Kamer­vragen aan de minister van LNV over het falen van de subsidies voor agrarisch natuur­beheer


Vragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het falen van de subsidies voor agrarisch natuurbeheer

  1. Kent u het bericht “Subsidies helpen de weidevogel niet”1?
  2. Deelt u de conclusie van Sovon dat soorten als de kemphaan, de draaihals, de velduil,de kuifleeuwerik en de grauwe gors in ons land op de rand van uitsterven balanceren? Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens maatregelen te treffen om de habitat van deze soorten te verbeteren?
  3. Deelt u de conclusie van Sovon dat agrarisch natuurbeheer niet tot de gewenste resultaten heeft geleid waar het gaat om verbetering van de positie van boerenlandvogels als de grutto, de kievit, de tureluur, de veldleeuwerik en de scholekster? Zo ja, bent u voornemens de inzet van subsidies ten aanzien van agrarisch natuurbeheer (versneld) te evalueren en deze afhankelijk van de uitkomsten van een dergelijke evaluatie te heroverwegen? Zo neen, waarom niet?
  4. Deelt u de conclusie van Sovon dat het slecht gaat met de huismus in stedelijke gebieden? Zo ja, bent u bereid verbetering van het aantal nestelgelegenheden voor deze soort in stedelijk gebied te bevorderen? Zo neen, waarom niet?
  5. Is het waar dat de ontwikkeling van zeldzame vogelsoorten in Natura 2000 gebieden aanmerkelijk beter te noemen is dan in landbouwgebieden? Zo ja, vormt die constatering voor u aanleiding meer prioriteit te geven aan het aanwijzen en verwerven van natuurgebieden op (voormalige) landbouwgronden en de verwerving van natuurgebieden door natuurbeschermingsorganisaties te stimuleren? Zo neen, waarom niet?
  6. Kunt u aangeven op welke specifieke gronden een subsidie voor agrarisch natuurbeheer verstrekt wordt aan het Koninklijk huis, c.q. het Kroondomein? Op welke vorm van agrarisch natuurbeheer heeft de subsidie betrekking, op welk deel van het terrein en wat kunt u zeggen van de resultaten van dit agrarisch natuurbeheer?

(1) http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1057977.ece/Subsidies_helpen_de_weidevogel_niet

Antwoorddatum: 30 sep. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u het antwoord op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over het falen van de subsidies voor agrarisch natuurbeheer.

  1. Kent u het bericht “Subsidies helpen de weidevogel niet”?

    Ja.
  2. Deelt u de conclusie dat soorten als de kemphaan, de draaihals, de velduil, de kuif¬leeuwerik en de grauwe gors in ons land op de rand van uitsterven balanceren?Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens maatregelen te treffen om de habitat van deze soorten te verbeteren?

    De genoemde soorten staan op de Rode Lijst voor Vogels in de categorie ‘Ernstig Bedreigd’.
    Op 12 oktober 2007 is de nieuwe strategie voor het soortenbeleid aangeboden aan de Tweede Kamer: “De leefgebiedenbenadering. Een nieuwe beleidsstrategie voor soorten”. Voor de leefgebiedenbenadering is een soortenlijst opgesteld van ruim 300 sterk bedreigde of internationaal beschermde dier- en plantensoorten. De kemphaan, de draaihals, de velduil en de grauwe gors staan op deze lijst vermeld. De kuifleeuwerik heeft een voorkeur voor stedelijk gebied. Specifieke maatregelen voor deze soort zijn niet goed mogelijk (zie ook www.vogelbescherming.nl).
  3. Deelt u de conclusie dat agrarisch natuurbeheer niet tot de gewenste resultaten heeft geleid waar het gaat om verbetering van de positie van boerenlandvogels als de grutto, de kievit, de tureluur, de veldleeuwerik en de scholekster? Zo ja, bent u voornemens de inzet van subsidies ten aanzien van agrarisch natuurbeheer (versneld) te evalueren en deze afhankelijk van de uitkomsten van een dergelijke evaluatie te heroverwegen? Zo neen, waarom niet?

    Ik deel uw conclusie dat de resultaten van agrarisch natuurbeheer waar het gaat om verbetering van de positie van boerenlandvogels, achterblijven. In 2006 is het project het Weidevogelverbond gestart om met de betrokken partijen de effectiviteit van het beheer te verbeteren. Per 1 januari 2007 is het instrument agrarisch natuurbeheer overgegaan in handen van de provincies. Zij werken momenteel aan een nieuw subsidiestelsel voor agrarisch natuurbeheer. Voor dit nieuwe stelsel zijn uitgangspunten dat het stelsel eenvoudiger in gebruik moet worden en effectiever voor de natuur. Gezien deze ontwikkelingen ben ik niet voornemens om de inzet van subsidies ten aanzien van agrarisch natuurbeheer nu te evalueren.
  4. Deelt u de conclusie dat het slecht gaat met de huismus in stedelijke gebieden? Zo ja, bent u bereid verbetering van het aantal nestelgelegenheden voor deze soort in stedelijk gebied te bevorderen? Zo neen, waarom niet?

    Ondanks de daling van het aantal broedparen is de huismus, na de merel, nog altijd
    de meest algemene broedvogel in Nederland. Maatregelen van rijkswege zijn niet aan de orde.
  5. Is het waar dat de ontwikkeling van zeldzame vogelsoorten in Natura 2000-gebieden aanmerkelijk beter te noemen is dan in landbouwgebieden? Zo ja, vormt die constatering voor u aanleiding meer prioriteit te geven aan het aanwijzen en verwerven van natuurgebieden op (voormalige) landbouwgronden en de verwerving van natuurgebieden door natuurbeschermingsorganisaties te stimuleren? Zo neen, waarom niet?

    In Natura 2000-gebieden gaat het inderdaad beter met de vogelstand dan in landbouwgebieden. De regie voor het nog te realiseren deel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) ligt bij de provincies. De provincies werken op dit moment aan de verbetering van het weidevogelbeheer, in het kader van het nieuwe subsidiestelsel voor agrarisch natuurbeheer.
  6. Kunt u aangeven op welke specifieke gronden een subsidie voor agrarisch natuurbeheer verstrekt wordt aan het Koninklijk Huis, c.q. het Kroondomein? Op welke vorm van agrarisch natuurbeheer heeft de subsidie betrekking, op welk deel van het terrein en wat kunt u zeggen over de resultaten van dit agrarisch natuurbeheer?

    De subsidie ten behoeve van het Kroondomein wordt verstrekt onder dezelfde voorwaarden als andere subsidies die verstrekt worden onder de (provinciale) subsidieregeling agrarisch natuurbeheer. In het Aanhangsel van Handelingen, nr. 717, vergaderjaar 2007-2008 is de Kamer reeds geïnformeerd over de verstrekte subsidies door het ministerie van LNV aan het Kroondomein. De controle op resultaten van subsidies die worden verstrekt in het kader van de (provinciale) subsidieregeling agrarisch natuurbeheer worden verricht als omschreven in deze regeling, en conform de uitvoeringsverordening (EG) 1974/2006 en controleverordening (EG) 1975/2006 voor steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,




    G. Verburg