Kamer­vragen aan de minister van LNV over een toename in het aantal vossen ondanks het toestaan van jacht


Indiendatum: mrt. 2010

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over een toename in het aantal vossen ondanks het toestaan van jacht

1. Kent u het bericht ‘Aantal vossen neemt door bejaging niet af’?

2. Onderschrijft u de conclusie dat door afschot de overlevingskansen van de overgebleven dieren toeneemt, doordat ze de winterperiodes overleven? Zo neen, waarom niet?

3. Onderschrijft u de conclusie dat door bejaagingsdruk de worpgrootte per nest toeneemt? Zo neen, waarom niet?

4. Deelt u de opvatting dat door bejaging het aantal vossen dus toeneemt? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan? Zo neen, waarom niet?

5. Kunt u uiteenzetten in hoeverre er nog onderzoek wordt uitgevoerd naar factoren die invloed hebben op de omvang en/of het effect van de predatie op weidevogelpopulaties? Zo ja, in welke omvang en wanneer worden de resultaten verwacht? Zo neen, acht u een vervolgonderzoek wenselijk gezien er in vijf jaar veel verandert is in het beleid?

1 http://www.destentor.nl/regio/lochem/6408504/Aantal-vossen-neemt-door-bejaging-niet-af.ece

Indiendatum: mrt. 2010
Antwoorddatum: 12 apr. 2010

Geachte Voorzitter,


Hierbij stuur ik u mijn antwoorden op vragen van het lid Thieme (PvdD) over een toename in het aantal vossen ondanks het toestaan van jacht .

1. Kent u het bericht “Aantal vossen neemt door bejaging niet af”?

Ja.


2, 3 en 4. Onderschrijft u de conclusie dat door afschot de overlevingskansen van de overgebleven dieren toeneemt, doordat ze de winterperiodes overleven? Zo nee, waarom niet? Onderschrijft u de conclusie dat door bejagingsdruk de worpgrootte per nest toeneemt? Zo nee, waarom niet? Deelt u de opvatting dat door bejaging het aantal vossen dus toeneemt? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Als alle territoria vol zijn, neemt de stand niet meer toe. Als door afschot territoria leeg raken, worden deze snel door jonge vossen weer opgevuld. Dat neemt niet weg dat het zinvol kan zijn om kwetsbare gebieden, zoals weidevogelgebieden, vóór het broedseizoen vossenvrij of nagenoeg vossenvrij te maken. De lege territoria worden dan in de regel na het broedseizoen van de weidevogels pas weer door vossen ingenomen.

5. Kunt u uiteenzetten in hoeverre er nog onderzoek wordt uitgevoerd naar factoren die invloed hebben op de omvang en/of het effect van de predatie op weidevogelpopulaties? Zo ja, in welke omvang en wanneer worden de resultaten verwacht? Zo nee, acht u een vervolgonderzoek wenselijk gezien er in vijf jaar veel veranderd is in het beleid?

Uit onderzoek van Landschapsbeheer Nederland en SOVON Vogelonderzoek Nederland blijkt dat over de periode 2000-2008 predatie, met een landelijk gemiddelde van 17% van het totaal aantal nesten, de belangrijkste verliesoorzaak onder nesten en kuikens van weidevogels is.2 Het betreft hier predatie door onder meer de vos. De onderzoeksresultaten over 2009 zijn nog niet beschikbaar, maar er is geen reden om te veronderstellen dat deze saillante verschillen zullen vertonen. Landschapsbeheer en SOVON zetten de komende jaren hun onderzoek voort. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het Weidevogelverbond. LNV draagt daar financieel aan bij.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg