Kamer­vragen aan de minister van LNV over opschorten onderzoek kooi­verbod


Vragen van het lid Thieme aan de minister van LNV over het opschorten onderzoek kooiverbod

  1. Kent u het bericht ‘Europese commissie schort nader onderzoek rond kooiverbod op’ (1) ?

  2. Kunt u aangeven of en zo ja welke consequenties dit uitstel kan hebben voor de invoeringsdatum het verbod op de verrijkte kooi?

  3. Bent u van mening dat een Nederlands verbod op de verrijkte kooi kan worden ingevoerd, ook als blijkt dat er voor 2012 geen Europa breed verbod komt? Zo ja, hoe verhoudt uw antwoord zich tot het besluit van Duitsland om met ingang van 2009 de traditionele legbatterij en verrijkte kooi te verbieden?

  4. Kunt u de kamer toezeggen dat het verbod op de verrijkte kooi in Nederland, zoals verwoord in de aangenomen motie Thieme (30800 XIV nr. 65), zal worden uitgevoerd, ook als de Europese Commissie in EU verband anders beslist? Zo neen, waarom niet en hoe wilt u deze beslissing verantwoorden naar de Tweede Kamer ? Zoja, op welke wijze en binnen welke termijn?

NB Vragen zijn een aanvulling op vragen van het Lid Thieme (15 april 2007) over de uitvoering van de motie voor een verbod op de verrijkte kooi.

(1) Agrarisch Dagblad 16 mei

Antwoorddatum: 13 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen die gesteld zijn door het lid Thieme (PvdD) over het opschorten van het onderzoek van het kooiverbod.

1

Kent u het bericht ‘Europese commissie schort nader onderzoek rond kooiverbod op’?

Ja.

2

Kunt u aangeven welke consequenties dit uitstel kan hebben voor de invoeringsdatum van het verbod op de verrijkte kooi?

In de Europese regelgeving is vastgelegd dat de legbatterijkooi per 1 januari 2012 verboden is maar dat de verrijkte kooi een toegestaan huisvestingssysteem voor legkippen is en ook na 2011 toegestaan blijft.

De invoeringsdatum van het Europese verbod op de legbatterijkooi is niet afhankelijk gesteld van het al dan niet verschijnen van het onderzoek van de Europese Commissie.

3

Deelt u de mening dat een Nederlands verbod op de verrijkte kooi kan worden ingevoerd, ook als blijkt dat er voor 2012 geen Europa-breed verbod komt? Zo neen, hoe verhoudt uw antwoord zich tot het besluit van Duitsland om met ingang van 2009 de traditionele legbatterij en verrijkte kooi te verbieden?

Juridisch gezien kan Nederland een verbod op de verrijkte kooi instellen zonder dat er een Europees verbod voor dit huisvestingssysteem geldt.


Verder wil ik opmerken dat Duitsland het verbod op de legbatterijkooi in principe met ingang van 1 januari 2007 heeft laten ingaan, behoudens een overgangstermijn voor specifieke gevallen. Duitsland staat een aangepaste verrijkte kooi met aanvullende welzijnsvoorzieningen (de zogenaamde Kleingruppenhaltung) als huisvestingssysteem voor legkippen toe.

In de volgende gevallen staat Duitsland een overgangstermijn toe op het ingestelde verbod op de legbatterij: (a) tot 1 januari 2009 als de pluimveehouder kan aantonen dat zijn huidige legbatterijkooi aan minimale Duitse wettelijke eisen voldoet en hij vóór 2007 een aanvraag heeft ingediend voor omschakeling naar een nieuw huisvestingssysteem;

(b) tot 1 januari 2010 als de pluimveehouder aantoont dat hij vóór 2007 een aanvraag heeft ingediend voor een nieuw huisvestingssysteem en de nieuwe huisvesting om redenen, die hij zelf niet in de hand heeft, niet op tijd kan worden geleverd. Deze overgangs¬bepalingen houden in dat de legbatterij per 1 januari 2010 in Duitsland niet meer is toegestaan.

Voor bestaande verrijkte kooisystemen, die voor 2002 in gebruik zijn genomen of waarvoor voor 2002 investeringsverplichtigingen zijn aangegaan en die voldoen aan de criteria voor verrijkte kooien overeenkomstig artikel 6 van de Europese richtlijn voor legkippen, geldt in Duitsland een overgangstermijn tot 1 januari 2021.

4

Kunt u de Kamer toezeggen dat het verbod op de verrijkte kooi in Nederland, zoals verwoord in de motie Thieme c.s., zal worden uitgevoerd, ook als de Europese Commissie in EU-verband anders beslist? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn kunt u dit toezeggen? Zo neen, waarom niet en hoe wilt u deze beslissing verantwoorden naar de Kamer?

Ik verwijs u hiervoor naar de antwoorden op de vragen die ik op 23 mei jl. naar de Kamer heb gestuurd (Kamervragen met antwoord 2006-2007, nr. 1634).

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg