Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over de effec­ti­viteit van gecom­bi­neerde lucht­wassers & aanvul­lende vragen op antwoorden van Kamer­vragen over subsidie van gecom­bi­neerde lucht­wassers


Indiendatum: jun. 2007

Vragen van het lid Ouwehand van de Partij voor de Dieren aan de ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit en de ministet van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over de effectiviteit van gecombineerde luchtwassers & aanvullende vragen op antwoorden op kamervragen (2060712830) over subsidie van gecombineerde luchtwassers

1. Kent u het bericht ‘Dieren binnenhouden werkt niet’ (1)?

2. Deelt u de mening van het CLM dat het afsluiten van de stal en het werken met luchtwassers geen goede methode is om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren omdat deze luchtwassers zelf veel energie gebruiken? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen tegen het gebruik van luchtwassers en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

3. Kunt u aangeven hoe de uitstoot van broeikasgassen via het elektriciteitsverbruik van deze luchtwassers zich verhoudt tot de vermindering van broeikasgassen door het schoonwassen van de lucht?

4. Kunt u aangeven of deze luchtwassers netto meer of minder broeikasgassen uitstoten als ook de uitstoot van het elektriciteitsverbruik wordt meegerekend?

5. Kunt u aangeven wat de potentiele negatieve effecten kunnen zijn van het gebruik van luchtwassers op het welzijn van dieren zoals varkens, koeien, kippen en andere productiedieren waarbij in de stalsystemen luchtwassers kunnen worden toegepast?

6. Kunt u aangeven waarom u het rendement van 70% vermindering van de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof voldoende vindt om luchtwassers voor de varkenshouderij te subsidiëren?

7. Kunt u aangeven of een reductie tot circa 30% van de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof een resultaat is waarmee lange termijn milieudoelen ten aanzien van ammoniak, geur en fijnstof kunnen worden bereikt? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo neen, welke aanvullende maatregelen zijn nodig?

8. Kunt u aangeven waarom bedrijven die niet voldoen aan de eisen van de IPPC richtlijn moeten worden verleid met een positieve prikkel van een subsidie van 35% op de aanschafwaarde van luchtwassers?

9. Kunt u aangeven waarom deze bedrijven niet zelf geheel verantwoordelijk worden gesteld voor het halen van de IPPC richtlijn en de daaraan verbonden kosten?

10. Deelt u de mening dat het niet terecht is dat bedrijven die niet aan de IPPC richtlijnen voldoen en daardoor vervuilen volgens de huidige richtlijnen in aanmerking komen voor een subsidie op luchtwassers? Zo ja, gaat u deze bedrijven uitsluiten van subsidie? Zo neen, hoe verhoudt uw mening zich tot het ‘de vervuiler betaalt principe’ uit het regeerakkoord en hoe verhoudt uw mening zich tot uw eerdere antwoord op onze kamervragen dat het om bovenwettelijke prestaties ging?

11. Kunt u aangeven waarom het ‘de vervuiler betaalt principe’ uit het regeerakkoord niet geldt voor bovenwettelijke maatregelen?

12. Kunt u aangeven waarom u de overheid verantwoordelijk acht voor het (gedeeltelijk) subsidiëren van het verminderen van luchtvervuiling welke wordt veroorzaakt door private commerciële ondernemingen?

13. Kunt u aangeven waarom u van mening bent dat de extra financiele inspanning die veehouders moeten leveren om hun vervuiling te verminderen ondersteund moet worden met een overheidssubsidie van 35%?

14. Kunt u aangeven of in andere sectoren ook soortgelijke subsidies bestaan voor vervuilende bedrijven en op welke gronden deze subsidies worden verleend en hoe deze subsidies zich verhouden tot het vervuiler betaalt principe uit het regeerakkoord?

15. Kunt u aangeven of het gebruik van luchtwassers kan betekenen dat hierdoor het aantal dieren per bedrijf kan uitbreiden zolang de uitstoot van ammoniak netto onder de toegestane hoeveelheid blijft? Zo ja, vindt u deze verkapte vorm van investeringssubsidies voor schaalvergroting een gewenste ontwikkeling en kunt u uw antwoord toelichten? Zo neen, op welke wijze voorkomt u dat door het plaatsen van luchtwassers het effect van uitbreiding wordt voorkomen en hoe kunt u dat garanderen?

16. Kunt u het in het licht van de door u ingezette transparantie over de kosten van de activiteiten van ambtenaren van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit aangeven hoeveel aanvragen voor subsidie op luchtwassers u heeft ontvangen, wat de kosten van het behandelen van deze aanvragen zijn, hoeveel uren gemoeid zijn met de behandeling van de aanvragen, of overtekening van de regeling heeft plaatsgevonden en hoeveel kosten gemoeid zijn bij het inzetten van het lotingsysteem om de toekenning te regelen?

17. Kunt u aangeven of deze inspanningen van het ministerie binnen of buiten de begrote 15 miljoen voor luchtwassers vallen en of en waarom de subsidie gerelateerd aan de uitvoeringskosten kosteneffectief uitgevoerd kan worden?

(1) Boerderij 19 juni 2007

Indiendatum: jun. 2007
Antwoorddatum: 17 okt. 2007

Geachte Voorzitter,

In deze brief beantwoord ik mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vragen van het Kamerlid Ouwehand (PvdD) over de effectiviteit van gecombineerde luchtwassers.

1
Kent u het bericht 'Dieren binnenhouden werkt niet'?

Ja

2 tot en met 4
Deelt u de mening van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) dat het afsluiten van de stal en het werken met luchtwassers geen goede methode is om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren omdat deze luchtwassers zelf veel energie gebruiken? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen tegen het gebruik van luchtwassers en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Kunt u aangeven hoe de uitstoot van broeikasgassen via het elektriciteitsverbruik van deze luchtwassers zich verhoudt tot de vermindering van broeikasgassen door het schoonwassen van de lucht?

Kunt u aangeven of deze luchtwassers netto meer of minder broeikasgassen uitstoten als ook de uitstoot van het elektriciteitsverbruik wordt meegerekend?

(Gecombineerde) luchtwassers zijn filters die primair ontwikkeld zijn om de uitstoot van ammoniak, geur en/of fijn stof te verminderen. Zij verminderen de uitstoot van broeikasgassen voor zover bekend niet of nauwelijks. Op dit moment is toepassing hiervan ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen dan ook niet aan de orde.

Volgens het “Optiedocument energie en emissies 2010/2020” (Kamerstukken II, vergaderjaar 2005-2006, 28 240, nr. 42) neemt het elektriciteitsverbruik toe met 0,5 PJ per jaar. Dit komt overeen met 0,1 Mton CO2. Het uitgangspunt bij deze berekeningen was dat in 2020 iedere varkens- en pluimveestal voorzien is van een gecombineerd luchtwassysteem.

Voor de goede orde wil ik u erop wijzen dat binnen het Programma luchtwassers nadrukkelijk aandacht is voor de het verminderen van het energiegebruik van deze luchtwassers en voor het verkrijgen van inzicht in de uitstoot van methaan en lachgas in bestaande en nieuwe stalsystemen.

5
Kunt u aangeven wat de potentiële negatieve effecten kunnen zijn van het gebruik van luchtwassers op het welzijn van dieren zoals varkens, koeien, kippen en andere productie¬dieren waarbij in de stalsystemen luchtwassers kunnen worden toegepast?

Gecombineerde luchtwassystemen worden gekoppeld aan de mechanische ventilatiesystemen in stallen. Ze staan het nemen van maatregelen gericht op dierenwelzijn daarbij geenszins in de weg.

6
Kunt u aangeven waarom u het rendement van 70% vermindering van de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof voldoende vindt om luchtwassers voor de varkenshouderij te subsidiëren?

Ik wil u wijzen op de antwoorden die ik heb gegeven op de vragen over de subsidie van gecombineerde luchtwassers voor de varkenshouderij (Aanhangsel 1786).

7
Kunt u aangeven of een reductie tot circa 30% van de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof een resultaat is waarmee lange termijn milieudoelen ten aanzien van ammoniak, geur en fijnstof kunnen worden bereikt? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo neen, welke aanvullende maatregelen zijn nodig?

Voor ammoniak en fijn stof gelden Europese normen. Om deze normen te halen, is in Nederland generiek beleid geformuleerd met daarin verschillende maatregelen. Een van deze maatregelen is het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderijen. Hierin staan grenswaarden die gelden voor de uitstoot van ammoniak uit stalsystemen. Gecombineerde luchtwassystemen voldoen zeer ruim aan deze grenswaarde. Ook voor het beperken van de uitstoot van fijn stof is de gecombineerde luchtwasser vooralsnog de beste optie die voorhanden is.

Daarnaast wil de overheid stankoverlast terugdringen. Ook uit de landbouw. Gecombineerde luchtwassystemen dragen hieraan bij.

8 tot en met 12
Kunt u aangeven waarom bedrijven die niet voldoen aan de eisen van de IPPC-richtlijn (Integrated Pollution Prevention and Control-richtlijn) moeten worden verleid met een positieve prikkel van een subsidie van 35% op de aanschafwaarde van luchtwassers?

Kunt u aangeven waarom deze bedrijven niet zelf geheel verantwoordelijk worden gesteld voor het halen van de IPPC-richtlijn en de daaraan verbonden kosten?

Deelt u de mening dat het niet terecht is dat bedrijven die niet aan de IPPC-richtlijnen voldoen en daardoor vervuilen volgens de huidige richtlijnen in aanmerking komen voor een subsidie op luchtwassers? Zo ja, gaat u deze bedrijven uitsluiten van subsidie? Zo neen, hoe verhoudt uw mening zich tot het 'de vervuiler betaalt'-principe uit het regeerakkoord en hoe verhoudt uw mening zich tot uw eerdere antwoord op onze kamervragen dat het om bovenwettelijke prestaties ging?

Kunt u aangeven waarom het 'de vervuiler betaalt'-principe uit het regeerakkoord niet geldt voor bovenwettelijke maatregelen?

Kunt u aangeven waarom u de overheid verantwoordelijk acht voor het (gedeeltelijk) subsidiëren van het verminderen van luchtvervuiling welke wordt veroorzaakt door private commerciële ondernemingen?

Intensieve veehouderijbedrijven investeren ongeveer eenmaal in de 15 jaar in aanpassing van hun stalsystemen. De bedrijven boven een bepaalde grootte moeten nu voldoen aan de IPPC-richtlijn. Dit betekent het toepassen van “best beschikbare technieken” om de uitstoot van ammoniak te verminderen. Hiervoor zijn ze overigens zelf verantwoordelijk.

Op dit moment staan deze bedrijven dus voor de keuze op welke manier ze hun stal aanpassen. Ze mogen zoals gezegd “best beschikbare technieken” toepassen, maar deze technieken hebben een lager rendement dan de gecombineerde luchtwassystemen en zijn goedkoper.

Door het geven van een positieve prikkel voor de aanschaf van gecombineerde luchtwassystemen wil ik hun keuze beïnvloeden.

13
Kunt u aangeven waarom u van mening bent dat de extra financiële inspanning die veehouders moeten leveren om hun vervuiling te verminderen ondersteund moet worden met een overheidssubsidie van 35%?

De subsidie van 35% is afgestemd op de extra financiële inspanning die veehouders bij aanschaf van gecombineerde luchtwassystemen moeten plegen. De subsidie houdt daardoor rekening met de eigen verantwoordelijkheid.

14
Kunt u aangeven of in andere sectoren ook soortgelijke subsidies bestaan voor vervuilende bedrijven en op welke gronden deze subsidies worden verleend en hoe deze subsidies zich verhouden tot het 'vervuiler betaalt'-principe uit het regeerakkoord?

Het Rijk kent verschillende subsidieregelingen die als doel hebben om energie te besparen - bijvoorbeeld marktintroductie energie innovaties voor de glastuinbouw - om de luchtkwaliteit te verbeteren - bijvoorbeeld subsidie voor inbouwen roetfilters in dieselauto’s - en voor het opwekken van duurzame elektriciteit - bijvoorbeeld milieukwaliteit elektriciteitsproductie. Ook deze subsidies passen binnen het principe ‘de vervuiler betaalt’.

15
Kunt u aangeven of het gebruik van luchtwassers kan betekenen dat hierdoor het aantal dieren per bedrijf kan uitbreiden zolang de uitstoot van ammoniak netto onder de toegestane hoeveelheid blijft? Zo ja, vindt u deze verkapte vorm van investeringssubsidies voor schaalvergroting een gewenste ontwikkeling? Kunt u uw antwoord toelichten? Zo neen, op welke wijze voorkomt u dat door het plaatsen van luchtwassers het effect van uitbreiding wordt voorkomen en hoe kunt u dat garanderen?

De verlaging van de uitstoot van ammoniak door de plaatsing van één of meer gecombineerde luchtwassystemen staat los van het aantal dieren dat op een bedrijf gehouden mag worden. Dit aantal is namelijk afhankelijk van het aantal op het bedrijf rustende productierechten. Het plaatsen van één of meerdere gecombineerde luchtwassystemen op een bedrijf zou mogelijk kunnen leiden tot ruimte in de milieuvergunning. Of deze ruimte opgevuld kan worden, is echter afhankelijk van het aantal op het bedrijf rustende productierechten.

16 en 17
Kunt u het in het licht van de door u ingezette transparantie over de kosten van de activiteiten van ambtenaren van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangeven hoeveel aanvragen voor subsidie op luchtwassers u heeft ontvangen, wat de kosten van het behandelen van deze aanvragen zijn, hoeveel uren gemoeid zijn met de behandeling van de aanvragen, of overtekening van de regeling heeft plaatsgevonden en hoeveel kosten gemoeid zijn bij het inzetten van het lotingsysteem om de toekenning te regelen?

Kunt u aangeven of deze inspanningen van het ministerie binnen of buiten de begrote 15 miljoen voor luchtwassers vallen en of en waarom de subsidie gerelateerd aan de uitvoeringskosten kosteneffectief uitgevoerd kan worden?

In de brief over de voortgang van het Programma luchtwassers (Kamerstukken II, vergaderjaar 2006-2007, 28 385, nr. 85) heb ik u geïnformeerd over de stand van zaken rond de openstelling van de subsidieregeling.

De uitvoeringskosten zijn geschat op 7,5%. Deze vallen buiten het subsidieplafond van 15 miljoen euro en zijn vergelijkbaar met de andere regelingen die vallen binnen de categorie bedrijfsmodernisering van de Regeling LNV-subsidies.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer