Kamer­vragen aan de minister van LNV over het beant­woorden van Kamer­vragen en de kosten daarvan


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren)aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het beantwoorden van kamervragen en de kosten daarvan

1. Kent u het bericht 'Vraagtekens bij vele vragen Partij voor de Dieren' (1)?

2. Kunt u aangeven waarom het beantwoorden van Kamervragen €2.000 per brief moet kosten? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kunt u de kosten van beantwoording uiteenzetten?

3. Is het waar dat u gezegd heeft dat u voornemens bent “de feiten op tafel te gaan leggen”? Zo ja, op welke feiten doelt u dan? Heeft uw opmerking ook betrekking op de feiten rond de bio-industrie die in uw antwoorden op Kamervragen nogal omfloerst lijken te blijven?

4. Bent u van mening dat het naar buiten brengen van dit soort berichten de schijn van het bedrijven van partijpolitiek met zich meedraagt, zeker waar een CDA minister en een CDA kamerlid elkaar de bal lijken toe te spelen bij het naar buiten brengen van de suggestie alsof het beantwoorden van Kamervragen verspilling van geld zou zijn? Zo ja, acht u dit correct? Zo neen, hoe valt één en ander voor u dan te duiden?

5. Klopt het dat aan dierenwelzijn in de huidige kabinetsplannen niet meer dan 0,4 cent per productiedier wordt uitgegeven (2 miljoen euro voor 500 miljoen dieren) en staat dit niet in schril contrast met uw calculatie dat u per kamervraag €2.000 uit zegt te trekken?

(1) Telegraaf 20 juni 2007

Antwoorddatum: 12 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de vragen die door het lid Thieme (PvdD) zijn gesteld over het beantwoorden van Kamervragen en de kosten daarvan.

1
Kent u het bericht 'Vraagtekens bij vele vragen Partij voor de Dieren'?

Ja.

2
Kunt u aangeven waarom het beantwoorden van Kamervragen € 2.000 per brief moet kosten? Zo ja, kunt u de kosten van beantwoording uiteenzetten? Zo neen, waarom niet?

Ik verwijs u naar de schriftelijke beantwoording van feitelijke vragen over de begrotings¬staten LNV en DGF 2007 (samenhangend met de VJN), waarin deze vraag aan de orde is gesteld. De Kamerbrief hierover heb ik recent aan uw Kamer verstuurd. Ik heb als volgt geantwoord:

Het berekenen van de werkelijke kosten voor het beantwoorden van Kamervragen is niet eenduidig te beantwoorden.
Het aantal Kamervragen, de diversiteit hierin qua aantal subvragen, beantwoordtijd én de kosten per tijdeenheid voor ambtelijke inzet zijn de belangrijkste factoren welke bepalend zijn voor een zinvolle kostenberekening. Hierbij geldt ook nog de beperking van kosten die je wel en niet meeneemt in een berekening.

Voormalig Kamerleden Eerdmans (LPF) en Van As (LPF) hebben in het vergaderjaar 2003-2004 een dergelijke vraag gesteld aan de minister van BZK. Ik verwijs hierbij naar het Kamerstuk, 2003-2004, 1597. In antwoord hierop is door de minister van BZK gesteld dat de kostprijs van een Kamervraag beantwoorden anno 2004 circa € 1750 bedraagt.

Desgevraagd heb ik tijdens het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer van 20 juni 2007 een grove schatting gegeven van de kostprijs van een Kamervraag nu, rekening houdend met de prijsindex en CAO-stijgingen. Daarbij heb ik het bedrag van ongeveer van € 2000 genoemd.
Op grond van het aantal ingediende vragen aan de minister van LNV over het eerste halfjaar van 2007 en een extrapolatie hiervan naar het einde van het jaar kan worden berekend dat afgerond circa € 500.000 gemoeid is met het beantwoorden van Kamer¬vragen en dat dit gelijk staat aan circa 10 fte op jaarbasis.

Uit het antwoord van de minister van BZK op een eerder gestelde, gelijksoortige Kamervraag blijkt dat het lastig en tijdrovend is om te komen tot een eenduidig beeld van kosten per Kamervraag. Ik wijs u hierbij ook op de situatie dat Kamervragen gecompliceerder worden mede door het feit dat vaker (internationale) websites als bron worden genoemd en dat dikwijls meerdere bewindspersonen betrokken zijn bij de beantwoording van een specifieke Kamervraag. Dit alles vereist toenemende coördinatie en inzet van het ambtelijke apparaat.

Een nader onderzoek acht ik niet zinvol en veroorzaakt nieuwe bureaucratie en kosten. Het beantwoorden van Kamervragen is regulier werk van beleidsambtenaren en het stellen van Kamervragen is staatsrechtelijk bezien het recht van Kamerleden.

3
Is het waar dat u gezegd heeft dat u voornemens bent “de feiten op tafel te gaan leggen”? Zo ja, op welke feiten doelt u dan? Heeft uw opmerking ook betrekking op de feiten rond de bio-industrie die in uw antwoorden op Kamervragen nogal omfloerst lijken te blijven?

Ik kan uw vraag niet precies duiden, maar kan u zeggen dat ik in het Algemeen Overleg met de vaste Kamercommissie voor LNV van 20 juni jl. feitelijk heb geantwoord op vragen van Tweede Kamerlid Atsma over de ontwikkeling van het aantal Kamervragen dat aan de regering is gesteld.

4
Bent u van mening dat het naar buiten brengen van dit soort berichten de schijn van het bedrijven van partijpolitiek met zich meedraagt, zeker waar een CDA-minister en een CDA-Kamerlid elkaar de bal lijken toe te spelen bij het naar buiten brengen van de suggestie alsof het beantwoorden van Kamervragen verspilling van geld zou zijn? Zo ja, acht u dit correct? Zo neen, hoe valt één en ander voor u dan te duiden?

Ik deel uw mening niet. Als een Tweede Kamerlid mij in het debat een vraag stelt, dan reken ik het tot mijn taak om daarop antwoord te geven.

5
Is het waar dat aan dierenwelzijn in de huidige kabinetsplannen niet meer dan 0,4 cent per productiedier wordt uitgegeven (2 miljoen euro voor 500 miljoen dieren)? Staat dit niet in schril contrast met uw calculatie dat u per Kamervraag € 2.000 uit zegt te trekken?


Ik wil u erop wijzen, zoals ik eerder heb gedaan, dat mijn beleidsambities inzake dierenwelzijn dit jaar nog worden gepresenteerd in de nota Dierenwelzijn. In deze nota zal u mijn beleidsdoelstellingen, in te zetten instrumenten en bijbehorende middelen terugvinden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg