Kamer­vragen aan de ministers van VROM en LNV over de subsidie van gecom­bi­neerde lucht­wassers voor de varkens­hou­derij


Indiendatum: apr. 2007

Vragen van het lid Ouwehand aan de minister van VROM en de minister van LNV over de subsidie van gecombineerde luchtwassers voor de varkenshouderij

  1. Kent u het artikel ‘subsidie zonder dat milieu-effecten volledig duidelijk zijn’? (1)

  2. Kunt u aangeven waarom u een subsidie verstrekt van in totaal 15 miljoen euro voor de aanschaf van gecombineerde luchtwassers terwijl de milieu-effecten van deze gecombineerde luchtwassers nog niet duidelijk zijn? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten? Zo neen, waarom niet?

  3. Vindt u het rechtvaardig dat belastinggeld wordt ingezet voor een subsidie van een apparaat dat niet verder gaat dan het vermeend bestrijden van de symptomen van de uitwassen in de bio-industrie maar waarvan de effecten nog niet duidelijk zijn? Zo ja, op welke wijze kunt u dit verantwoorden? Zo neen, bent u voornemens de subsidie terug te trekken c.q. per direct stop te zetten?

  4. Bent u met ons van mening dat bij het ontwikkelen van een beleidsaanpak om de uitstoot van fijnstof uit de bio-industrie te verminderen vooral gezocht moet worden naar de aanpak van de oorzaken en niet naar het bestrijden van symptomen? Zo ja, hoe gaat u dit beleid verder vormgeven en wanneer denkt u dit beleid te implementeren? Zo neen, waarom niet?

  5. Bent u met ons van mening dat het subsidiëren van luchtwassers geen recht doet aan het ‘vervuiler betaalt’ principe welke ook in het regeerakkoord is opgenomen als beleidsvoornemen? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen om deze onterechte vorm van subsidiering af te schaffen? Zo neen, kunt u aangeven hoe subsidiering van luchtwassers zich verhoudt ten opzichte van dit ‘vervuiler betaalt’ principe?

  6. Bent u met ons van mening dat het ‘vervuiler betaalt’ principe uit het regeerakkoord expliciet verwijst naar het feit dat de veroorzaker van vervuiling zelf moet opdraaien voor de kosten die gemoeid zijn bij het aanpakken van deze vervuiling? Zo ja, bent u bereid dit principe ook daadwerkelijk toe te passen op de wetgeving, regelingen en subsidies op uw werkterrein? Zo neen, waarom niet?


(1) Agrarisch Dagblad van 14 april 2007

Indiendatum: apr. 2007
Antwoorddatum: 5 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

In deze brief beantwoord ik mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vragen van het lid Ouwehand (PvdD) over de subsidie van gecombineerde luchtwassers voor de varkenshouderij.

1
Kent u het artikel ‘subsidie zonder dat milieu-effecten volledig duidelijk zijn’?

Ja.

2, 3
Kunt u aangeven waarom u een subsidie verstrekt van in totaal 15 miljoen euro voor de aanschaf van gecombineerde luchtwassers terwijl de milieu-effecten van deze gecombi¬neerde luchtwassers nog niet duidelijk zijn? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten? Zo neen, waarom niet?
Vindt u het rechtvaardig dat belastinggeld wordt ingezet voor een subsidie van een apparaat dat niet verder gaat dan het bestrijden van de symptomen van de uitwassen in de bio-industrie, en waarvan de effecten nog niet duidelijk zijn? Zo ja, op welke wijze kunt u dit verantwoorden? Zo neen, bent u voornemens de subsidie terug te trekken of per direct stop te zetten?

Ik verstrek subsidie voor de aanschaf van gecombineerde luchtwassystemen, omdat deze systemen de uitstoot van ammoniak, geur én fijn stof substantieel verminderen. Hierbij moet u denken aan rendementen van 70% of meer. Deze rendementen zijn bepaald door onafhankelijke deskundigen.


Op dit moment investeren intensieve veehouderijbedrijven in stalsystemen die de uitstoot van ammoniak verminderen om zodoende te voldoen aan de eisen van de IPPC-richtlijn (1). Ik heb dit moment aangegrepen om de sector met een positieve financiële prikkel te verleiden om te investeren in stalsystemen die meerdere milieuproblemen tegelijk aanpakken.

4
Deelt u de mening dat bij het ontwikkelen van een beleidsaanpak om de uitstoot van fijn stof uit de bio-industrie te verminderen vooral gezocht moet worden naar de aanpak van de oorzaken en niet naar het bestrijden van symptomen? Zo ja, hoe gaat u dit beleid verder vormgeven? Wanneer denkt u dit beleid te implementeren? Zo neen, waarom niet?

Het kabinet pakt de problematiek van het fijn stof in de veehouderij aan via meerdere sporen. Dit zijn: 1) het Programma luchtwassers(2) , 2) de Reconstructie Zandgebieden en 3) het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit. Daarnaast is er binnen het beleidsondersteunend onderzoek van LNV uiteraard ook aandacht voor de processen en factoren die een rol spelen bij de vorming van fijn stof in de veehouderij en de mogelijk¬heden die dit biedt om de uitstoot van fijn stof te verminderen (3).

5, 6
Deelt u de mening dat het subsidiëren van luchtwassers geen recht doet aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ welke ook in het regeerakkoord is opgenomen als beleidsvoornemen? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen om deze onterechte vorm van subsidiering af te schaffen? Zo neen, kunt u aangeven hoe de subsidiering van luchtwassers zich verhoudt ten opzichte van dit ‘de vervuiler betaalt’-principe?
Deelt u de mening dat het ‘de vervuiler betaalt’-principe uit het regeerakkoord expliciet verwijst naar het feit dat de veroorzaker van vervuiling zelf moet opdraaien voor de kosten die gemoeid zijn bij het aanpakken van deze vervuiling? Zo ja, bent u bereid dit principe ook daadwerkelijk toe te passen op de wetgeving, regelingen en subsidies op uw werk¬terrein? Zo neen, waarom niet?

Ik onderschrijf vanzelfsprekend het coalitieakkoord en ben van mening dat het verlenen van subsidie voor een deel van de kosten past binnen het principe ‘de vervuiler betaalt’. Ik stimuleer hiermee systemen die op dit moment “bovenwettelijk” presteren voor het terugdringen van de uitstoot van ammoniak, geur én fijn stof. Het investeren in deze systemen betekent een extra financiële inspanning voor de veehouder die ten goede komt aan het milieu.

Deze extra financiële inspanning wordt overigens maar gedeeltelijk gecompenseerd, doordat maar maximaal 35% subsidie wordt verstrekt.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

(1) Richtlijn 96/61/EG inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging

(2) Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 28 385, nr. 68

(3) Aarnink AJA en Ellen HH (2006) Processen en factoren bij fijn stofemissie in de veehouderij. Animal Sciences Group - Wageningen UR, Lelystad, rapport 11, 25 pagina’s.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer