Kamer­vragen aan de minister van LNV over het verjagen van een meeu­wen­ko­lonie


Vragen van het lid Thieme aan de minister van LNV over het verjagen van een meeuwenkolonie

Aanvullend op de vragen van lid Van Gent (GroenLinks) d.d. 16 april 2007

  1. Bent u op de hoogte van de aangifte van de Faunabescherming tegen het bedrijf Nerefco in Europoort (1) ?

  2. Bent u van mening dat het verjagen van een meeuwenkolonie door grondbewerking, plastic folie of anderszins toelaatbaar is? Zo ja, waarom? Zo neen, hoe verklaart u dan de door uw ministerie afgegeven ontheffing aan Nerefco om het terrein dat de grootste meeuwenkolonie van Europa herbergt af te dekken met plastic folie (2) ?

  3. Bent u van mening dat de door uw ministerie afgegeven ontheffing voor het bewerken van een terrein dat grenst aan het raffinaderijterrein van Nerefco in Europoort rechtmatig is verleend? Zo neen, hoe gaat u deze mistand zo snel mogelijk ongedaan maken en op welke wijze gaat u in de toekomst voorkomen dat dit soort misstanden plaatsvinden? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de zorgplicht voor in het wild levende dieren?

  4. Kunt u gezien de urgentie van het probleem (vanwege het broedseizoen van de meeuwen, alsmede vanwege de talloze jonge konijnen die zich onder het zeil bevinden) zo snel mogelijk met een antwoord komen?

(1) Persbericht via www.faunabescherming.nl d.d. 1 mei 2007
(2) Mondelinge communicatie met Carla van Viegen, statenlid provincie Zuid Holland die van de provinciaal verantwoordelijk ambtenaar de heer Spruit heeft vernomen dat het ministerie van LNV de vergunning is verleend.

Antwoorddatum: 7 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik antwoord op de schriftelijke vragen van het lid Thieme (PvdD) over het verjagen van meeuwen. Het betreft hier aanvullende vragen op eerder door het lid Van Gent (GroenLinks) ingezonden vragen (ingezonden 16 april, vraagnummer 2060712470).

1

Bent u op de hoogte van de aangifte van de Faunabescherming tegen het bedrijf Nerefco in Europoort?

Ja.

2 en 3

Deelt u de mening dat het verjagen van een meeuwenkolonie door grondbewerking, plasticfolie of anderszins toelaatbaar is? Zo ja, waarom? Zo neen, hoe verklaart u dan de door u afgegeven ontheffing aan Nerefco om het terrein dat de grootste meeuwenkolonie van Europa herbergt af te dekken met plasticfolie?

Deelt u de mening dat de door u afgegeven ontheffing voor het bewerken van een terrein dat grenst aan het raffinaderijterrein van Nerefco in Europoort rechtmatig is verleend?

Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de zorgplicht voor in het wild levende dieren? Zo neen, hoe gaat u deze misstand zo snel mogelijk ongedaan maken en op welke wijze gaat u in de toekomst voorkomen dat dit soort misstanden plaatsvinden?

Het betreffende terrein is niet aangewezen als beschermd gebied in het kader van de Vogelrichtlijn. De Natuurbeschermingswet is daarom niet van toepassing. Relevant is hier artikel 11 van de Flora- en faunawet. Dat artikel verbiedt het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen en verstoren van nesten van vogels. Dat artikel verbiedt niet het treffen van preventieve maatregelen om te voorkomen dat vogels ter plekke gaan nestelen, zoals grondbewerking of afdekken met plasticfolie.

Omdat grondbewerking en afdekken met plasticfolie als preventieve maatregelen, om te voorkomen dat broedvogels zich vestigen, geen bij de Flora- en faunawet verboden handelingen zijn, kan daarvoor geen ontheffing worden verleend. Er is door mij dan ook voor dergelijke activiteiten geen ontheffing verleend.

Of al dan niet sprake is van overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 11 van de Flora- en faunawet hangt af van het feit of men tijdig met de preventieve maatregelen is begonnen en van de effectiviteit van die maatregelen. Daarnaar wordt nu onder¬zoek gedaan door het OM.

4

Kunt u gezien de urgentie van het probleem (vanwege het broedseizoen van de meeuwen, alsmede vanwege de talloze jonge konijnen die zich onder het zeil bevinden) zo snel moge¬lijk de vragen beantwoorden?

Ja. Er is vastgesteld dat zich onder de afdekking geen jonge konijnen bevinden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,