Kamer­vragen aan de minister van LNV over ambitie van 5% dier­vrien­de­lijke stallen in 2011


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit over de ambitie van 5% diervriendelijke stallen in 2011

1. Kent u het bericht ‘beleidsprogramma geeft moed’ (1)?

2. Deelt u de mening van LTO voorzitter Ten have dat 10% diervriendelijke stallen in 2011 waar voldaan wordt aan bovenwettelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn en duurzaamheid ook haalbaar is? Zo ja, bent u bereid de doelstelling in het beleidsprogramma te verhogen? Zo neen, waarop baseert u uw mening?

3. Bent u bereid om de wettelijke eisen voor stalhuisvesting wat betreft dierenwelzijn en duurzaamheid aan te scherpen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) Boerderij, 19 juni 2007

Antwoorddatum: 11 jul. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op vragen van het lid Thieme (PvdD) over de ambitie van 5% diervriendelijke stallen in 2011.

1
Kent u het bericht ‘Beleidsprogramma geeft moed'?

Ja.

2
Deelt u de mening van LTO voorzitter Ten have dat 10% diervriendelijke stallen in 2011 waar voldaan wordt aan bovenwettelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn en duurzaamheid ook haalbaar is? Zo ja, bent u bereid de doelstelling in het beleids¬programma te verhogen? Zo neen, waarop baseert u uw mening?

Er komt veel bij kijken voordat deze stallen gebouwd kunnen worden. Ze moeten eerst ontworpen, onderzocht en in de praktijk uitgeprobeerd worden voordat grootschalige introductie plaats kan vinden. Naast maatregelen op het terrein van dierenwelzijn die verdergaan dan de wettelijke eisen, moeten deze stallen tegelijkertijd ook voldoen aan andere maatschappelijke randvoorwaarden zoals milieu, diergezondheid, arbeids¬omstandigheden, landschappelijke inpasbaarheid en economisch haalbaar zijn.
Deze forse innovatieopgave kost gewoonweg tijd en inspanningen van alle betrokken partijen. Als het vliegwiel eenmaal draait zal de toepassing van dergelijke stallen naar mijn mening steeds sneller gaan.
Verder zullen integraal duurzame stallen moeten passen in nieuwe duurzame markt¬concepten van veehouderijproducten. Het ontwikkelen van nieuwe markten kost tijd en dient geleidelijk vorm te krijgen zodat vraag en aanbod zich in gelijke tred kunnen ontwikkelen en toegevoegde waarde gerealiseerd kan blijven worden.
Alles overziend ben ik van mening dat 5% integraal duurzame en diervriendelijke stallen in 2011 een forse, maar realistische streefwaarde is.

3
Bent u bereid om de wettelijke eisen voor stalhuisvesting wat betreft dierenwelzijn en duurzaamheid aan te scherpen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Het verbeteren van dierenwelzijn staat niet op zichzelf. Het maakt onderdeel uit van een verdere integrale verduurzaming van de veehouderij. Een hoog niveau van dierenwelzijn is een fundamentele maatschappelijke waarde, maar die waarde kan botsen met andere belangrijke waarden zoals bescherming van het milieu, goede arbeidsomstandigheden voor de veehouder en economische haalbaarheid. De veehouderij zal duurzaam moeten gaan worden waarbij people, planet en profit met elkaar in evenwicht zijn.
Als er alleen in Nederland zware extra wettelijke verplichtingen gelden, treden er bij de huidige open markten grote consequenties op voor de concurrentiekracht van de Nederlandse veehouderij. Ik wil om die reden zoveel mogelijk in Europees verband alle krachten mobiliseren om op een hoger niveau van wettelijke normen voor dierenwelzijn en duurzaamheid te komen.

Ik zie daarnaast meer in een benadering van dierenwelzijn en duurzaamheid vanuit de kracht en een duidelijke wens van de maatschappij en de markt. Ik wil innovaties stimuleren in nieuwe stallen en nieuwe marktstrategieën gericht op het bevorderen van de consumptie van duurzaam geproduceerde veehouderijproducten. Ik wil de samen¬werking op gang brengen tussen veehouders, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties die gezamenlijk stappen willen zetten naar een niveau van dierenwelzijn en duurzaamheid dat verder gaat dan de huidige wettelijke eisen. In de nota Dierenwelzijn zal ik deze aanpak nader uitwerken.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg