Kamer­vragen aan de minister van LNV over de mishan­deling van een hond met de dood tot gevolg


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de mishandeling van een hond met de dood tot gevolg

1. Kent u het bericht ‘Afschuw over hongerdood hond’1 waarin melding wordt gemaakt van een hond die is overleden ten gevolge van maandenlange uithongering?

2. Kunt u aangeven wat de uitkomst is van het onderzoek van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming in deze zaak?

3. Kunt u aangeven wat de dader ten laste zal worden gelegd en wat de te verwachten strafmaat zal zijn?

4. Deelt u de mening dat voor het moedwillig uithongeren van een hond, een ernstige vorm van dierenmishandeling is? Zo ja, bent u bereid om een zelfstandig houdverbod in te stellen voor mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan dergelijke ernstige vormen van dierenmishandeling? Zo neen, waarom niet?

5. Kunt u aangeven hoe vaak de afgelopen vijf jaar een houdverbod is opgelegd? Zo ja, kunt u aangeven hoe vaak dit verbod is overtreden? Zo neen, waarom niet?

1 http://www.telegraaf.nl/binnenland/6134565/__Afschuw_over_hongerdood_hond__.html

Antwoorddatum: 21 apr. 2010

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) betreffende de mishandeling van een hond met de dood tot gevolg.

Vraag 1
Kent u het bericht “Afschuw over hongerdood hond” waarin melding wordt gemaakt van een hond die is overleden ten gevolge van maandenlange uithongering?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Kunt u uiteenzetten wat de uitkomst is van het onderzoek van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming in deze zaak?

Antwoord
De Stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) heeft naar aanleiding van de melding een onderzoek ingesteld. Naar aanleiding van dat onderzoek is proces-verbaal opgemaakt ten behoeve van verdere vervolging door het Functioneel Parket.

Vraag 3
Kunt u uiteenzetten wat de dader ten laste zal worden gelegd en wat de maximale strafmaat zou kunnen zijn die opgelegd kan worden voor een dergelijke daad?

Antwoord
Het proces-verbaal is aangezegd op grond van het onthouden van de nodige verzorging, artikel 37 juncto artikel 36 eerste lid van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Overtreding van het verbod op dierenmishandeling en het verbod op het onthou­den van de nodige verzorging door de houder van een dier kan worden bestraft met een gevangenisstraf van maximaal drie jaar en, of, een boete van maximaal 19.000 euro. In het Wetboek van Strafrecht is daarnaast het beschadigen en doden van een dier dat aan een ander toebehoort, strafbaar gesteld met een maximum gevangenisstraf van twee jaar. Deze strafbepaling beoogt de belangen van de houder van het dier te beschermen, maar kan in zijn uitvoering ook leiden tot bescherming van het belang van dierenwelzijn. In het Wetboek van Strafrecht is tevens voorzien in een dierenhoudverbod dat voor maximaal drie jaar kan worden opgelegd als bijzondere voorwaarde bij een geheel of gedeeltelijke voorwaardelijke veroordeling.

Het is aan de officier van justitie om met inachtneming van de hiervoor geschetste kaders de eis te formuleren.

Vraag 4
Deelt u de mening dat het moedwillig uithongeren van een hond een ernstige vorm van dierenmishandeling is? Zo ja, bent u bereid om een zelfstandig houd­verbod in te stellen voor mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan dergelijke ernstige vormen van dierenmishandeling? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Het moedwillig uithongeren van een hond zie ik inderdaad als een ernstige vorm van dierenmishandeling. Zoals ik al eens heb aangegeven, is het houdverbod voor dierenmishandelaars in de vorm van een bijzondere voorwaarde, te prefereren boven een zelfstandig houdverbod. Een houdverbod in de vorm van een bijzondere voorwaarde is effectiever dan een zelfstandig houdverbod, omdat het meer mogelijkheden biedt voor tenuitvoerleg­ging en handhaving. Immers, wanneer een houdverbod als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd, kan bij de overtreding onmiddellijk worden overgegaan tot tenuit­voerlegging van het voorwaardelijk opgelegde gedeelte van de hoofdstraf (boete, gevangenisstraf), zonder dat rechterlijke tussenkomst noodzakelijk is. Overtreding van een zelfstandig houdverbod zou een nieuw strafbaar feit zijn dat opnieuw vervolging behoeft, met de mogelijkheid voor de verdachte om tot in hoogste instantie te procederen.

Ik wijs u in dit kader op het bij uw Kamer aanhangige initiatiefwetsvoorstel van de leden Ormel en Waalkens (Kamerstukken II 2005/06, 30511, nr. 5) tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht onder meer in verband met het verhogen van het maximaal op te leggen houdverbod van maximaal 3 naar maximaal 10 jaar. Het bestaande houdverbod wordt door verhoging van de maximaal op te leggen periode voor een houdverbod effectiever gemaakt.

Vraag 5
Kunt u uiteenzetten hoe vaak de afgelopen vijf jaar een houdverbod is opgelegd en voor hoe lang? Zo ja, kunt u uiteenzetten hoe vaak dit verbod is overtreden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Het is niet mogelijk deze gegevens inzichtelijk te maken met het bedrijfsprocessensysteem van het OM omdat de bijzondere voorwaarden bij een straf niet als zodanig uitgesplitst worden geregistreerd.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg