Kamer­vragen aan de minister van LNV over de bescherming van het vliegend hert


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit over de bescherming van het vliegend hert

1. Kent u het bericht 'Vliegende herten gezocht' (1)?

2. Is het waar dat het vliegend hert nog maar in enkele gebieden in Nederland voorkomt? En dat het beschermingsregime waaronder deze bedreigde diersoort valt in de afgelopen jaren versoepeld is? Zo ja, bent u bereid het beschermingsregime van het vliegend hert tot het hoogste niveau op te voeren zolang deze diersoort ernstig wordt bedreigd in haar voortbestaan?

3. Is het waar dat vliegende herten alleen kunnen leven op het rottende hout van de inlandse eik (Quercus robur) die is aangetast met witrotschimmel? Zo ja, bent u bereid een algemeen kapverbod af te kondigen voor dergelijke eiken in gebieden waarvan bekend is dat ze het leefgebied vormen van het vliegend hert en wanneer wilt u dat kapverbod instellen?

4. Is het waar dat het hout van inlandse eiken die gekapt of omgewaaid zijn, in het leefgebied van vliegende herten nog steeds kan worden afgevoerd of zelfs verhandeld als openhaardhout? Zo ja, bent u bereid een algemeen afvoer- en handelsverbod in te stellen voor het hout van door witrotschimmel aangetaste inlandse eiken? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

5. Is het waar dat door uw ministerie een ontheffing is afgegeven voor het kappen van een door witrotschimmel aangetaste inlandse eik in Vierhouten ten behoeve van de aanleg van een voetbalveld (zie bijlage)? Zo ja, om welke reden heeft u i.c. gemeend af te moeten zien van het beschermen van het leefgebied van het vliegend hert en op welke gronden heeft u deze vergunning verleend?

6. Bent u van mening dat deze ontheffing op de juiste gronden is verstrekt en dat u daarmee bescherming van het leefgebied van het vliegend hert voldoende in acht heeft genomen? Zo ja, hoe garandeert u dan dat het vliegend hert in dit gebied kan voortleven als de bewuste eik wordt gekapt en afgevoerd? Zo neen, bent u bereid de ontheffing terug te draaien?

7. Is het waar dat het vliegend hert beschermd is volgens de habitatrichtlijn en de Conventie van Bern en dat voor deze soort het instellen van speciale beschermingszones vereist is omdat de bescherming ervan van intercommunautair belang geacht wordt? Zo ja, kunt u aangeven welke speciale beschermingszones reeds zijn aangewezen en waaruit het beschermingsregime in die zones bestaat? Zo neen, kunt u aangeven waarom instelling van speciale beschermingszones volgens u niet noodzakelijk is en hoe u dan garandeert dat et vliegend hert adequaat wordt beschermd?

8. Is het waar dat de speciale voorwaarde die het vliegend hert aan haar leefomgeving stelt natuurcompensatie zeer gecompliceerd maakt, omdat het dier niet in jonge aanplant kan leven en een levenscyclus heeft van 7 jaar? Zo ja, betekent dit dat extra terughoudendheid betracht wordt bij het kappen van bomen die geschikt zijn om vliegend herten te huisvesten en te doen voortplanten? Waarom niet en waar blijkt dat uit?

9. Is het waar dat het inrichten van speciale broedstoven bevorderlijk kan zijn voor het verbeteren van de overlevingskansen van zeldzame soorten als vliegend hert en neushoornkever? Zo ja, bent u bereid de aanleg van broedstoven voor deze soorten te stimuleren en op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom benut u deze relatief eenvoudige en goedkope manier van het beschermen van een bedreigde soort niet ten volle?

10. Bent u bereid het inventarisatie-onderzoek van Naturalis meer bekendheid en steun te geven, opdat spoedig sprake kan zijn van een kompleet beeld van verspreiding en overlevingskansen van het vliegend hert?

11. Bent u bereid opdracht te geven tot een vervolgonderzoek naar actieve beschermingsplannen voor het vliegend hert, en in afwachting daarvan al het mogelijke te doen om de soort te doen overleven? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?


(1) d.d. 6 juni 2007, http://vroegevogels.vara.nl/portal/img/somedirectory/some.html?_scr=news_newsitem1&id=292806

Antwoorddatum: 27 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij geef ik antwoord op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de bescherming van het vliegend hert.

1
Kent u het bericht 'Vliegende herten gezocht'?

Ja.

2 en 7
Is het waar dat het vliegend hert nog maar in enkele gebieden in Nederland voorkomt? Is het beschermingsregime waaronder deze bedreigde diersoort valt, in de afgelopen jaren versoepeld? Zo ja, bent u bereid het beschermingsregime van het vliegend hert tot het hoogste niveau op te voeren zolang deze diersoort ernstig wordt bedreigd in zijn voortbestaan?
Is het waar dat het vliegend hert beschermd is volgens de habitatrichtlijn en de Conventie van Bern en dat voor deze soort het instellen van speciale beschermingszones vereist is omdat de bescherming ervan van intercommunautair belang geacht wordt? Zo ja, kunt u aangeven welke speciale beschermingszones reeds zijn aangewezen en waaruit het beschermingsregime in die zones bestaat? Zo neen, kunt u aangeven waarom de instelling van speciale beschermingszones volgens u niet noodzakelijk is en hoe u dan garandeert dat het vliegend hert adequaat wordt beschermd?


Het vliegend hert heeft een beperkt verspreidingsgebied. De soort is aangewezen als beschermde inheemse soort op grond van de Flora- en faunawet. Bovendien is de soort opgenomen in bijlage II van de Habitatrichtlijn. Om die reden zijn voor deze soort in mei 2003 zeven gebieden aangemeld als Habitatrichtlijngebied bij de Europese Commissie.

Dit betreft de gebieden Springendal & Dal van de Mosbeek, Veluwe, Sint Jansberg, Geleenbeekdal, Geuldal, Savelsbos en Noordbeemden & Hoogbos. Deze aanmeldingen zijn inmiddels door de Europese Commissie goedgekeurd door plaatsing op de commu¬nautaire lijst voor het Atlantische bio-geografische regio (december 2004). De ontwerp-besluiten voor aanwijzing van Springendal & Dal van de Mosbeek, Veluwe, Sint Jansberg, Savelsbos en Noordbeemden & Hoogbos hebben begin dit jaar ter inzage gelegen. Na voltooiing van de Nota van Antwoord kunnen de gebieden definitief worden aangewezen. De procedure voor aanwijzing van de andere gebieden zal op een later tijdstip worden gestart. De betreffende aanwijzingsbesluiten bevatten voor de habitattypen en soorten waarvoor de gebieden worden aangewezen, zoals onder meer het vliegend hert, een instandhoudingdoelstelling. Deze is in geval van het vliegend hert afgeleid van de landelijke doelstelling: “Uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied ten behoeve van uitbreiding populatie” (Natura 2000 Doelendocument) (1).

Daarnaast is het vliegend hert onderdeel van het actieve soortenbeschermingsbeleid. Het vliegend hert maakt deel uit van de leefgebiedenbenadering. In Limburg is binnen dat kader al een soortenbeschermingsplan in uitvoering en in Overijssel wordt aan een soortenbeschermingsplan gewerkt.

3
Is het waar dat vliegende herten alleen kunnen leven op het rottende hout van de inlandse eik (Quercus robur) die is aangetast met witrotschimmel? Zo ja, bent u bereid een algemeen kapverbod af te kondigen voor dergelijke eiken in gebieden waarvan bekend is dat ze het leefgebied vormen van het vliegend hert? Wanneer wilt u dit kapverbod instellen?

De larven van het vliegend hert leven in door schimmel aangetast eikenhout. De kevers eten wondvocht van aangetaste eiken. Recent is komen vast te staan dat ook andere boomsoorten een rol spelen in de levenscyclus van het vliegend hert. Dat is geen reden om in de gebieden waarvan bekend is dat het vliegend hert er voorkomt een algeheel kapverbod in te stellen voor dergelijke boomsoorten. Op grond van artikel 11 van de Flora- en faunawet geldt immers al een kapverbod voor dergelijke bomen, voor zover deze bewoond worden door larven van het vliegend hert. Artikel 11 verbiedt onder meer het beschadigen, vernielen of verstoren van voortplantingsplaatsen van het vliegend hert en vaste verblijfplaatsen van larven daarvan.

4
Is het waar dat het hout van inlandse eiken die gekapt of omgewaaid zijn, in het leefgebied van vliegende herten nog steeds kan worden afgevoerd of zelfs verhandeld als openhaardhout? Zo ja, bent u bereid een algemeen afvoer- en handelsverbod in te stellen voor het hout van door witrotschimmel aangetaste inlandse eiken? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?


Bedoeld hout kan veelal gewoon worden afgevoerd en verhandeld. Ik ben niet voornemens dat geheel te verbieden. Immers, als zich larven van het vliegend hert in het hout bevinden geldt op grond van artikel 11 van de Flora- en faunawet reeds een dergelijk verbod. Zie verder mijn antwoord op vraag 3.

5 en 6
Is het waar dat door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een ontheffing is afgegeven voor het kappen van een door witrotschimmel aangetaste inlandse eik in Vierhouten ten behoeve van de aanleg van een voetbalveld (2)? Zo ja, om welke reden heeft u in casu gemeend af te moeten zien van het beschermen van het leefgebied van het vliegend hert en op welke gronden is namens u deze vergunning verleend?
Deelt u de mening dat deze ontheffing op de juiste gronden is verstrekt en dat u daarmee de bescherming van het leefgebied van het vliegend hert voldoende in acht heeft genomen? Zo ja, hoe garandeert u dat het vliegend hert in dit gebied kan voortleven als de bewuste eik wordt gekapt en afgevoerd? Zo neen, bent u bereid de ontheffing terug te draaien?


Bedoelde ontheffing is verleend. Artikel 11 van de Flora- en faunawet is de relevante verbodsbepaling waarvan ontheffing is verleend. Artikel 11 beschermt niet het gehele leefgebied van het vliegend hert, maar leefgebiedfuncties, zoals voortplantings- en vaste verblijfplaatsen. De ontheffing is in bedoeld geval verleend, omdat door de uit te voeren ingreep, vanwege mitigerende en compenserende maatregelen, waaronder het aanleggen van broedstoven met het hout van de te vellen eik, geen afbreuk wordt gedaan aan de instandhouding van de soort. Ik zie daarom geen aanleiding om de verleende ontheffing in te trekken.

8
Is het waar dat de speciale voorwaarde die het vliegend hert aan zijn leefomgeving stelt natuurcompensatie zeer gecompliceerd maakt, omdat het dier niet in jonge aanplant kan leven en een levenscyclus heeft van 7 jaar? Zo ja, betekent dit dat extra terughoudendheid betracht wordt bij het kappen van bomen die geschikt zijn om vliegende herten te huisvesten en te doen voortplanten? Waarom niet en waar blijkt dat uit?

Neen. Door het ingraven van delen van gevelde door schimmel aangetaste eiken als broedstoven kunnen de omstandigheden voor succesvolle voortplanting aanzienlijk worden verbeterd.

9
Is het waar dat het inrichten van speciale broedstoven bevorderlijk kan zijn voor het verbeteren van de overlevingskansen van zeldzame soorten als vliegend hert en neushoornkever? Zo ja, bent u bereid de aanleg van broedstoven voor deze soorten te stimuleren, op welke termijn en op welke wijze?
Zo neen, waarom benut u deze relatief eenvoudige en goedkope manier van het beschermen van een bedreigde soort niet ten volle?


Zie mijn antwoord op de vragen 2 en 7 en 8.

10
Bent u bereid het inventarisatieonderzoek van Naturalis meer bekendheid en steun te geven, opdat spoedig sprake kan zijn van een kompleet beeld van verspreiding en overlevingskansen van het vliegend hert?

Onderzoek naar de verspreiding en overlevingskansen van het vliegend hert wordt reeds door mij medegefinancierd.

11
Bent u bereid opdracht te geven tot een vervolgonderzoek naar actieve beschermings¬plannen voor het vliegend hert, en in afwachting daarvan al het mogelijke te doen om de soort te doen overleven? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Het vliegend hert maakt onderdeel uit van de soorten van de leefgebiedenbenadering. In het leefgebied droge zandgronden en heuvelland, waar het vliegend hert toe behoort, zijn beschermingmaatregelen in bestaand en potentieel verspreidingsgebied voorzien. Zodra de afspraken tussen de provincies en het Rijk over uitvoering van de nieuwe leefgebiedenstrategie zijn beslecht zullen die extra maatregelen in uitvoering worden genomen. Tot die tijd acht ik extra vervolgonderzoek en bescherming naast de reeds lopende inspanningen (zie ook mijn antwoorden op vragen 2 en 7 en 10) niet aan de orde.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

(1) Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 30 300 XIV, nr. 94

(2) Brief d.d. 23 januari 2006 met kenmerk ff75c.06.toek.0021.ck en ontheffing d.d. 27 november 2006, met kenmerk ff75c.2006/0021