Motie Ouwehand over substan­tieel verlagen van de voor­ge­nomen vergoeding voor de nert­sen­fok­kerij


3 september 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer middels de motie-Ouwehand/Ploumen (28286, nr. 1108) de regering heeft opgeroepen om tot een verbod te komen op het beroepsmatig fokken van dieren die bevattelijk zijn voor het coronavirus en een reservoir kunnen vormen, en daarbij de compensatie vorm te geven langs dezelfde lijnen als voor andere sectoren die door coronamaatregelen zijn geraakt;

constaterende dat het kabinet de nertsenfokkerij in lijn met die motie wel verbiedt, maar daarbij van plan is in totaal 222 miljoen uit te keren aan 128 nertsenhouders;

overwegende dat dit in geen enkele verhouding staat tot de veel beperktere steunmaatregelen waar andere getroffen sectoren het mee moeten doen;

spreekt uit dat de hoogte van de voorgenomen vergoeding voor de nertsenfokkerij onacceptabel is en dat de hoogte ervan substantieel verlaagd dient te worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ouwehand

Asscher

Marijnissen


Status

Aangehouden

Voor

Tegen