Kamer­vragen aan de minister van Justitie over poli­tie­op­treden bij mishan­deling van paarden met de dood tot gevolg


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Justitie over politieoptreden bij mishandeling van paarden met de dood tot gevolg

  1. Kent u het bericht 'Politie neemt paardenmoord niet serieus' (1) ?

  2. Kunt u aangeven of het bericht waar is dat zowel de politie als de officier van justitie in deze zaak aan de betreffende paardeneigenaar heeft gemeld dat het niet mogelijk is om aangifte te doen van de mishandeling van zijn paarden? Zo ja, hoe beoordeelt u een dergelijke werkwijze?

  3. Kunt u bij benadering aangeven in hoeveel gevallen van dierenmishandeling er jaarlijks op deze manier gereageerd wordt door politie en justitie? Bent u bereid politie en justitie op te dragen meer prioriteit te geven aan de opsporing en vervolging van dierenmishandeling? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

  4. Bent u met ons van mening dat het onwenselijk is dat eigenaren van dieren zelf sectie moeten laten verrichten op hun dieren indien deze vermoedelijk door een misdrijf om het leven zijn gekomen? Zo ja, bent u bereid te bewerkstelligen dat voortaan in voorkomende gevallen sectie wordt verricht van overheidswege? Zo neen, waarom niet?

  5. Kunt u aangeven of het bericht waar is dat in dit geval de AID niet is ingeschakeld om de melding te onderzoeken? Zo ja, waarom is dat niet gebeurd?

  6. Kunt u aangeven of er inmiddels onderzoek is ingesteld naar de mishandeling en de dood van deze paarden? Zo ja, wat zijn de bevindingen van dit onderzoek? Zo neen, bent u bereid alsnog onderzoek in te doen stellen om de dader op te sporen en te vervolgen?

(1) http://www.omroepbrabant.nl/news.aspx?id=82035

Antwoorddatum: 2 jul. 2007

Antwoorden van de minister van Justitie op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over politieoptreden bij mishandelingen van paarden met de dood tot gevolg.

Vraag 1.
Kent u het bericht ‘Politie neemt paardenmoord niet serieus’?

Antwoord 1.
Ja.

Vraag 2.
Kunt u aangeven of het bericht waar is dat zowel de politie als de officier van justitie in deze zaak aan de betreffende paardeneigenaar heeft gemeld dat het niet mogelijk is om aangifte te doen van de mishandeling van zijn paarden? Zo ja, hoe beoordeelt u een dergelijke werkwijze?

Antwoord 2.
Door de betreffende paardeneigenaar is op vrijdag 30 maart 2007 bij de politie gemeld dat zijn paarden onder verdachte omstandigheden waren overleden. Naar aanleiding hiervan is er nog diezelfde avond door de politie en een dierenarts ter plaatse een onderzoek ingesteld. In reactie op aangevers verzoek om op zaterdag 31 maart 2007 aangifte te mogen doen, heeft de politie aangeboden om deze aangifte op maandag 2 april 2007 op te nemen. Dit is op die dag ook gebeurd. Er is dus noch door de politie, noch door het Openbaar Ministerie (OM) aan de betreffende paardeneigenaar gemeld dat het niet mogelijk is om aangifte te doen van de mishandeling van zijn paarden.

Vraag 3.
Kunt u bij benadering aangeven in hoeveel gevallen van dierenmishandeling er jaarlijks op deze manier gereageerd wordt door politie en justitie? Bent u bereid politie en justitie op te dragen meer prioriteit te geven aan de opsporing en vervolging van dierenmishandeling? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 3.
De politie is op basis van artikel 163, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering verplicht om de aangifte van een strafbaar feit op te nemen, dus ook van dierenmishandeling.

Naar aanleiding van het tweede deel van de vraag wijs ik erop dat mijn ambtgenote van LNV uw Kamer in beantwoording op vragen over de stijging van het aantal gevallen van dierenmishandeling (TK, 2006/2007, Aanhangsel 1695) al heeft laten weten dat de capaciteit bij de Algemene Inspectiedienst (AID) ten behoeve van controle van het dierenwelzijn fors uitgebreid. Er is een uitbreiding van 15 fte gerealiseerd gericht op landbouwhuisdieren bij de AID en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en een uitbreiding oplopend tot 6 fte gericht op gezelschapsdieren. Daarnaast heeft de toenmalige Minister van LNV vorig jaar de financiële steun voor de Landelijke Inspectie Dierenbescherming (LID) substantieel verhoogd.

Vraag 4.
Bent u van mening dat het onwenselijk is dat eigenaren van dieren zelf sectie moeten laten verrichten op hun dieren indien deze vermoedelijk door een misdrijf om het leven zijn gekomen? Zo ja, bent u bereid te bewerkstelligen dat voortaan in voorkomende gevallen sectie wordt verricht van overheidswege? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 4.
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat een sectie of toxicologisch onderzoek bij dieren -in geval van een vermoeden dat het dier door een strafbaar feit om het leven is gekomen- kan worden uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren op verzoek van zowel de overheid als particulieren. Deze dienst voert regelmatig door de overheid aangevraagde onderzoeken uit wanneer er sprake is van, bijvoorbeeld, mogelijke dierenvergiftiging. In onderhavige zaak is de aanvraag tot het verrichten van sectie op de paarden door de dierenarts gedaan. Deze heeft de paarden voor het uitvoeren van een autopsie naar een universiteitskliniek in Utrecht laten overbrengen.

Vraag 5.
Kunt u aangeven of het bericht waar is dat in dit geval de AID niet is ingeschakeld om de melding te onderzoeken? Zo ja, waarom is dat niet gebeurd?

Antwoord 5.
De AID is, via een piketmelding, door de politie over deze zaak geïnformeerd. In overleg tussen de AID en de politie is besloten dat de politie de verdere afwikkeling voor haar rekening zal nemen, de AID op de hoogte zal houden en daar waar nodig gebruik zal maken van de expertise van de AID.

Vraag 6.
Kunt u aangeven of er inmiddels onderzoek is ingesteld naar de mishandeling en de dood van deze paarden? Zo ja, wat zijn de bevindingen van dit onderzoek? Zo neen, bent u bereid alsnog onderzoek in te doen stellen om de dader op te sporen en te vervolgen?

Antwoord 6.
Het onderzoek naar aanleiding van de aangifte is nog in volle gang. Gelet op het feit dat het hier een individuele strafzaak betreft kan ik daarover vanwege het opsporingsbelang, geen nadere mededelingen doen.