Kamer­vragen aan de minister van LNV over beschutting voor weide­dieren tegen extreme weers­om­stan­dig­heden


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over beschutting voor weidedieren tegen extreme weersomstandigheden

  1. Kent u het bericht `Koeien zoeken verkoeling in sloot’?1
  2. Kunt u aangeven hoeveel weidedieren er jaarlijks gezondheids- of welzijnsproblemen ondervinden ten gevolge van extreme hitte, regen of kou? Zo neen, bent u bereid dit te onderzoeken?
  3. Deelt u de mening dat koeien, paarden, schapen en geiten die in de wei staan beschuttingsmogelijkheden dienen te hebben tegen zon, hitte, regen en kou? Zo ja, op welke wijze zorgt u dat dieren voldoende beschutting krijgen en op welke wijze controleert u dit? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD, artikel 37)?
  4. Zijn er wettelijke maatregelen om weidedieren tegen extreme weersomstandigheden te beschermen? Zo ja, bent u van mening dat deze maatregelen afdoende zijn en zo ja hoe verklaart u dan de vele klachten die jaarlijks bij de dierenbescherming binnenkomen over weidedieren zonder beschutting? Zo neen, waarom niet?
  5. Deelt u de mening dat het met het oog op dierenwelzijn onwenselijk is om de keuze voor het al dan niet zorgen voor beschuttingsmogelijkheden vrijblijvend door boeren en eigenaren te laten maken? Zo ja, deelt u de mening dat hiervoor landelijk vastgestelde regels dienen te komen en bent u bereid hiervoor een toetsingskader te ontwikkelen en de Kamer hierover binnen een termijn van 6 maanden te informeren? Zo neen, waarom niet?
  6. Bent u bereid te onderzoeken of, in hoeverre en binnen welke termijn het mogelijk is om tot een landelijke verplichting van beschuttingsmogelijkheden voor weidedieren te komen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) http://www.rtvnoord.nl/nieuws/index.asp?actie=totaalbericht&pid=73201

Antwoorddatum: 9 jun. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden op vragen van het Kamerlid Thieme (PvdD) over beschutting voor weidedieren tegen extreme weersomstandigheden toekomen.

1
Kent u het bericht ‘Koeien zoeken verkoeling in sloot’? 1)

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten hoeveel weidedieren er jaarlijks gezondheids- of welzijnsproblemen ondervinden ten gevolge van extreme hitte, regen of kou? Zo neen, bent u bereid dit te onderzoeken?

Er zijn geen absolute getallen bekend van het aantal dieren dat jaarlijks gezondheids- of welzijnsproblemen ondervindt ten gevolge van extreme hitte, regen of kou. Onderzoek van Wageningen Universiteit (ASG, 2007) toont aan dat een deel van de paarden en rundvee ongerief ondervindt van extreme weersomstandigheden. Na de zomer zal ASG op mijn verzoek een rapport uitbrengen over het ongerief bij de kleinere sectoren. Ik acht dit vooralsnog voldoende om inzicht te krijgen in deze problematiek.

3
Deelt u de mening dat koeien, paarden, schapen en geiten die in de wei staan beschut¬tingsmogelijkheden dienen te hebben tegen zon, hitte, regen en kou? Zo ja, op welke wijze zorgt u dat dieren voldoende beschutting krijgen en op welke wijze controleert u dit? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD, artikel 37)?

Ik deel de mening dat dieren die in de wei staan beschuttingsmogelijkheden dienen te hebben tegen extreme weersomstandigheden. De mate waarin een dier ongerief ondervindt van weersextremen is sterk afhankelijk van de diersoort. Ook de beschik¬baarheid van voldoende water speelt daarbij een rol.
De houder van het dier is de eerst verantwoordelijke wanneer het gaat om het voorkomen van ongerief. Hiertoe kan de houder, naast het bieden van beschutting in de weide, de dieren op erg zonnige en warme dagen ook op stal houden.
De GWWD en het besluit Welzijn productiedieren bieden vervolgens de mogelijkheid
om om op te treden tegen houders die geen maatregelen nemen bij extreme weers¬omstandig¬heden en waarbij dat leidt tot ernstig ongerief.

4
Zijn er wettelijke maatregelen om weidedieren tegen extreme weersomstandigheden te beschermen? Zo ja, bent u van mening dat deze maatregelen afdoende zijn en zo ja, hoe verklaart u dan de vele klachten die jaarlijks bij de dierenbescherming binnenkomen over weidedieren zonder beschutting? Zo neen, waarom niet?

Artikel 3, derde lid, van het Besluit welzijn productiedieren bepaalt dat een dier, dat niet in een gebouw wordt gehouden, moet worden beschermd tegen slechte weersomstandig¬heden. Ten algemene moeten dieren, op grond van artikel 36 en 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, worden beschermd tegen extreme weersomstandigheden. Ik acht deze maatregelen afdoende. Wanneer op basis van de genoemde artikelen een klacht wordt ingediend, onderzoekt de Algemene Inspectiedienst of sprake is van een over¬treding.

5 en 6
Deelt u de mening dat het met het oog op dierenwelzijn onwenselijk is om de keuze voor het al dan niet zorgen voor beschuttingsmogelijkheden vrijblijvend door boeren en eigenaren te laten maken? Zo ja, deelt u de mening dat hiervoor landelijk vastgestelde regels dienen te komen en bent u bereid hiervoor een toetsingskader te ontwikkelen en de Kamer hierover binnen een termijn van zes maanden te informeren? Zo neen, waarom niet?

Bent u bereid te onderzoeken of, in hoeverre en binnen welke termijn het mogelijk is om tot een landelijke verplichting van beschuttingsmogelijkheden voor weidedieren te komen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Nee. De houder van het dier is de eerste verantwoordelijke wanneer het gaat om het voorkomen van ongerief. De genoemde wetsartikelen bieden vervolgens de mogelijkheid om houders die geen maatregelen nemen bij extreme weersomstandigheden straf¬rechterlijk te vervolgen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,



G. Verburg