Kamer­vragen aan de minister van LNV over haar uitspraak dat koeien in de wei een gero­man­ti­seerd beeld is


Indiendatum: okt. 2008

Kamervragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over haar uitspraak dat koeien in de wei een geromantiseerd beeld is.

  1. Kent u het bericht ‘Nederlanders romantiseren het platteland, vol koeien in de wei’?1
  2. Kunt u aangeven wat u bedoelt met de uitspraken ’mensen willen koeien in de wei, maar dat is een geromantiseerd beeld’ en ‘boeren hebben vaak goede economische redenen om hun beesten op stal te houden’?
  3. Kunt u aangeven hoe deze uitspraken zich verhouden tot uw ondersteuning van het project ‘Koe en Wij’ waarin u een bijdrage wil leveren aan het behoud en stimuleren van weidegang?
  4. Deelt u de mening dat uw uitspraken in Trouw er op duiden dat het u niet uitmaakt of koeien in de wei lopen of jaarrond op stal worden gehouden? Zo ja, waarom wilt u deze indruk wekken? Zo neen, waarom niet en bent u bereid uw uitspraken te rectificeren?
  5. Kunt u aangeven hoe deze uitspraken zich verhouden tot uw antwoorden op Kamervragen2 waarin u stelt dat ‘De maatschappelijke beleving van weidegang impliceert het kunnen zien van een grazende koe in een weide waar gras staat. Weidegang biedt bovendien betere mogelijkheden voor natuurlijk gedrag dan huisvesting in de bestaande stallen’?
  6. Kunt u aangeven hoe deze uitspraken zich verhouden tot uw visie op een Duurzame Veehouderij in 20233 waarin u stelt dat “in 15 jaar moet de veehouderij in Nederland zich hebben ontwikkeld tot een in alle opzichten duurzame veehouderij, met een breed draagvlak in de samenleving. Dan bedoel ik een veehouderij die produceert met respect voor mens, dier en milieu waar ook ter wereld’?
  7. Deelt u de mening dat alles op alles gezet dient te worden om de Nederlandse melkkoeien in de wei te houden? Zo ja, welke activiteiten gaat u hiervoor ondernemen en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

1 Trouw, 21 oktober 2008
2 Kamervraagnummer: 2070816810
3 28973, nr. 18

Indiendatum: okt. 2008
Antwoorddatum: 17 nov. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de Kamervragen gesteld door het lid Thieme (PvdD) over mijn uitspraak dat koeien in de wei een geromantiseerd beeld is.

  1. Kent u het bericht ‘Nederlanders romantiseren het platteland, vol koeien in de wei’? 1)

    Ja.
  2. t/m 7
    Kunt u uiteenzetten wat u bedoelt met de uitspraken ‘mensen willen koeien in de wei, maar dat is een geromantiseerd beeld’ en ‘boeren hebben vaak goede economische redenen om hun beesten op stal te houden’?

    Kunt u uiteenzetten hoe deze uitspraken zich verhouden tot uw ondersteuning van het project ‘Koe en Wij’, waarin u een bijdrage levert aan het behoud en stimuleren van weidegang?

    Deelt u de mening dat uw uitspraken in Trouw er op duiden dat het u niet uitmaakt of koeien in de wei lopen of het gehele jaar op stal worden gehouden? Zo ja, waarom wilt u deze indruk wekken? Zo neen, waarom niet en bent u bereid uw uitspraken te rectificeren?

    Kunt u uiteenzetten hoe deze uitspraken zich verhouden tot uw antwoorden op Kamervragen 2), waarin u stelt ‘De maatschappelijke beleving van weidegang impliceert het kunnen zien van een grazende koe in een weide waar gras staat. Weidegang biedt bovendien betere mogelijkheden voor natuurlijk gedrag dan huisvesting in de bestaande stallen’?

    Kunt u uiteenzetten hoe deze uitspraken zich verhouden tot uw visie op een Duurzame Veehouderij in 2023 3), waarin u stelt dat ‘in 15 jaar moet de veehouderij in Nederland zich hebben ontwikkeld tot een in alle opzichten duurzame veehouderij, met een breed draagvlak in de samenleving. Dan bedoel ik een veehouderij die produceert met respect voor mens, dier en milieu, waar ook ter wereld’?

    Deelt u de mening dat alles op alles gezet dient te worden om de Nederlandse melkkoeien in de wei te houden? Zo ja, welke activiteiten gaat u hiervoor ondernemen en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Voor de beantwoording van deze vragen verwijs ik naar de antwoorden die ik heb gegeven op vragen van het lid Ouwehand (PvdD) in het Algemeen Overleg over de Landbouw- en Visserijraad met de vaste commissie voor LNV op 22 oktober jongstleden.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg