Kamer­vragen aan de minister van LNV over groot verlies van erfelijke variatie bij legkippen


Vragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over groot verlies van erfelijke variatie bij legkippen

  1. Kent u het bericht “Chicken genome plucked bare by inbreeding”1?
  2. Deelt u de mening van de onderzoekers dat er sprake is van een zorgelijke mate van inteelt bij in de pluimveehouderij gehouden kippen? Zo ja, welke conclusies verbindt u hier aan voor het welzijn van kippen? Zo neen, waarom niet?
  3. Deelt u de mening van de onderzoekers dat leghennen zoveel van hun genetisch materiaal delen dat ze onvoldoende beschermd zijn tegen ziekten? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u actie ondernemen om de diergezondheid en daarmee het dierenwelzijn te waarborgen? Zo neen, kunt u dat toelichten?
  4. Kunt u aangeven of, en zo ja op welke wijze, de vergaande overeenkomst van genetisch materiaal en de daaruit voortvloeiende verminderde weerstand van de dieren van invloed zou kunnen zijn bij het ontstaan van dierziektencrises zoals de gevreesde H5N1 pandemie? Bent u bereid tot nader onderzoek? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u actie ondernemen om dit probleem beheersbaar te maken? Zo neen, waarom niet?

(1) New Scientist 4 november 2008

Antwoorddatum: 2 dec. 2008

Geachte Voorzitter,

Bij deze stuur ik u de antwoorden op de Kamervragen van het lid Thieme (PvdD) over groot verlies van erfelijke variatie bij legkippen.

  1. Kent u het bericht “ Chicken genome plucked bare by inbreeding”

    Ja.
  2. Deelt u de mening van de onderzoekers dat er sprake is van een zorgelijke mate van inteelt bij in de pluimveehouderij gehouden kippen? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan voor het welzijn van de kippen? Zo neen, waarom niet?

    Het bericht in New Scientist is gebaseerd op een artikel1 waarin de genetische variatie in commerciële pluimveelijnen met een nieuwe analysetechniek in beeld gebracht wordt. Aan dit artikel hebben ook de onderzoekers van Wageningen UR mee gewerkt. Zij constateren dat er in commerciële pluimveelijnen nu minder genetische variatie voorkomt dan dat er in het verleden is geweest. Op zich is dat ook logisch want deze lijnen worden geselecteerd op specifieke eigenschappen, daarbij kan belangrijke genetische variatie verloren zijn gegaan. De onderzoekers spreken van een risico dat er genetische variatie verloren kan gaan en niet van een gegeven. Bij dit internationale onderzoek zijn ook fokbedrijven betrokken die op het gebied van commerciële pluimveerassen wereldwijd opereren, zij zijn mede-auteurs. De fokbedrijven zijn zich zeer bewust van het risico van inteelt in hun fokpopulaties en zijn ook bewust bezig genetische variatie in de basislijnen in stand te houden. Ik heb de fokbedrijven van de commerciële pluimveerassen nogmaals aangesproken op hun verantwoordelijkheid in deze.
    Hoewel dit onderzoek aantoont dat de pluimveerassen van de wereldwijd opererende fokbedrijven nog maar een deel van de oorspronkelijke variatie bezitten, zie ik geen aanleiding hieraan conclusies met betrekking tot het welzijn van kippen te verbinden.
  3. Deelt u de mening van de onderzoekers dat leghennen zoveel van hun genetisch materiaal delen dat ze onvoldoende beschermd zijn tegen ziekten? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u actie ondernemen om de diergezondheid en daarmee het dierenwelzijn te waarborgen? Zo neen, kunt u dat toelichten?

    Het betreffende artikel, komt niet tot de conclusie dat de huidige leghennen onvoldoende beschermd zijn tegen ziekten. In fokprogramma’s voor commercieel pluimvee, dat overal ter wereld en onder heel verschillende omstandigheden wordt gehouden, is het vermogen van de dieren om gezond te blijven een zeer belangrijk kenmerk.
    Overigens, naast commercieel gehouden pluimvee wordt wereldwijd veel pluimvee voor hobby, sportfokkerij en/of zelfvoorziening gehouden. Uit onderzoek blijkt dat dit pluimvee, gehouden en geselecteerd voor een groot scala aan doelen (bijvoorbeeld sierhoenders, hobby kippen of pluimvee voor kleinschalige productie) genetisch sterk verschilt van de commerciële leg- en vleesrassen. Met deze vorm van pluimveehouderij wordt een groot bestand aan erfelijke variatie in stand gehouden. In Nederland stimuleer ik het behoud van de oorspronkelijke Nederlandse rassen door het ondersteunen van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) en van projecten van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH). Deze ondersteuning past binnen de afspraken die ik in internationaal verband (FAO) gemaakt heb over het behoud en de bescherming van dierlijke genetische bronnen.
  4. Kunt u uiteenzetten of, en zo ja, op welke wijze de vergaande overeenkomst van genetisch materiaal en de daaruit voortvloeiende verminderde weerstand van de dieren van invloed zou kunnen zijn bij het ontstaan van dierziektecrises, zoals de gevreesde H5N1 pandemie? Bent u bereid tot nader onderzoek? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u actie ondernemen om dit probleem beheersbaar te maken? Zo neen, waarom niet?

    Aviaire Influenza (vogelgriep) is een van de ziekten die bij pluimvee voor kan komen. De algemene weerstand tegen pluimveeziekten heeft in het fokprogramma continue de aandacht. Ik heb geen aanwijzingen dat het huidige commerciële pluimvee meer gevoelig is voor vogelgriep dan het pluimvee van decennia geleden. Ook heb ik geen aanwijzingen dat de oorspronkelijke pluimveerassen op dit moment minder gevoelig zijn voor vogel¬griep dan de huidige commerciële lijnen. In die zin verwacht ik geen specifieke invloed van de genetische variatie onder commercieel pluimvee op het al dan niet ontstaan van een H5N1-pandemie.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,


    G. Verburg

1 “Genome –wide assessment of worldwide chicken SNP genetic diversity indicates significant absence of rare
alleles in commercials breeds”