Kamer­vragen aan de minister van LNV over afschot drachtige zwijnen


Vragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over afschot drachtige zwijnen

  1. Kent u het bericht `Dode foetussen van wild zwijn gevonden’? (1)
  2. Kunt u aangeven hoeveel drachtige zwijnen er jaarlijks, al dan niet doelbewust, worden afgeschoten? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze het huidige beleid hierop ageert? Zo neen, waarom niet?
  3. Bent u van mening dat de `ere-code’ van jagers voldoende bescherming biedt aan drachtige zwijnen en zwijnen die pas geworpen hebben? Zo ja, hoe verklaart u in dat kader dan de berichtgeving uit Ede? Zo neen, kunt u dit toelichten?
  4. Deelt u de mening dat het verlengen van het jachtseizoen, tot eind maart, de kans op afschot van drachtige zeugen vergroot? Zo ja, bent u bereid het huidige beleid op dit punt te herzien? Zo neen, waarom niet?
  5. Kunt u aangeven of u voornemens bent om stappen te ondernemen om de controle op afschot van drachtige en/of zogende zwijnen aan te scherpen? Zo ja, welke en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  6. Kunt u per beheersgebied op de Veluwe aangeven hoe de onderscheiden geslachtsverhoudingen van de wilde zwijnenpopulatie liggen, te weten voor Kroondomein, Nationale Park de Hoge Veluwe, gebieden van Staatsbosbeheer, gebieden van Natuurmonumenten, gebieden van de gemeente Nunspeet en overige jachtterreinen? Zo neen, bent u bereid daar nader onderzoek naar te (doen) verrichten gelet op het grote onderscheid tussen deze gebieden in termen van afschotrealisatie en gerapporteerde overlast?
  7. Bent u bereid de mogelijkheden te onderzoeken om de `ongeschreven regel’ van jagers om geen drachtige of zogende dieren te schieten om te zetten in een verbod, waaraan bij overtreding strafrechtelijke sancties kunnen worden verbonden, en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren? Zo neen, waarom niet?

(1) Ede Stad

Antwoorddatum: 18 mei 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u het antwoord op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over afschot van drachtige zwijnen.

1
Kent u het bericht ‘Dode foetussen van wild zwijn gevonden’?

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten hoeveel drachtige zwijnen er jaarlijks, al dan niet doelbewust, worden afgeschoten? Zo ja, kunt u uiteenzetten op welke wijze het huidige beleid hierop ageert? Zo neen, waarom niet?

Volgens de door de faunabeheereenheid Veluwe aangeleverde gegevens zijn in het seizoen 2007-2008 174 drachtige zwijnen geschoten op de Veluwe. Dat betreft 8% van de afgeschoten zeugen.

Het beleid van de provincie Gelderland en de faunabeheereenheid Veluwe is erop gericht om tot de beoogde voorjaarstand te komen en een evenwichtige geslachtsverhouding. Daarvoor is het noodzakelijk dat er in de winterperiode ook zeugen worden afgeschoten. Het is dan onvermijdelijk dat daarbij ook drachtige zeugen worden geschoten. Het vermijden of uitsluiten daarvan zou effectief populatiebeheer onmogelijk maken.


3
Bent u van mening dat de ‘ere-code’ van jagers voldoende bescherming biedt aan drachtige zwijnen en aan zwijnen die pas geworpen hebben? Zo ja, hoe verklaart u in dat kader dan de berichtgeving uit Ede? Zo neen, kunt u dit toelichten?

De Flora- en faunawet biedt het juridische kader voor beheer en schadebestrijding.
Jagers dienen zich te houden aan de Flora- en faunawet. Dat houdt onder andere in dat de jager dieren niet onnodig mag laten lijden. Als de houder van een jachtakte nalatig is te doen wat een goed jager betaamt, kan de jachtakte worden ingetrokken.

Met de weidelijkheidsregels (‘ere-code’) worden jagers nogmaals aangesproken op hun houding ten opzichte van dieren.

Dit betekent dat een jager geen zeugen zal afschieten die pas geworpen hebben, omdat de biggen voor hun overlevingskansen afhankelijk zijn van de zorg van de zeug.

4
Deelt u de mening dat het verlengen van het jachtseizoen, tot eind maart, de kans op afschot van drachtige zeugen vergroot? Zo ja, bent u bereid het huidige beleid op dit punt te herzien? Zo neen, waarom niet?

Nee, want in maart zijn er minder drachtige zeugen dan in januari en februari. Zie tevens mijn antwoord op vraag 2.

5
Kunt u uiteenzetten of u voornemens bent om stappen te ondernemen om de controle op afschot van drachtige of zogende zwijnen aan te scherpen? Zo ja, welke en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Nee, zie mijn antwoord op vragen 2, 3 en 4.

6
Kunt u per beheersgebied op de Veluwe uiteenzetten hoe de onderscheiden geslachts¬verhoudingen van de wilde zwijnenpopulatie liggen, te weten voor Kroondomein, Nationale Park de Hoge Veluwe, gebieden van Staatsbosbeheer, gebieden van Natuurmonumenten, gebieden van de gemeente Nunspeet en overige jachtterreinen?
Zo neen, bent u bereid daar nader onderzoek naar te (doen) verrichten, gelet op het grote onderscheid tussen deze gebieden in termen van afschotrealisatie en gerapporteerde overlast?

Ik ben daar niet tot op het niveau van afzonderlijke gebieden van op de hoogte. Dergelijke gegevens worden door de provincie en de beheerders gebruikt om het faunabeheer in genoemde terreinen te optimaliseren. De doelstelling blijft een geslachtsverhouding te hebben van een-op-een onder de volwassen zwijnen.

7
Bent u bereid de mogelijkheden te onderzoeken om de ‘ongeschreven regel’ van jagers om geen drachtige of zogende dieren te schieten, om te zetten in een verbod, waaraan bij overtreding strafrechtelijke sancties kunnen worden verbonden, en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren? Zo neen, waarom niet?

Nee, zie mijn antwoord op vragen 2, 3 en 4.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg