Inbreng SO Inter­na­ti­onaal spoor­vervoer


9 december 2021

Inbreng van de Partij voor de Dieren voor het Schriftelijk Overleg over Internationaal spoorvervoer

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben een aantal vragen aan de staatssecretaris over de ontwikkelingen omtrent het spoor en in het bijzonder het internationale spoor.

In de brief over de Ontwikkelingen Internationaal Personenvervoer per Spoor lezen de leden dat verder gewerkt wordt aan betere ticketing en informatie voor de treinreiziger. Kan de staatssecretaris in meer detail aangeven op welke wijze daar verder aan gewerkt wordt? In welke mate wordt hier nationaal en in welke mate wordt hier Europees werk van gemaakt? Kan de staatssecretaris toezeggen dat we zelf niet stil gaan zitten als we moeten wachten tot het Europees geregeld is?

Dan vragen de leden de staatssecretaris of hij kan aangeven waarom de Europese inzet is op een Europees treinnetwerk voor afstanden langer dan 600km met snelheden tussen de 100 en de 160km/u? Waarom is er niet meer ambitie qua snelheid? Waarom wordt niet ingezet op snelheden van 200km/u en hoger? Kan de staatssecretaris bevestigen dat hogesnelheidstreinen in China tot wel 350km/u rijden en Japan werkt aan een hogesnelheidslijn die 500km/u kan? Waarom dan de beperkte ambitie in Europa van 100-160km/u? En kan de staatssecretaris bij zijn reactie ook meenemen dat wanneer de snelheden veel hoger komen te liggen de grens waarbij treinverkeer een vervanging kan vormen voor vliegverkeer veel makkelijker verder gelegd kan worden? Bijvoorbeeld bij 1200 km?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn overigens verheugd dat de internationale slaaptrein weer terug is en ook succesvol is. Zij lezen met genoegen dat deze slaaptrein naar Wenen/Innsbruck 25% meer reizigers vervoert dan vooraf gedacht. Wat zegt dit over de modellen waarmee reizigersaantallen worden ingeschat? Kan het zijn dat ook voor andere spoorontwikkelingen (zoals de aanleg van nieuwe verbindingen of het opstarten van nieuwe ritten) er een grove onderschatting is van het aantal reizigers?

De Partij voor de Dierenfractie is wel teleurgesteld te lezen dat de versnelling van de trein naar Berlijn niet lijkt te lukken. Kan de staatssecretaris in meer detail aangeven waar de vertraging uit voortkomt? Welke opties worden nu onderzocht om toch te versnellen over het bestaande traject? Heeft de staatssecretaris al contact gehad met zijn nieuwe collega in Duitsland? Welke kansen voor verdere versnelling van de grensoverschrijdende verbindingen ziet de staatssecretaris nu de nieuwe Duitse regering zich hier zo expliciet positief over heeft uitgesproken?

De leden lezen ook de inzet voor het traject naar Duitsland via Utrecht-Arnhem(-Berlijn). Zij vragen de staatssecretaris wat er op dat traject nodig is aan infrastructurele investeringen en of die niet toch al nodig waren om de capaciteitsgroei ook voor het binnenlandse verkeer te faciliteren? En klopt het dat de ICE tussen Amsterdam en Utrecht met hogere snelheden zou kunnen rijden? Wat is de visie van de staatssecretaris op het uitbreiden van de capaciteit op het traject Utrecht-Arnhem-Berlijn? Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen de roep om een spoorverdubbeling op het traject Utrecht-Arnhem? Raakt zo’n uitbreiding aan (beschermde) natuurgebieden? Of is er voldoende ‘vrije’ ruimte langs dit tracé?

Tot slot hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nog enkele overige vragen. Heeft de staatssecretaris al enig zicht op wat te doen met de OV-beschikbaarheidsvergoeding na september 2022? De vorige keer liet een besluit (te) lang op zich wachten en daarom vragen de leden nu vast naar de plannen. Zijn er verschillende scenario’s gemaakt die van toepassing zijn wanneer er verschillende (COVID) ontwikkelingen en beperkende maatregelen vanuit de overheid komen?
De leden willen graag de aangenomen motie van Esch [Kamerstuk 35300-XII-106] in herinnering roepen die de regering vroeg de dip in reizigersaantallen voor de korte termijn geen negatieve consequenties te laten hebben voor de benodigde capaciteitsgroei op de lange termijn.

De leden lezen dat ProRail aan de slag gaat met duurzamer bermbeheer om zo de biodiversiteit te bevorderen. Zij juichen dat zeer toe maar vragen de staatssecretaris ook of er voldoende middelen zijn om de overstap naar een duurzamer beheer van de berm ook mogelijk te maken. Zo niet, wat is er nodig?

Voorts vragen de leden de staatsecretaris op welke wijze de CO2 impact van spoor wordt berekend en op welke terreinen er nog mogelijkheden tot verduurzaming zijn. Hoeveel uitstoot veroorzaakt de gehele Nederlandse spoorsector? En waar zit de grootste uitstoot? Als laatste vragen de leden zich af welk rol zogeheten Garantie van Oorsprong (GvO’s) spelen bij het terugdringen van de CO2 uitstoot van het internationale spoor en vragen om een uitgebreide toelichting op de toepassing van dit instrument.