Kamer­vragen aan de minister van LNV over Nota wilde zwij­nenbom Veluwe


Indiendatum: nov. 2008

  1. Is de minister bereid de aanbeveling uit de nota dat het bejagen van wilde zwijnen op de Veluwe per direct gestaakt dient te worden gezien de hoge voortplantingsprikkel die gegeven wordt, over te nemen? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?
  2. Is de minister bereid de aanbeveling uit de nota dat de kernen van het bosgebied als een veilig leefgebied ervaren dienen te worden en hiertoe alle faciliteiten voor bejaging als hoogzitten of wildkansels verwijderd behoren te worden, over te nemen? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?
  3. Is de minister bereid de aanbeveling uit de nota dat beheer door middel van afschot nog slechts in brede stroken tussen de boskernen met hun leefgebieden en de wegen moet plaatsvinden, zodat zij die gebieden als gevaarlijk ervaren, over te nemen? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?
  4. Is de minister bereid de aanbeveling uit de nota dat er een maximale inzet moet worden ontwikkeld om alle rasters die leefgebieden verdelen op een zo kort mogelijke termijn te verwijderen? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?
  5. Is de minister bereid de aanbeveling over te nemen om de huidige vorm van wildbeheer te heroverwegen, en over te gaan om tot een meer ecologisch verantwoorde wijze van beheer? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?
  6. Deelt u de conclusie uit de nota dat de populaties wilde zwijnen op de Veluwe instabiel zijn geraakt? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?
  7. Deelt u de conclusie uit de nota dat in drie jaar tijd de vruchtbaarheid van wilde zwijnen is verdubbeld? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?
  8. Deelt u de conclusie uit de nota dat door de verhoogde vruchtbaarheid van wilde zwijnen, moeilijker of niet te beheersen populaties ontstaan? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?
  9. Blijft u bij uw opvatting dat er slechts voor 860 wilde zwijnen (ecologische) ruimte is op de Veluwe? Zo ja, waarom en kunt u dit toelichten?
  10. Bent u bereid uw beleid aangaande het beheer van wilde zwijnen op basis van deze nota “de ‘wilde zwijnenbom’ op de Veluwe”te heroverwegen of op z’n minst vervolgonderzoek in te stellen naar aanleiding van de nota? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

Indiendatum: nov. 2008
Antwoorddatum: 1 dec. 2008

Geachte Voorzitter,

Op 3 november jl. heeft de vaste Kamercommissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (VC-LNV) van uw Kamer mij verzocht een aanvullende reactie te geven op de nota De wilde zwijnenbom van de heer Vossenstein. Dit naar aanleiding van mijn beantwoording op eerdere schriftelijke vragen van het lid Thieme (PvdD).1

De gemeente Roerdalen heeft bij mij en uw Kamer de problematiek aangekaart betreffende de functionaliteit, onderhoud en de financiering van een zwartwildraster rond het leefgebied Meinweg. Het vraagt tijd om met de belanghebbende partijen uit te zoeken wat de mogelijkheden hierin zijn. Zodra ik tot een reactie ben gekomen richting de gemeente Roerdalen, wordt u hierover geïnformeerd.

Hierbij beantwoord ik de vragen van VC-LNV over mijn bereidheid om de aanbevelingen en conclusies van hierboven genoemde nota over te nemen.

  1. Is de minister bereid de aanbeveling uit de nota dat het bejagen van wilde zwijnen op de Veluwe per direct gestaakt dient te worden gezien de hoge voortplantingsprikkel die gegeven wordt, over te nemen? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    Nee. Het is maar de vraag of het afschieten van de zwijnen een hoofdrol speelt in het toenemend aantal biggen per zeug. De populatieaanwas van de wilde zwijnen wordt ook bepaald door het natuurlijke voedselaanbod.2 3 Voordat de provincie overgaat tot wijziging van het gevoerde faunabeheer zal er een nadere analyse moeten plaatsvinden.
    Per direct staken van afschot is geen reële optie omdat hiervan de gevolgen niet kunnen worden overzien.
  2. Is de minister bereid de aanbeveling uit de nota dat de kernen van het bosgebied als een veilig leefgebied ervaren dienen te worden en hiertoe alle faciliteiten voor bejaging als hoogzitten of wildkansels verwijderd behoren te worden, over te nemen? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    Ten eerste is het aan Gedeputeerde Staten en de faunabeheereenheden om keuzes te maken over de uitvoering van het faunabeheer. Zij zijn hiervoor verantwoordelijk. Ten tweede behoeven afschotfaciliteiten (hoogzitten en dergelijke) niet te worden verwijderd in de kernen van leefgebieden van het wilde zwijn om alleen nog afschot aan de rand¬zones toe te staan. Verder verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 1.
  3. Is de minister bereid de aanbeveling uit de nota dat beheer door middel van afschot nog slechts in brede stroken tussen de boskernen met hun leefgebieden en de wegen moet plaatsvinden, zodat zij die gebieden als gevaarlijk ervaren, over te nemen? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    Zie 2.
  4. Is de minister bereid de aanbeveling uit de nota dat er een maximale inzet moet worden ontwikkeld om alle rasters die leefgebieden verdelen op een zo kort mogelijke termijn te verwijderen? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    In het provinciaal beleid van de Veluwe wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk niveau van ontrastering. Echter, de Veluwe is een multifunctioneel gebied doorweven met wegen en particuliere gronden. Ontrastering met het doel het leefgebied te vergroten, vereist regionaal maatwerk en het is om die reden belegd bij de provincie. Hierbij komt dat de Veluwe is aangemerkt als leefgebied voor het zwijn en de omliggende gebieden niet. Om deze scheiding te kunnen behouden en voor de verkeersveiligheid, blijft het gebruik van rasters noodzakelijk.
  5. Is de minister bereid de aanbeveling over te nemen om de huidige vorm van wildbeheer te heroverwegen, en over te gaan om tot een meer ecologisch verantwoorde wijze van beheer? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    Het is aan de provincie om hier een besluit over te nemen. Zie tevens mijn antwoord op vragen 1 tot en met 3.
  6. Deelt u de conclusie uit de nota dat de populaties wilde zwijnen op de Veluwe instabiel zijn geraakt? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    Nee. Deskundigen zijn het namelijk hierover niet met elkaar eens en derhalve kan ik deze conclusie niet zonder meer onderschrijven.
  7. Deelt u de conclusie uit de nota dat in drie jaar tijd de vruchtbaarheid van wilde zwijnen is verdubbeld? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    Ja, dat kan inderdaad het geval zijn. Er kan echter variatie in de jaren zijn, dat hangt af van de weers- en voedselomstandigheden.
  8. Deelt u de conclusie uit de nota dat door de verhoogde vruchtbaarheid van wilde zwijnen, moeilijker of niet te beheersen populaties ontstaan? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    Nee, want de beheersbaarheid van de populatie is niet alleen afhankelijk van een verhoogde vruchtbaarheid, maar vooral van de wijze van inzet van de te nemen maatregelen. Afschot verloopt vooralsnog volgens plan en dit toont aan dat de populatie beheersbaar is.
  9. Blijft u bij uw opvatting dat er slechts voor 860 wilde zwijnen (ecologische) ruimte is op de Veluwe? Zo ja, waarom en kunt u dit toelichten?

    Niet alleen op basis van ecologische afwegingen, maar ook op basis van het voorkomen van schade, overlast en de veiligheid van weggebruikers, kiest de faunabeheereenheid Veluwe voor een bepaalde voorjaarstand. Zie verder mijn antwoord op eerdere vragen over dit onderwerp.4
  10. Bent u bereid uw beleid aangaande het beheer van wilde zwijnen op basis van deze nota “de ‘wilde zwijnenbom’ op de Veluwe”te heroverwegen of op z’n minst vervolgonderzoek in te stellen naar aanleiding van de nota? Zo neen, waarom niet en kunt u dit toelichten?

    Voor komend jaar ben ik voornemens, in overleg met de provincie en de partijen van de faunabeheereenheid, beleidsondersteunend onderzoek naar de mogelijkheden van verant¬woord gedifferentieerd beheer van de wilde zwijnen op de Veluwe uit te voeren.
    Dit betreft een haalbaarheidstudie waarin de mogelijkheden worden afgewogen tegen risico’s van toepassen van gedifferentieerd beheer.

    Het uiteindelijke beheer zal plaatsvinden onder de verantwoordelijkheid van de provincie en de faunabeheereenheid Veluwe.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg

1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, Aanhangsel, nummer 492
2 Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, Aanhangsel, nummer 1680
3 Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, Aanhangsel, nummer 3241
4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, Aanhangsel, nummer 2742; Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, Aanhangsel, nummer 3066.