Kamer­vragen aan de minister van LNV over de Groene Glazen­maker


Vragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de Groene Glazenmaker

  1. Kent u het bericht “Glazenmaker mag worden verplaatst”1?
  2. Is het waar dat de Groene Glazenmaker als Rode Lijst soort bescherming geniet binnen de Flora- en faunawet en de Europese Habitatrichtlijn?
  3. Is het waar dat op grond hiervan de soort en haar leefgebied niet mag worden aangetast?
  4. Kunt u aangeven op hoeveel plaatsen in Nederland de Groene Glazenmaker nog wordt aangetroffen en of de soort in Nederland in haar voortbestaan bedreigd is?
  5. Is het waar dat u toestemming heeft gegeven tot verplaatsing van Groene Glazenmakers naar een ander deel van het kanaal, in verband met het voornemen van uitbreiding van de scheepvaartmogelijkheden in het leefgebied van de Groene Glazenmaker?
  6. Is eerder ervaring opgedaan met het verplaatsen van kwetsbare diersoorten zoals de Groene Glazenmaker in soortgelijke omstandigheden en wat waren de resultaten van deze verplaatsingsoperaties met betrekking tot de populatieomvang van de bedreigde soort?
  7. Is uw besluit terzake onderbouwd met onafhankelijk wetenschappelijk advies? Zo ja, van welke instantie en kunt u dit advies ter inzage geven? Zo neen, waarom niet en bent u bereid in dat geval uw besluit te heroverwegen?
  8. Kunt u aangeven op welke wijze de verplaatsing is voorgenomen en of het de eitjes betreft van de Groene Glazenmaker of volwassen dieren?
  9. Komt de Groene Glazenmaker al voor in het gebied waarheen de nu bedreigde populatie verplaatst zal worden? Zo ja, hoeveel zicht is er op dat het biotoop groot genoeg is om ook de migrerende Groene Glazenmakers te huisvesten? Zo neen, wat geeft u de indruk dat het gebied dan geschikt zou zijn voor de Groene Glazenmaker?
  10. Kunt u aangeven of u een afwegingskader heeft gebruikt om tot uw besluit te komen om, in afwijking van Flora- en faunawet en habitatrichtlijn, te besluiten tot verstoring van het leefgebied en van een beschermde en bedreigde populatie Groene Glazenmakers? Zo ja, welk afwegingskader en kan dat aan de Kamer worden toegezonden? Zo neen, bent u bereid een controleerbaar toetsings- en afwegingskader te ontwikkelen voor het afwijken van genoemde wettelijke beschermingsregimes?

(1) Dagblad van het Noorden, 30 juni 2008

Antwoorddatum: 28 jul. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de Groene Glazenmaker.

1
Kent u het bericht ‘Glazenmaker mag worden verplaatst’?

Ja.

2
Is het waar dat de Groene Glazenmaker als Rode Lijst soort bescherming geniet binnen de Flora- en faunawet en de Europese Habitatrichtlijn?

Ja, de Groene Glazenmaker is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, lid 2 van de Flora- en faunawet en is tevens opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitat¬richtlijn, dier en plantsoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd.

3
Is het waar dat op grond hiervan de soort en haar leefgebied niet mag worden verplaatst?

Op grond van de artikelen 9, 11, en 13, lid 1 van de Flora- en faunawet is het onder meer verboden om beschermde inheemse dieren weg te nemen of te verstoren. Het is mogelijk om op grond van artikel 75, lid 5 en lid 6, van de Flora- en faunawet ontheffing te verlenen. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort en er geen andere bevredigende oplossing bestaat met het oog op andere, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, belangen. Voorbeelden van deze belangen zijn onder andere aangewezen dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten en de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.
4
Kunt u uiteenzetten op hoeveel plaatsen in Nederland de Groene Glazenmaker nog wordt aangetroffen en of de soort in Nederland in haar voortbestaan bedreigd is?

De Groene Glazenmaker komt vooral voor in de lager gelegen delen van Nederland.
Op basis van de beschikbare verspreidingsgegevens wordt de Groene Glazenmaker vooral waargenomen in grote delen van Friesland en in delen van Groningen, Drenthe, Overijssel (de Wieden/Weeribben), Utrecht, Noord-Holland (Loosdrechtse plassen), Zuid-Holland (Krimpener Waard en Sliedrechtse Biesbosch).

De afname van vindplaatsen en populaties van de Groene Glazenmaker in Europa en ook in Nederland is de reden geweest dat de soort is geplaatst op de Rode Lijst van de IUCN en wordt beschermd door de Flora- en faunawet en de Habitatrichtlijn.

5
Is het waar dat u toestemming heeft gegeven tot verplaatsing van Groene Glazenmakers naar een ander deel van het kanaal, in verband met het voornemen van uitbreiding van de scheepvaartmogelijkheden in het leefgebied van de Groene Glazenmaker?

Ten behoeve van de realisatie van het project ‘Aanleg Westerdiepsterdalkanaal’ heb ik ontheffing verleend van de verbodsbepalingen genoemd in de artikelen 9, 11 en 13 lid 1, van de Flora- en faunawet voor het verplaatsen van krabbenscheerplanten met larven van de Groene Glazenmaker naar een compensatiegebied.

6
Is eerder ervaring opgedaan met het verplaatsen van kwetsbare diersoorten zoals de Groene Glazenmaker in soortgelijke omstandigheden en wat waren de resultaten van deze verplaatsingsoperaties met betrekking tot de populatieomvang van de bedreigde soort?

Er is reeds ervaring opgedaan met de verplaatsing van kwetsbare soorten. De Dienst Landelijk Gebied (DLG) adviseert regelmatig om deze methode te gebruiken. Uit ervaring is gebleken dat de krabbenscheer goed te verplaatsen is, maar de effecten op de Groene Glazenmaker zijn (nog) niet bekend. Wel staat vast dat de meeste libellenlarven verblijven tussen de waterplanten, zoals krabbenscheer. Het verplaatsen van deze planten was dan ook de basis voor de mitigerende maatregel. De larven van de Groene Glazenmakers die in het plangebied aanwezig waren, zijn met de krabbenscheerplanten mee vervoerd naar het nieuwe leefgebied.
Met het verplaatsen van de krabbenscheer zal er geen kwalitatieve of kwantitatieve vermindering plaatsvinden van het leefgebied van de soort. Aangezien de kernpopulatie van de Groene Glazenmaker niet wordt aangetast, is het niet te verwachten dat de populatie in gevaar komt.


7
Is uw besluit terzake onderbouwd met onafhankelijk wetenschappelijk advies? Zo neen, waarom niet en bent u bereid in dat geval uw besluit te heroverwegen? Zo ja, van welke instantie? Kunt u dit advies ter inzage geven?

Alle aanvragen voor ontheffingen als onderhavige worden ter advisering voorgelegd aan DLG. De bij DLG werkzame ecologen hebben een uitgebreide kennis van en ervaring met ruimtelijke ingrepen en de effecten van mitigerende en compen¬serende maatregelen. Het wetenschappelijk advies van DLG is objectief en waar nodig vindt overleg plaats met deskundigen en organisaties zoals in dit geval de Vlinder¬stichting .
Bij de behandeling van aanvragen gaat DLG uit van de gegevens zoals deze zijn aan¬geleverd door de aanvrager. De aanvrager moet voor de verkrijging van de ecologisch gegevens altijd een terzake deskundig adviesbureau inschakelen. Het advies vormt de ecologische afweging van het besluit en maakt daarvan integraal onderdeel uit.
Het besluit is gepubliceerd op www.minlnv.nl.

8
Kunt u uiteenzetten op welke wijze de verplaatsing is voorgenomen en of het de eitjes betreft van de Groene Glazenmaker of volwassen dieren?

De verplaatsing heeft plaatsgevonden door de krabbenscheerplanten voorzichtig uit het water te lichten, waarmee libellenlarven naar verwachting worden meegenomen.
De bestaande krabbenscheervegetatie is daarna, vóór aanvang van de werkzaamheden, verplaatst naar een nieuw in te richten gebied ten zuiden van de huidige locatie, maar gelegen in hetzelfde kanaal. Het gaat dus om een habitat met dezelfde waterkwaliteit en overige voor de soort belangrijke waarden die van invloed kunnen zijn op de aanwezig¬heid van krabbenscheer. Om de overlevingskans van krabbenscheer te vergroten, heeft dit plaatsgevonden tijdens het groeiseizoen (juni-juli) van krabbenscheer.

9
Komt de Groene Glazenmaker al voor in het gebied waarheen de nu bedreigde populatie verplaatst zal worden? Zo ja, hoeveel zicht is er op dat het biotoop groot genoeg is om ook de migrerende Groene Glazenmakers te huisvesten? Zo neen, wat geeft u de indruk dat het gebied dan geschikt zou zijn voor de Groene Glazenmaker?

Zoals ik bij het antwoord op vraag 8 heb aangegeven, heeft verplaatsing plaatsgevonden binnen het plangebied met vergelijkbaar biotoop. Cruciaal voor het voorkomen van de Groene Glazenmaker is de aanwezigheid van krabbenscheer (zie ook vraag 6).
De krabbenscheer is verplaatst. De verplaatste krabbenscheer betreft een verblijfplaats van een deelpopulatie en niet die van de hoofdpopulatie van de Groene Glazenmaker.
De hoofdpopulatie wordt derhalve niet door de activiteiten verstoord. Naar verwachting zal het oppervlakte biotoop dan ook gelijk blijven.


10
Kunt u uiteenzetten of u een afwegingskader heeft gebruikt om tot uw besluit te komen om, in afwijking van Flora- en faunawet en habitatrichtlijn, te besluiten tot verstoring van het leefgebied en van een beschermde en bedreigde populatie Groene Glazenmakers?
Zo ja, welk afwegingskader? Kan dat aan de Kamer worden toegezonden? Zo neen, bent u bereid een controleerbaar toetsings- en afwegingskader te ontwikkelen voor het afwijken van genoemde wettelijke beschermingsregimes?

Het toetsingsregime voor dit soort aanvragen is vastgesteld en vormt het kader van het besluit tot verlening van de ontheffing. Voor het toetsingskader verwijs ik u naar de brochure “Buiten aan het werk” die te vinden is op www.hetlnvloket.nl.
In de eerste plaats wordt overwogen wat de invloed van de voorgenomen werkzaam¬heden op de bedoelde soort is. Vervolgens wordt afgewogen of er andere bevredigende oplossingen zijn dan het verrichten van de activiteiten die de verstoring met zich mee zullen brengen. Wanneer er geen andere, bevredigende oplossingen voorhanden zijn, wordt getoetst of de werkzaamheden in het kader van een in de wet genoemd belang plaatsvinden. Wanneer dit het geval is, zal worden afgewogen, aan de hand van een wetenschappelijk advies, wat de invloed op de gunstige staat van instandhouding van de soort is en op welke wijze compenserende en/of mitigerende maatregelen de invloed op de (betreffende populatie van de) soort kunnen voorkomen of beperken.
Alle uitkomsten van dit toetsingskader worden in de besluiten tot verlening van onthef¬fingen opgenomen. De besluiten worden vervolgens gepubliceerd zodat deze voor eenieder toegankelijk zijn.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg