Schrif­telijk Overleg Landbouw- & Visse­rijraad 6 & 7 november 2017 (glyfosaat, ploeg­verbod Natura 2000-gebieden en tonijn­vangst)


26 oktober 2017

De Partij voor de Dieren heeft kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 6 en 7 november en wil de nieuwe minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die daar namens Nederland inbreng zal leveren, enkele vragen stellen en suggesties doen. Maar niet dan nadat deze fractie haar eerst van harte welkom heeft geheten en gefeliciteerd heeft met haar nieuwe functie.

Glyfosaat

De Europese toelating voor glyfosaat loopt eind dit jaar af. Over een mogelijke verlenging van die toelating zijn al veel debatten gevoerd, maar er blijven zich ontwikkelingen voordoen die ervoor zorgen dat de vraag blijft wat een verstandig besluit zou kunnen zijn.

Wat de Partij voor de Dieren betreft wordt de landbouw in Nederland en Europa zo snel mogelijk gifvrij, niet in de laatste plaats omdat de kortetermijnwinsten van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen weliswaar verleidelijk kunnen zijn, maar we de verantwoordelijkheid dragen om op de lange termijn de voedselzekerheid te waarborgen en de ecosystemen te beschermen. En er is daarbij geen tijd te verliezen. De recent gepubliceerde studie waaruit bleek dat in Duitsland in nog geen drie decennia tijd 75% van het aantal insecten is verdwenen heeft is (opnieuw) een indringende waarschuwing dat we grote risico’s aan het nemen zijn met de ecosystemen die de basis vormen van ons bestaan. Wetenschappers spreken over de zesde uitstervingsgolf, waarbij ze erop wijzen dat insecten de hoeksteen vormen van de natuur. Zonder insecten is er geen leven op aarde. Als we het verlies aan plant- en diersoorten niet snel weten te stoppen, is het einde van de menselijke beschaving in zicht.

In dat licht is het antwoord op de vraag of het verstandig is om nog 10 jaar lang glyfosaat toe te laten, wat de Europese Commissie voorstelde, glashelder: nee, dat is het niet. De Partij voor de Dieren is dan ook verheugd dat dit plan is gesneuveld in de vergadering van de lidstaten in ScoPaff afgelopen woensdag (25 oktober). Dat geeft de Nederlandse regering de kans om zich opnieuw te bezinnen en de nieuwe ontwikkelingen, zoals de zeer zorgwekkende uitkomsten van de genoemde Duitse studie, nadrukkelijk mee te nemen in haar afweging. De Partij voor de Dieren roept de minister hier dringend toe op. Deze fractie wijst er met klem op dat glyfosaat zowel een directe als indirecte bedreiging vormt voor (akker)planten, insecten, regenwormen en vogels. Zowel drinkwaterbronnen als de bodem zelf zijn vervuild met glyfosaat of het afbraakproduct van glyfosaat, AMPA. De Wageningen Universiteit heeft recent aangetoond dat glyfosaat en AMPA niet alleen planten doden, maar ook de bodem veranderen – en wel in negatieve zin. De bodemvruchtbaarheid neemt af doordat schimmels onder invloed van glyfosaat en AMPA minder snel groeien en aardwormen er schade van ondervinden.

Hoewel de waarschuwingen lange tijd zijn genegeerd en ook nu nog door enkelen worden weggewuifd, zijn de posities in het glyfosaat-debat drastisch aan het verschuiven. Dat is een hoopgevende ontwikkeling waarin de Nederlandse regering niet kan achterblijven. De Partij voor de Dieren-fractie wijst op de uitkomsten van de stemming in ScoPaff, waarin landen als Zweden, Frankrijk maar ook België zich tegen het voorstel van de Europese Commissie hebben gekeerd om glyfosaat nog 10 jaar lang toe te laten in de EU. België staat samen met Nederland in de top drie van landen die het hoogste gifgebruik per hectare kennen, dus als zij de moed hebben om een andere koers in te zetten, zou Nederland, die prat gaat op haar vooruitstrevende landbouw, niet achter kunnen blijven, zo meent de Partij voor de Dieren. Opmerkelijk is bovendien ook dat de rapporterende lidstaat over glyfosaat, Duitsland, zich niet achter het voorstel van de Europese Commissie heeft geschaard.

De Partij voor de Dieren roept het kabinet op zich te scharen in het kamp van de lidstaten die de koers wil verleggen naar een duurzame landbouw zonder chemische bestrijdingsmiddelen. Is de minister daartoe bereid? Deze fractie leest in de media dat bronnen rond de Europese Commissie melden dat er gewerkt zou worden aan een compromis van een verlenging van de huidige toelating met 8 jaar. Kan de minister laten weten of er al een nieuw voorstel van de Europese Commissie ligt, en zoja, hoe dat eruit ziet? Kan de minister laten weten wanneer er opnieuw over de verlenging van glyfosaat zal worden gesproken en gestemd?

Voor de Partij voor de Dieren is een verlening van 8 jaar volstrekt onacceptabel. Het is onverantwoord om in tijden van een steeds nijper wordende biodiversiteitscrisis voorrang te geven aan bedrijfsbelangen boven een adequate bescherming van natuur en volksgezondheid. Gelet op de enorme risico’s voor de ecosystemen zal –daar waar nog onzekerheden bestaan- vanuit het voorzorgsbeginsel moeten worden gehandeld. Deze fractie hoopt erop te kunnen rekenen dat de minister haar verantwoordelijkheid voor het beschermen van de biodiversiteit zeer serieus neemt. Zij kan zich daarbij gesteund weten door het Europees Parlement, dat afgelopen week een resolutie aannam die de Europese Commissie onder meer oproept om glyfosaat binnen 5 jaar uit te faseren, en om middelen vrij te maken voor onderzoek en innovatie op het gebied van duurzame middelen. De resolutie werd breed gesteund, ook door Nederlandse Europarlementariërs van D66, de ChristenUnie en het CDA.

De Partij voor de Dieren meent dat 5 jaar nog steeds een gevaarlijk lange tijd is voor het toestaan van glyfosaat, maar roept de minister op de Nederlandse positie in het vervolg van de besluitvorming over glyfosaat aan te passen op basis van de breed aangenomen resolutie in het Europees Parlement. Dat betekent dat zij moet pleiten voor een uitfasering, en dat glyfosaat in elk geval niet langer dan 5 jaar kan worden toegelaten. Hoe eerder we overschakelen op een gezonde landbouw zonder chemische bestrijdingsmiddelen, hoe beter het is – ook voor boeren zelf.

Ploeg- en omzetverbod Natura 2000-gebieden

De Partij voor de Dieren wil, ook weer in het kader van de biodiversiteitscrisis die toch al al onze inzet vraagt om die tot staan te brengen, benadrukken dat het maken van uitzonderingen op de regels ter bescherming van natuur niet verstandig en zelfs zeer ongewenst is. Deze fractie drukt de minister op het hart geen ontheffing te verlenen op het ploeg- en omzetverbod in Natura2000-gebieden. Zoals het kabinet zelf al schreef draagt het verbod bij aan de instandhouding van leefgebieden voor kritische weidevogels en aan vastlegging van koolstof in de bodem. Moties van het lid Geurts zijn niet altijd even verstandig, en deze was daar een duidelijke illustratie van.

Tonijnvangst

De leden van de PvdD-fractie hebben een vraag over de vangst van de Atlantische tonijn. Zij pleiten voor uiterste voorzichtigheid omdat nog steeds veel tonijnsoorten bedreigd worden door overbevissing.

Tijdens de afgelopen Raad is door verschillende lidstaten voorgesteld om de vangstquota voor blauwvintonijn te verhogen tijdens de jaarlijkse ICCAT-vergadering. De leden lezen met instemming dat Nederland tijdens deze discussie heeft gewezen op het belang van een duurzaam meerjarig beheer en de wetenschappelijke basis onder de vangstadviezen.

Graag horen deze leden of dit betekent dat de minister zich ook echt tegen het voorstel voor verhoging van de vangstquota heeft uitgesproken. Dit ligt in de lijn der verwachting, gezien de uitspraak van de minister dat “aanpassing van de vangstmogelijkheden van blauwvintonijn nu nog niet mogelijk is,” en “de biologische toestand van de vis eerst goed beoordeeld moet worden.” [Verslag AO van 4 oktober 2017] Zo ja, kan de minister aangeven hoe daar op gereageerd werd door de andere lidstaten en wat de uitkomst van de discussie was? Zo nee, kan de minister aangeven waarom hij dit heeft nagelaten en of hij bereid is om dit alsnog te doen?

Beantwoording bewindspersoon

Ploeg- en omzetverbod Natura 2000-gebieden

In juli heeft de toenmalige staatssecretaris gemeld nog in overleg te zijn met de provincie Overijssel over de eerste bevindingen en daarom het rapport niet voor het zomerreces aan de Kamer te kunnen aanbieden (Kamerstuk 32670, nr. 119). In september heeft Wageningen Environmental Research de laatste hand gelegd aan het rapport. Een eerste oriënterend gesprek met de Europese Commissie heeft inmiddels plaatsgevonden. De uitkomst daarvan is dat uitzonderingen in principe zijn toegestaan, onder de voorwaarde dat eventuele negatieve gevolgen worden gecompenseerd en dat ook goed onderbouwd kan worden. De provincie Overijssel beziet momenteel in overleg met de initiatiefnemers van de landinrichting Blokzijl-Vollenhove op welke wijze daar voldoende garanties voor kunnen worden gegeven.

Tonijnvangst (ICCAT-vergadering)

Nederland heeft zich tijdens de Landbouw- en Visserijraad van 9 oktober jl. niet uitgesproken over de stijging van de vangstmogelijkheden van de oostelijke blauwvintonijn, omdat het wetenschappelijk advies van ICCAT nog niet beschikbaar was. Inmiddels is het wetenschappelijk advies van ICCAT gepubliceerd en daarin wordt een geleidelijke verhoging van de huidige 23.655 ton naar 36.000 ton in 2020 geadviseerd. Op 6 november is het gepresenteerde non-paper van de Europese Commissie besproken in de Raadswerkgroep voor visserij en is het mandaat voor de Europese Commissie voor de jaarvergadering vastgesteld. In haar non-paper stelt de Europese Commissie voor om 80% van de TAC in het eerste jaar beschikbaar te stellen, om derde landen mee te krijgen bij het op te stellen beheerplan. Hoewel volgens de Europese Commissie het beschikbaar stellen van 80% van de TAC in het eerste jaar binnen het wetenschappelijk advies past, past wat mij betreft alleen een geleidelijke stijging van de TAC binnen het wetenschappelijk advies van ICCAT.