Vervolg­vragen aan de minister van LNV over verplaatsing van een broed­stoof voor het wettelijk beschermde ‘vliegend hert’


Vervolgvragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Visserij over verplaatsing van een broedstoof voor het wettelijk beschermde ‘vliegend hert’

  1. Kunt u aangeven hoe een broedstoof van een vliegend hert in haar geheel verplaatst kan worden, zonder dat eerst sprake is van ontmanteling?
  2. Heeft u kennis van de omvang van een broedstoof van vliegend herten, en waarop is uw opvatting gebaseerd dat het verplaatsen van een broedstoof niet zou leiden tot verstoring of beschadiging?
  3. Is het u bekend dat vliegend herten een deel van hun leven ondergronds leven en een deel van hun leven bovengronds? Zo ja, waarop is dan uw mening gebaseerd dat kunstlicht c.q. sportactiviteiten naast de broedstoof niet tot verstoring zouden leiden?
  4. Zijn er vindplaatsen van vliegend herten bekend op plaatsen waar intensieve menselijke activiteiten plaatsvinden en/of kunstverlichting wordt toegepast. Zo ja, waar? Zo neen, hoe kunt u dan zo stellig zijn in uw opvatting dat verplaatsing en/of toepassing van kunstlicht niet verstorend zouden werken in onderhavig geval?
  5. Kunt u aangeven waarom natuurcompensatie in de vorm van een broedstoof voor vliegend herten doorgaans in de directe nabijheid van een verwijderde inlandse eik binnen het leefgebied van het vliegend hert plaatsvindt, zoals ook in onderhavig geval is gebeurd?
  6. Kunt u aangeven waarom verplaatsing wordt overwogen binnen een jaar na aanleg van de broedstoof en hoe u zeker weet dat verplaatsing geen enkele invloed zal hebben op de mogelijk ter plaatse aanwezige eitjes of larven?
  7. Kunt u aangeven welke plaats wordt overwogen als alternatief en waarom niet eerder voor die plaats is gekozen bij gelijke geschiktheid?
  8. Bent u bereid toe te zien op het feit dat er geen verplaatsing zal plaatsvinden zonder dat daartoe vergunning is verleend? Zo neen, waarom niet?

Antwoorddatum: 1 dec. 2008

Hierbij geef ik antwoord op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over verplaatsing van een broedstoof voor het wettelijk beschermde vliegend hert.

  1. Kunt u uiteenzetten hoe een broedstoof van een vliegend hert in haar geheel verplaatst kan worden, zonder dat eerst sprake is van ontmanteling?

    In het onderhavige geval gaat het niet, zoals gebruikelijk, om losse stukken afvalhout, maar om een stamdeel, dat in zijn geheel kan worden verplaatst.
  2. Heeft u kennis van de omvang van een broedstoof van vliegende herten, en waarop is uw mening gebaseerd dat het verplaatsen van een broedstoof niet zou leiden tot verstoring of beschadiging?

    Zie 1.
  3. Is het u bekend dat vliegende herten een deel van hun leven ondergronds leven en een deel van hun leven bovengronds? Zo ja, waarop is dan uw mening gebaseerd dat kunstlicht, c.q. sportactiviteiten naast de broedstoof niet tot verstoring zouden leiden?

    Volwassen vliegende herten leven bovengronds. Zij zijn actief in de periode van eind juni tot midden augustus. In deze periode van het jaar wordt nauwelijks van kunstlicht gebruik gemaakt bij sportactiviteiten buiten en, als wel kunstlicht wordt gebruikt, is de invloed daarvan op de omgeving verwaarloosbaar.
    Het vliegend hert leeft in Nederland aan de rand van zijn verspreidingsgebied. De broedplaatsen van het vliegend hert bevinden zich daarom in Nederland niet, zoals in zuidelijker landen, in dichte loofbossen. In Nederland blijft in dichte loofbossen de temperatuur te laag voor een volledige ontwikkeling van de larven. De broedplaatsen in Nederland bevinden zich in halfopen landschap, waaronder ook stadsparken en zelfs stadstuinen.
  4. Zijn er vindplaatsen van vliegende herten bekend op plaatsen waar intensieve menselijke activiteiten plaatsvinden en/of kunstverlichting wordt toegepast? Zo ja, waar? Zo neen, hoe kunt u dan zo stellig zijn in uw opvatting dat verplaatsing en/of toepassing van kunstlicht niet verstorend zou werken in onderhavig geval?

    Zie 3.
  5. Kunt u uiteenzetten waarom natuurcompensatie in de vorm van een broedstoof voor vliegende herten doorgaans in de directe nabijheid van een verwijderde inlandse eik binnen het leefgebied van het vliegend hert plaatsvindt, zoals ook in het onderhavige geval is gebeurd?

    Compensatie buiten de bestaande leefgebieden heeft geen zin. De plaats die wordt overwogen als alternatief bevindt zich binnen het bestaande leefgebied. Voor het waarom en waarheen van de verplaatsing zie het krantenartikel waarnaar u in uw vraag 1 van uw eerdere set vragen over dit onderwerp verwijst.
    Zie verder mijn antwoord op de vragen 1 en 2.
  6. Kunt u uiteenzetten waarom verplaatsing wordt overwogen binnen een jaar na aanleg van de broedstoof, en hoe u zeker weet dat verplaatsing geen enkele invloed zal hebben op de mogelijk ter plaatse aanwezige eitjes of larven?

    Zie 5.
  7. Kunt u uiteenzetten welke plaats wordt overwogen als alternatief, en waarom niet eerder voor die plaats is gekozen bij gelijke geschiktheid?

    Zie 5.
  8. Bent u bereid toe te zien op het feit dat er geen verplaatsing zal plaatsvinden zonder dat daartoe vergunning is verleend? Zo neen, waarom niet?

    Neen. Zie mijn antwoord op de vragen 4, 5, 6 en 7 van uw vorige set vragen over hetzelfde onderwerp. (Kamernr. 501, d.d. 19 november 2008).

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT,

    G. Verburg