Kamer­vragen aan de minister van LNV over CO2 verdoving bij biggen


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over CO2 verdoving bij biggen

1. Kent u het bericht 'Anesthetische organisatie tegen CO2 verdoving biggen1'? en het persbericht van Varkens in Nood2 hierover?

2. Vormt de stellingname van de AVA voor u aanleiding om nader onderzoek in te stellen naar de CO2 verdoving van biggen en de gevolgen daarvan in termen van dierenwelzijn? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

3. Bent u met mij van mening dat de verdoving van biggen zodanig dient te zijn dat zij geen pijn lijden tijdens de castratie? Zo ja, welke garanties zijn er dat biggen tijdens CO2 verdoving geen pijn beleven? Zo neen, waarom niet?


1www.agd.nl/1089697/Nieuws/Artikel/Anesthetische-organisatie-tegen-CO2-verdoving-biggen.htm

2 CO2-verdoving van biggen veroordeeld door anesthesisten, Varkens in Nood, 25-11-2009

Antwoorddatum: 22 dec. 2009

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen die zijn gesteld door het lid Thieme (PvdD) over de CO2-verdoving bij biggen.

Vraag 1
Kent u het bericht “Organisatie tegen CO2-verdoving biggen”? en het persbericht van Varkens in Nood hierover?

Antwoord
Ja.

Vraag 2 en 3
Vormt de stellingname van de Association of Veterinary Anaesthetists (AVA) voor u aanleiding om nader onderzoek in te stellen naar de CO2-verdoving van biggen en de gevolgen daarvan in termen van dierenwelzijn? Zo ja, op welke termijn
en wijze? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat de verdoving van biggen zodanig dient te zijn dat zij geen pijn lijden tijdens de castratie? Zo ja, welke garanties zijn er dat biggen tijdens CO2-verdoving geen pijn beleven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ik verwijs u naar mijn brief van 30 juni 2009 (Tweede Kamer nummer 2009Z09386/2009D24837) (TRCDL/2009/1323).

Aan de evaluatie verdoofd castreren wordt de laatste hand gelegd.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg



BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2009

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft gevraagd om mijn reactie inzake de berichtgeving in het dagblad Trouw van 19 april 2009 over de negatieve aspecten van het verdoofd castreren van biggen (Kamerbrief nr. 2009Z09386/2009D24837).

In 2007 heeft Wageningen UR in opdracht van mijn ministerie onderzoek gedaan naar de welzijnseffecten van verschillende wijzen van verdoofd castreren. De resultaten van gasverdoofd castreren bleken perspectiefvol; chirurgische castratie zou via deze methode pijnloos kunnen worden uitgevoerd. In 2008 is deze methode praktijkrijp gemaakt en sinds begin dit jaar werkt het gros van de Nederlandse zeugenhouders met gasverdoving.

Uit recent Duits onderzoek zou blijken dat biggen bij gasverdoofd castreren meer stress ondervinden dan bij onverdoofde castratie. Stress is echter een lastig te onderzoeken factor. In het Nederlandse onderzoek zijn hiervoor gedragswaarnemingen gedaan. Deze waarnemingen hebben geresulteerd in de wetenschappelijk onderbouwde uitspraak dat
gasverdoofd castreren geen onaanvaardbare verhoging van stress ten opzichte van onverdoofd castreren geeft. In het Duitse onderzoek is daarentegen gebruik gemaakt van een fysiologische parameter.

Algemeen bekend is dat biggen die dat niet gewend zijn, ook niet-pijnlijke handelingen als oppakken en fixeren als stressvol ervaren. Bekend is ook dat het gasmengsel CO2/02 een prikkelend effect heeft op de luchtwegen. Stress en pijn vind ik echter niet van dezelfde orde. Echter, getracht moet worden om beiden zoveel mogelijk te voorkomen. Sinds begin dit jaar werkt de varkenshouderij met gasverdoving. Het is niet ondenkbaar dat verbeteringen mogelijk zijn. Daarom zal deze zomer de dagelijkse praktijk van gasverdoofd castreren worden geëvalueerd en het Duitse onderzoek nader worden geanalyseerd. Naar verwachting kan ik u begin deze herfst informeren over de resultaten en de mogelijke daaruit voortvloeiende acties.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg