Kamer­vragen aan de minister van LNV over vacci­naties


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over vaccinaties

1. Kent u het bericht “Ruiming en vaccinatie helpen niet bij pestuitbraak in pluimveedicht gebied” ? (1)

2. Deelt u de opvatting van de onderzoekers van Animal Sciences Groep van Wageningen Universiteit en Researchcentrum, de veterinaire faculteit van de Universiteit Utrecht en diergezondheidsbedrijf GD, dat ruiming en noodvaccinatie géén reële bestrijdingsmethoden bij een vogelpestuitbraak in pluimveedicht gebied? Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u bereid met spoed beleid te ontwikkelen dat diervriendelijk en wel effectief is voor de bestrijding van en vogelpestuitbraak en kunt u aangeven wat de uitgangspunten zijn van dat beleid?

3. Is het waar dat in de Gelderse Vallei en het Zuiden van Nederland een dichtheid bestaat van 4 pluimveebedrijven per vierkante kilometer? Bent u voornemens beleid te ontwikkelen dat gericht is op ontvlechting van de intensieve veehouderij met het oog op inperking van het risico van verspreiding van dierziekten zoals de vogelpest? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

4. Bent van mening dat de dreiging van een H5N1 uitbraak die algemeen wordt verwacht, extra urgentie geeft aan het nemen van maatregelen om de verspreiding van dierziekten via concentraties in de intensieve veehouderij in te dammen? Zo ja, welke consequenties heeft dat voor uw beleid? Zo neen, waarom niet?

(1) Agrarisch Dagblad 20 april

Antwoorddatum: 31 mei 2007

1
Ja.

2
Het bovengenoemde krantenbericht refereert aan epidemiologisch modelmatig onderzoek dat is uitgevoerd naar de verspreiding van Aviaire Influenza (AI), «Risk maps for the spread of highly pathogenic avian influenza in poultry». Het onderzoek is gebaseerd op gegevens afkomstig van de uitbraak van vogelpest in 2003 in Nederland en is uitgevoerd onder leiding van de Animal Sciences Group, Universiteit Wageningen. De conclusie van het onderzoek met betrekking tot de effectiviteit van preventief ruimen, is dat in de twee gedefinieerde pluimveedichte gebieden alleen een preventieve ruiming van meer dan 3 kilometer rond een besmet bedrijf effect zal hebben op het indammen van het virus. Daarnaast concludeert het onderzoek dat maatregelen zoals preventieve ruiming samen met hygiënemaatregelen en vervoersverboden, de lengte en de ernst van een uitbraak verkleinen, waardoor het risico op verspreiding van de ziekte kleiner wordt en daarmee het aantal besmette vogels beperkt wordt. Ook wijst het onderzoek op het feit dat noodvaccinatie tijdens een uitbraak van vogelpest weliswaar niet effectief is om de verspreiding van vogelpest tegen te gaan, maar dat daarentegen preventieve vaccinatie wel effect heeft op het voorkomen van insleep en op de verspreiding van het virus. Het betreft hier een modelmatig onderzoek, uitgevoerd door instituten van naam en ik heb geen aanleiding om te twijfelen aan de resultaten van dit onderzoek. Op dit moment wordt binnen mijn ministerie gewerkt aan de Nationale Agenda Diergezondheid, waarin het toekomstige diergezondheidsbeleid voor de periode 2007-2013 wordt beschreven. De uitkomsten van dit onderzoek worden daarbij betrokken. Komend najaar zal ik deze Nationale Agenda aan uw Kamer sturen.

3
Ja, volgens het onderzoek is de pluimveedichtheid in de twee hoogrisicogebieden gemiddeld 3,8 pluimveebedrijven per vierkante kilometer. Voorkomen van dierziektes is het belangrijkste thema van de Nationale Agenda Diergezondheid, hierbij zal ook rekening gehouden worden met het aspect van de ruimtelijke ordening.

4
Sinds 2004 in Azië de hoogpathogene variant H5N1 ontdekt werd, zijn er in de Europese Unie en in Nederland preventieve maatregelen getroffen om een mogelijke insleep van dit virus in de gehouden pluimveepopulatie te voorkomen. Deze maatregelen variëren van importverboden van levend pluimvee en hun producten uit de met H5N1-besmette landen tot het afschermen van het gehouden pluimvee in de risicoperioden om insleep van buitenaf te voorkomen. Daarnaast dienen de vervoermiddelen, die uit een land met een uitbraak van vogelpest komen, een extra reiniging en ontsmetting te ondergaan en heeft de Europese Unie de importen van wilde vogels aan banden gelegd. Specifiek voor Nederland is dat hier ook de mogelijkheid tot preventief vaccineren tegen vogelpest mogelijk is, commercieel pluimvee met vrije uitloop en het hobbypluimvee kunnen hieraan deelnemen. Deze maatregelen dragen bij aan het verkleinen van het risico op insleep van het H5N1-virus in de Nederlandse pluimveepopulatie.