Schrif­telijk overleg over de brief van de minister van LNV over de proble­matiek van over­zo­me­rende ganzen


11 april 2007

Inbreng lid Thieme (PvdD)

In haar brief van 22 maart (29446-54) geeft de minister aan dat zij het Beleidskader Faunabeheer zal benutten om naar alternatieve oplossingen te zoeken voor de problematiek van overzomerende ganzen. De Partij voor de Dieren vindt het een juist besluit van de minister om de grauwe gans voorlopig niet op de landelijke vrijstellingslijst te plaatsen. De vrijstelling voor afschot van de grauwe gans dient volgens de PvdD vervolgens helemaal afgeblazen te worden.

Ten eerste omdat afschot indruist tegen de bedoelingen van de Flora en Faunawet en ten tweede omdat afschot van ganzen niet effectief is. Bovendien veroorzaakt vrijstelling onnodig leed voor de verweesde jongen, voor andere vogels die worden verstoord en voor de aangeschoten ganzen die een pijnlijke dood tegemoet zien.

Europese Vogelrichtlijn biedt bescherming aan vogels in de broedtijd. Grauwe ganzen broeden in april en mei en ruien vrijwel direct daarna tot in juli. Ze zijn dan juist kwetsbaar en afhankelijk. Indien de grauwe gans van 1 april 2007 tot 1 oktober 2007 vogelvrij verklaard zou worden, zou zij massaal en zelfs tijdens haar broedperiode afgeschoten kunnen worden. Dit is dus in flagrante strijd met de Europese Vogelrichtlijn.

De Partij voor de Dieren wil daarom van de minister van LNV weten of zij haar mening deelt dat afschot, zeker in de broedperiode waarbij jongen de kans hebben wees te worden, indruist tegen de bedoelingen van de Flora- en Faunawet en de Vogelrichtlijn (artikel 7, lid 4).

De Partij voor de Dieren vindt het motief om de grauwe gans vanwege de landbouwschade vogelvrij te verklaren ongegrond. Temeer omdat kansrijke alternatieven al voorhanden zijn.

Het rapport ´Overzomerende ganzen in Nederland: grenzen aan de groei?’ van SOVON, dat in 2006 in opdracht van het ministerie van LNV is geschreven, geeft aan dat afschot niet effectief is. De onderzoekers concluderen dat de sterke groei van het aantal grauwe ganzen ligt in de sterk verbeterde voedselsituatie sinds de jaren zeventig en de toename van geschikt broedhabitat.

De Partij voor de Dieren verzoekt de minister daarom bij het bepalen van het beleid ten aanzien van ganzenbeheer vooral te kijken naar de oorzaak van de groei van het aantal ganzen én naar kansrijke diervriendelijke alternatieven voor het bestrijden en voorkomen van eventuele problemen om op basis daarvan haar beleid beter te kunnen gronden. Wil de minister zich inzetten voor verder onderzoek naar alternatieven om afschot te allen tijde te voorkomen?

Op het gebied van alternatieve vormen van ganzenbeheer vinden belangrijke nieuwe gebiedsgerichte ontwikkelingen plaats die het voedselaanbod in de productievelden voor ganzen verminderen. Deze alternatieven gaan uit van het aantrekkelijk maken van gedooggebieden en landbouwgronden onaantrekkelijker te maken. Afschot blijkt dan –volgens eerste verkenningen- helemaal niet meer nodig

In het rapport van CABWIM consultancy (juni 2006) dat in opdracht van het Faunafonds tussentijds verslag doet over het project ´Grauwe ganzen leren gras te mijden´, wordt de voorkeur van grauwe ganzen voor stikstofbindende witte klaver boven bemest gras ondubbelzinnig aangetoond. De aantrekkelijkheid van witte klaver boven gras bedraagt een factor 4.

Op basis hiervan wordt de aanbeveling gedaan de inzaai van witte klaver toe te passen in natuurgebieden waar de ganzen broeden en rusten. Op deze wijze wordt de aantrekkelijkheid van het voedselaanbod verhoogd en zullen ganzen niet snel meer uitwijken naar landbouwgrond. Het gebruik van witte klaver heeft meer voordelen: het is niet arbeidsintensief en heeft ook geen verdere bemesting nodig. Ook langs de dijken en op andere oppervlaktes, die bij de overheid in beheer zijn, kan klaver toegepast worden. Naast de inzaai van witte klaver is het mogelijk productiepercelen onaantrekkelijk te maken voor de grauwe gans. Er bestaat een milieuvriendelijke besproeiingstechniek die ganzen langdurig kan weren.

Bij het zoeken naar effectieve oplossingen voor ganzen gaat het om het toepassen van een combinatie van maatregelen, waarmee grauwe ganzen zoveel mogelijk gemotiveerd worden in de natuurgebieden te blijven en van de productieweilanden weg te blijven. Dit kan een duurzame en maatschappelijk acceptabele weg bieden om het huidige aanbod van foerage voor grauwe ganzen te sturen en de schade gebiedsgericht te beperken.

Het Faunafonds heeft tot op heden nog geen besluit genomen om ook de eindfase van het project ´Grauwe ganzen leren gras te mijden´ te financieren.

De Partij voor de Dieren vraagt de minister of zij kan aangeven of zij de ontwikkeling van een combinatiemethode als gebiedsgerichte aanpak wil ondersteunen en zo ja, op welke manier.
Bent u bereid substantieel en structureel budget vrij te maken voor implementatie van beschikbaar alternatievenonderzoek en het mogelijk maken van voortgezet alternatievenonderzoek?