Schrif­te­lijke inbreng over finan­ciële markten – stabi­liteit en insti­tuties


8 december 2021

Inbreng SO Financiële markten – stabiliteit en instituties

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van de voortgangsrapportage van de Commissie Financiële Sector Klimaatcommittment, die is opgesteld door KPMG.

Banken, verzekeraars, pensioenfondsen en vermogensbeheerders zien zichzelf als onderdeel van de oplossing voor de wereldwijde klimaatcrisis. Daarom tekenden 54 financiële instellingen en hun brancheverenigingen in 2019 het Klimaatcommitment van de Nederlandse financiële sector.

De leden vinden het goed dat er wederzijdse erkenning is bij het kabinet en de financiële sector dat de financiële sector onderdeel zou moeten zijn van de oplossing voor de klimaatcrisis. Als klein (maar één van de meest veedichte landen) drukt Nederland met één van de grootste financiële sectoren ter wereld namelijk een aanzienlijke stempel op het klimaat en de biodiversiteit wereldwijd.

De leden constateren ook dat het probleem niet een gebrek aan dit soort klimaatafspraken was, maar het vrijblijvende karakter ervan. Vijftig jaar na ‘De grenzen aan de groei’ van de Club van Rome hebben we OESO-richtlijnen, UN Guiding Principles, een Europese taxonomie, sectorconvenanten, klimaatcommitments en biodiversiteitsstrategieën, maar er wordt nog steeds roofbouw gepleegd op onze planeet en het zijn onze financiële instellingen die daaraan bijdragen. De enige constante in die vijftig jaar is het gebrek aan bindende wetten en regels.

Nóg meer vrijblijvende afspraken maken is geen vooruitgang. Toch is dat wat er steeds gebeurt. Tijdens de klimaattop in Glasgow werd de Glasgow Financial Alliance for Net Zero gepresenteerd, waar zich 450 financiële instellingen bij hebben aangesloten, waaronder ook Nederlandse deelnemers. Ook het Klimaatcommitment van de financiële sector uit 2019 past in de lijn der vrijblijvende afspraken. Kan de minister bevestigen dat het klimaatcommitment vrijblijvend is? Zo ja, waarom vindt hij dat financiële instellingen geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen in de klimaatcrisis? Zo nee, wat gebeurt er dan wanneer een financiële instellingen zich niet aan de afspraken houden?

Terwijl het kabinet de lovende woorden van de monitoringscommissie overneemt, wijst recent onderzoek van de Eerlijke Geldwijzer uit dat de energie-investeringen van de meeste financiële instellingen op ramkoers met Parijs liggen.[1] De Nederlandse financiële sector blijkt ook Europees koploper in de financiering van producten die vaak bijdragen tot ontbossing, zoals soja, palmolie en rundvlees, volgens nieuw onderzoek van Milieudefensie.[2] De overheid ging er vanuit dat de financiële sector uit eigen beweging de banden met ontbossing zou doorknippen, maar dat is niet gebeurd. Uit het onderzoek blijkt dat ING, Rabobank en ABN AMRO de afgelopen vijf jaar 3,1 miljard euro aan leningen hebben verstrekt voor producten die vaak leiden tot ontbossing, zoals soja en rundvlees. Pensioenfondsen, verzekeraars en banken hebben eind 2020 362 miljoen euro belegd in dergelijke ‘ontbossingsrisicoproducten’. Financiële instellingen doen nog steeds te weinig om te voorkomen dat hun leningen en beleggingen bijdragen aan ontbossing en mensenrechtenschendingen.[3]

Daarnaast wordt er nog steeds geïnvesteerd in de bio-industrie, wat niet alleen maar slecht is voor het klimaat en de biodiversiteit, maar ook voor de industrieel gehouden dieren en voor de gezondheid van mensen, die nog steeds alleen maar meer in plaats van minder vlees zijn gaan eten. Kan de minister bevestigen dat onze financiële instellingen met hun financieringen en beleggingen CO2-intensieve ketens blijven stimuleren?

De initatiefnota ‘Van oliedom naar gezond verstand’ van GL, D66, CU en CDA roept, net als Rutte, op tot actie actie actie. Waarom volgt de minister niet alle aanbevelingen op?

Wat de PvdD betreft komt er een wettelijke verplichting voor alle financiële instellingen om hun portefeuilles in lijn te brengen met het 1,5°C doel van het akkoord van Parijs, met afrekenbare CO2-reductiedoelen die hierbij passen. Hierbij dient niet alleen gekeken te worden naar de voetafdruk die de financiële instelling zelf heeft, maar ook die van hun toeleveranciers.[4] Is de minister het ermee eens dat het klimaat er niet mee geholpen is als hele ketens CO2-intensief blijven?

Is hij het ermee eens dat de reductieverantwoordelijkheid van financiële instellingen om deze reden in brede zin moet worden opgevat, dus tot ver in CO2-intensieve ketens strekt doordat financieringen en beleggingen CO2-intensieve ketens ondersteunen?

De leden zijn bezorgd over de ernst van de klimaatcrisis. De aarde warmt sneller op dan gedacht. Het tempo waarin de financiële sector verduurzaamt moet dan ook omhoog. Dit werd ook aanbevolen in de initiatiefnota ‘Van oliedom naar gezond verstand’. Welke maatregelen gaat de minister nemen om het tempo te verhogen?

Eén van de in de initiatiefnota ‘Van oliedom naar gezond verstand’ geïdentificeerde tekortkomingen is de afwezigheid van sturend beleid. Tot nu toe is het kabinet niet bereid geweest om bindende wetten en regels te verzorgen. Het kabinet stelt zich afwachtend op. De leden vinden dit niet passen bij een sturende rol. Hoe kijkt de minister hierop terug? Hoe past dat bij de oproep van Rutte tot ‘actie, actie, actie’? En vormt de in Glasgow opgedane inspiratie voldoende aanleiding voor een actievere houding? De leden zijn van mening dat dat de overheid slim moet gaan sturen. Zij vinden het goed dat de financiële sector de hand in eigen boezem steekt, maar constateren ook dat geldschieters en beleggers niet aansprakelijk zijn voor CO2-uitstoot, terwijl de verantwoordelijk wel aan hen toe te rekenen valt. Hoe staat de minister tegenover het idee om aandeelhouders aansprakelijk te stellen? Is hij bereid om een verkenning te starten naar de manier waarop dit zou kunnen?

Op dit moment voeren sommige financiële instellingen die een winstoogmerk hebben intensiever klimaatbeleid dan de overheid. Zelfs ABP is nu uit fossiel gestapt, maar de overheid nog niet. De overheid is als inkoper van allerlei diensten en goederen en als aandeelhouder zelf ook een grote financiële speler en moet het goede voorbeeld geven. Dat gebeurt nu niet en dat moet veranderen, want goed voorbeeld doet volgen. Is de minister bereid om het klimaat een centrale rol te geven in het staats- en beleidsdeelnemingenbeleid, bijvoorbeeld door het klimaat een belangrijke, vaste plek te geven in de nieuwe Nota Staatsdeelnemingen? Op welke manier kan het klimaat in het beheer van de beleidsdeelnemingen een centrale plek krijgen? En op welke manier kan het klimaat een sturender rol krijgen in het inkoopbeleid van de Rijksoverheid?

Een kabinet met een Paris-proof identiteit kenmerkt zich ten slotte door een kritischer houding t.o.v. de financiële sector. Het kabinet zet geen vraagtekens bij de lovende woorden uit de klimaatcommitment-voortgangsrapportage. Dit terwijl de Eerlijke Geldwijzer met een onderzoek[5] achteruitgang constateert in plaats van vooruitgang, en het FD concludeert dat de conclusies van het onderliggende KPMG-onderzoek geen sterke empirische basis hebben.[6] Het positieve beeld dat de minister neerzet wordt dus niet alleen weerlegd, maar wordt dus ook niet ondersteund door de feiten. Daarnaast constateert De Nederlandsche Bank dat de helft van de totale Nederlandse uitstoot, minimaal 82 megaton Co2, is toe te schrijven aan Nederlandse financiële instellingen. DNB constateert ook dat financiële instellingen onvoldoende op klimaatrisico’s letten en niet weten welk risico ze lopen door klimaatverandering.[7] Dit is ook wat de ECB onlangs concludeerde.[8] DNB schrijft dat dit een risico voor de stabiliteit van het financiële systeem. De leden van de Partij voor de Dieren verzoeken de minister om een reactie te geven op deze onderzoeken en hoe die zich verhouden tot de positieve voortgangsrapportage.

Op 17 november heeft de Europese Commissie een wetsvoorstel gepubliceerd om de import van ontbossingproducten op de interne markt van de Europese Unie tegen te gaan. In het voorstel schrijft de Europese Commissie dat het initiatief niet gericht is op de financiële sector en investeringen. De Commissie stelt dat de implementatie van de Taxonomieverordening en de toekomstige Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) goed geschikt zijn om de impact van de financiële sector op ontbossing aan te pakken. Echter, de twee wetten waarnaar de Commissie verwijst bevatten hoofdzakelijk verplichtingen op het vlak van rapportage en transparantie. Is de minister het met de Partij voor de Dieren eens dat ontbossing een probleem is waartegen dringend en doortastend moet worden opgetreden? Is de minister het ermee eens dat financiële instellingen hun verantwoordelijkheid moeten nemen in de strijd tegen ontbossing? Deelt de minister de opvatting van de Europese Commissie dat de implementatie van de Taxonomieverordening en de CSRD voldoende instrumenten zijn om de Europese geldstromen naar bedrijven betrokken bij ontbossing te stoppen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, kan de minister toelichten op welke wijze deze instrumenten paal en perk zullen stellen aan investeringen in dergelijke bedrijven?


[1] https://eerlijkegeldwijzer.nl/media/497217/persbericht-po-klimaat-def-30092021.pdf

[2] https://pers.milieudefensie.nl/read/680/nederlandse-financiele-sector-europees-koploper-investeren-in-ontbossing

[3] https://pers.milieudefensie.nl/read/680/nederlandse-financiele-sector-europees-koploper-investeren-in-ontbossing

[4] https://www.carbontrust.com/resources/briefing-what-are-scope-3-emissions

[5] https://eerlijkegeldwijzer.nl/media/497217/persbericht-po-klimaat-def-30092021.pdf

[6] https://fd.nl/opinie/1421734/het-jaar-van-de-klimaatwaarheid-voor-de-financiele-sector-ocl1ca7M1jUm

[7] https://www.trouw.nl/economie/de-financiele-sector-moet-van-zichzelf-weten-hoeveel-klimaatrisico-ze-loopt-eist-dnb~bd4cfc0f/

[8] https://www.ft.com/content/9bcce63a-265e-4099-a18d-3434bdeb3d60