het verkeerde been gezet”? (1)

  2. Kunt u aangeven hoe de actuele uitbreidingen en investeringen van pluimveehouders in het “verrijkte kooisegment” zich verhoudt tot het uitvoeren van de motie Thieme (2) waarbij de kamer zich heeft uitgesproken om dit houderijsysteem te verbieden?

  3. Kunt u aangeven op welke wijze u aan de sector heeft duidelijk gemaakt dat het verbod op de verrijkte kooi er daadwerkelijk gaat komen en dat verdere investeringen in dat houderijsysteem geen zin hebben?

  4. Kunt u de kamer garanderen dat voor investeringen in het verrijkte kooisegment die na het aannemen van de motie Thieme (op 28 december 2006) hebben plaatsgevonden geen schadevergoedingsregeling vanuit de overheid zal gelden? Zo neen, op basis van welke criteria wilt u een schadevergoedingsregeling instellen en welke investeringen en tot welke datum gemaakt komen hiervoor nog in aanmerking?

  5. Kunt u aangeven op welke wijze u aan de sector heeft duidelijk gemaakt dat verdere investeringen in het verrijkte kooisegment voor eigen rekening van de sector zijn en de betreffende pluimveehouders niet kunnen rekenen op een schadevergoeding van de overheid?

  6. Kunt u aangeven welke meerwaarde het afwachten van het onderzoek naar de kosten van een verbod op de verrijkte kooi heeft voor het instellen van een verbod op de verrijkte kooi? Zo ja, kunt u dat met ons delen? Zo neen, waarom niet?

  7. Bent u met ons van mening dat verder uitstellen en vertragen van de uitvoering van het verbod op de verrijkte kooi alleen tot maar meer onduidelijkheid kan leiden voor pluimveehouders? Zo ja, wanneer voert u het verbod in zodat aan deze onduidelijkheid een einde kan komen? Zo neen, hoe gaat u om met uitspraken van pluimveehouders die aangeven dat het verbod niet zo’n vaart zal lopen?

  8. Heeft u inzicht in lopende bouwaanvragen voor verrijkte kooihuisvesting of voor onderdelen daarvan? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kunt u deze informatie met ons delen?

  9. Bent u bereid voorafgaand aan het verbod bereid een standstill af te kondigen om verdere investeringen in verrijkte kooihuisvesting te stoppen? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) Agrarisch Dagblad 14 april 2007, pagina 23

(2) Motie Thieme 30800 XIV nr 65

Indiendatum: apr. 2007
Antwoorddatum: 7 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over een verbod op een verrijkte kooi.

1

Kent u het bericht “Op het verkeerde been gezet”?

Ja.

2

Kunt u aangeven hoe de actuele uitbreidingen en investeringen van pluimveehouders in het “verrijkte kooisegment” zich verhoudt tot het uitvoeren van de motie Thieme c.s. 2), waarbij de Kamer zich heeft uitgesproken om dit houderijsysteem te verbieden?

Bij de verrijkte kooistallen die nu worden gebouwd of waarvan de bouw net is afgerond,

is sprake van onomkeerbare investeringsbeslissingen in samenhang met het moment dat de motie Thieme c.s. (Kamerstuk 30 800 XIV, nr. 65) werd aangenomen. Vanwege de dis¬cussie over het lot van de verrijkte kooi ben ik ervan overtuigd dat na het aannemen van de motie geen enkele ondernemer nieuwe investeringsverplichtingen zal zijn aangegaan of zal aangaan voor een dergelijk huisvestingssysteem en dat geen enkele bank hiervoor krediet beschikbaar zal stellen.

3

Kunt u aangeven op welke wijze u aan de sector heeft duidelijk gemaakt dat het verbod op de verrijkte kooi er daadwerkelijk gaat komen en dat verdere investeringen in dit systeem geen zin hebben?

Als reactie op de door de Kamer aangenomen motie Thieme c.s. heeft mijn voorganger aangegeven de uitvoering van de motie aan mij over te laten en een onderzoek uit te laten voeren naar het huidige gebruik van de verrijkte kooi en de kosten van een wettelijk verbod op de verrijkte kooi.

Verder worden in dit onderzoek de gevolgen in beeld gebracht voor de legpluimvee¬houderij, de markt van scharreleieren en de eiproductenindustrie in Nederland, die overwegend kooi-eieren vraagt. Dit onderzoek zal naar verwachting eind juni zijn af¬gerond, waarna ik het vervolgens aan de Tweede Kamer zal aanbieden. Dit onderzoek zal een belangrijke bouwsteen zijn voor mijn definitieve afweging. Zoals ik al eerder aan de Kamer heb aangegeven, heb ik het voornemen mijn besluit en eventuele bijbehorende flankerende maatregelen kenbaar te maken bij het uitbrengen van de Nota dierenwelzijn in dit najaar. Ik wil hier nu niet op vooruitlopen.

4

Kunt u de Kamer garanderen dat voor investeringen in het verrijkte kooisegment, die na het aannemen van de motie Thieme c.s. op 28 december 2006 hebben plaatsgevonden, geen schadevergoedingsregeling vanuit de overheid zal gelden? Zo neen, op basis van welke criteria wilt u een schadevergoedingsregeling instellen? Welke investeringen en tot welke datum gedaan komen hiervoor nog in aanmerking?

Nee, die garantie kan niet worden gegeven. Zie verder het antwoord op vraag 3.

5

Kunt u aangeven op welke wijze u aan de sector heeft duidelijk gemaakt dat verdere investeringen in het verrijkte kooisegment voor eigen rekening van de sector zijn en de betreffende pluimveehouders niet kunnen rekenen op een schadevergoeding van de overheid?

In het debat (VAO) met de Kamer op 11 april jl. heb ik de verwachting uitgesproken dat de sector niet meer zal investeren in verrijkte kooisystemen zo lang ik nog geen definitief besluit heb genomen.

6

Kunt u aangeven welke meerwaarde het afwachten van het onderzoek naar de kosten van een verbod op de verrijkte kooi heeft voor het instellen van een verbod op de verrijkte kooi? Zo ja, kunt u de Kamer hierover informeren? Zo neen, waarom niet?

Een besluit over het wel of niet doorvoeren van een wettelijk verbod op de verrijkte kooi wil ik zorgvuldig en afgewogen kunnen nemen. Ik wil een goed beeld hebben van alle factoren die een rol spelen bij een verbod op de verrijkte kooi en hoe negatieve gevolgen, bijvoorbeeld bedrijfscontinuïteit, zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Ik wil hier¬voor het eerdergenoemde onderzoek kunnen benutten.

7

Deelt u de mening dat verder uitstellen en vertragen van de uitvoering van het verbod op de verrijkte kooi alleen tot meer onduidelijkheid kan leiden voor pluimveehouders? Zo ja, wanneer voert u het verbod in, zodat aan deze onduidelijkheid een einde kan komen?

Zo neen, hoe gaat u om met uitspraken van pluimveehouders die aangeven dat het verbod niet zo’n vaart zal lopen?

Ik ben me ervan bewust dat er sprake is van enige onduidelijkheid voor pluimveehouders zo lang ik nog geen definitief besluit heb genomen. Ik geef in deze situatie de voorkeur aan zorgvuldigheid boven snelheid.

8

Heeft u inzicht in lopende bouwaanvragen voor verrijkte kooihuisvesting of voor onder¬delen daarvan? Zo ja, kunt u deze informatie met ons delen? Zo neen, waarom niet?

Ik heb geen inzicht in lopende bouwaanvragen voor verrijkte kooien. In eerdergenoemd onderzoek laat ik inventariseren hoeveel bedrijven hebben geïnvesteerd in verrijkte kooien. Een inventarisatie van lopende bouwaanvragen voor dit staltype is naar mijn mening in dit kader niet opportuun.

9

Bent u bereid voorafgaand aan het verbod bereid een standstill af te kondigen om verdere investeringen in verrijkte kooihuisvesting te stoppen? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Een standstill kan alleen ingevoerd worden door middel van wetgeving. Hiermee zijn enkele maanden gemoeid. Ik geef er de voorkeur aan om op basis van het eerder¬genoemde onderzoek de komende maanden een zorgvuldige afweging te maken en in het kader van de Nota dierenwelzijn een definitief besluit te nemen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg